Wetgeving
Wijziging leeftijd, stukloon en meerwerk WML
Wijziging van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag en enige andere wetten in verband met de verlaging van de leeftijd waarop men recht heeft op het volwassenminimumloon, in verband met stukloon en meerwerk en enige andere wijzigingenontwikkeling
14-01-2019
Wetsvoorstel met relevante ontwikkelingen
Ingediend bij de Tweede Kamer op 13 oktober 2016. Brief van de minister van SZW van 20 december 2018.
Op basis van het onderzoek van de Stichting Economisch Onderzoek (SEO) over de wijze waarop de arbeidsmarktpositie van jongeren in de leeftijd van 18-22 jaar zich heeft ontwikkeld naar aanleiding van de eerste stap van de aanpassing van het wettelijk minimumjeugdloon per 1 juli 2017, concludeert de minister dat gezien de beperkte effecten er geen aanleiding is om aanvullende sectorale maatregelen te treffen.
in werking
12-06-2017
In werking getreden wetsvoorstel
Ingediend bij de Tweede Kamer op 13 oktober 2016. Besluit van 12 april 2017, houdende vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van de artikelen van de Wet van 25 januari 2017, houdende wijziging van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag en enige andere wetten in verband met de verlaging van de leeftijd waarop men recht heeft op het volwassenminimumloon, in verband met stukloon en meerwerk en enige andere wijzigingen (Stb. 2017, 24). De Wet treedt in werking met ingang van 1 juli 2017, met uitzondering van de artikelen I, onderdelen A, D, E, Ea, G, voor zover het betreft artikel 13a, eerste, tweede, vierde en vijfde lid, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag, J, K en Ka, en XIV tot en met XVII die in werking treden met ingang van 1 januari 2018; en artikel I, onderdeel G, voor zover het betreft artikel 13a, derde lid, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag, dat in werking treedt met ingang van 1 januari 2019. Regeling tot aanpassing wettelijk minimumloon per 1 juli 2017 (Stcrt. 2017/28138). Rectificatie wettelijk minimumloon per week 20 jarige per 1 juli 2017. Factsheet werknemer en factsheet werkgever van 29 mei 2015.
Het besluit voorziet in het in werking treden per 1 juli 2017 van de onderdelen van de wet die zien op de verlaging van de leeftijd waarop men recht heeft op het volwassen minimumloon (van 23 naar 22 jaar). Vanaf 1 januari 2018 zullen de regels voor het stukloon en voor meerwerk gaan veranderen. Verder is het de bedoeling dat op 1 juli 2019 de minimumloonleeftijd naar 21 jaar gaat. Ook gaat in 2019 het minimumjeugdloon voor 18- tot en met 20-jarigen omhoog.In de regeling tot aanpassing van het minimumloon zijn de bedragen vastgelegd per 1 juli 2017. De brutobedragen van het wettelijk minimumloon en het minimumjeugdloon stijgen per 1 juli 2017. Het minimumjeugdloon voor 18- tot en met 21-jarigen gaat extra omhoog. Werkgevers kunnen voor deze extra verhoging compensatie krijgen via het minimumjeugdloonvoordeel (zie de link naar de factsheets hieronder).Het wettelijk minimumloon (WML) voor werknemers van 22 jaar en ouder bij een volledig dienstverband wordt per 1 juli 2017:
- € 1.565,40 per maand;
- € 361,25 per week;
- € 72,25 per dag.In verband met de hiervoor genoemde veranderingen heeft het ministerie van SZW een aantal factsheets met belangrijke informatie voor werknemers en werkgevers gepubliceerd.
ontwikkeling
03-05-2017
Wetsvoorstel met relevante ontwikkelingen
Ingediend bij de Tweede Kamer op 13 oktober 2016. Brief van de minister van SZW van 7 april 2017. Regeling van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 28 maart 2017 houdende voorwaarden met betrekking tot een voorgestelde stukloonnorm door een werkgeversorganisatie en wijze van publicatie van een stukloonnorm (Regeling voorwaarden en publicatie stukloonnorm).
Bij de behandeling van dit wetsvoorstel is amendement 11 aanvaard, dat voorziet in de mogelijkheid om onder voorwaarden stukloon te betalen aan de hand van een prestatienorm (hierna te noemen stukloonnorm). Daarbij geldt als arbeidsduur de tijd die redelijkerwijs met de uitvoering van de werkzaamheden is gemoeid. Op grond van het amendement kan de minister van SZW op verzoek van de Stichting van de Arbeid specifieke werkzaamheden in een bedrijfstak aanwijzen voor welke stukloon op basis van een stukloonnorm kan worden betaald. Eén van de voorwaarden hierbij is dat werkgeversorganisatie(s) en werknemersorganisatie(s) in de betreffende bedrijfstak het eens worden over de stukloonnorm. Indien de werkgevers-organisatie(s) en de werknemersorganisatie(s) in de bedrijfstak geen overeenstemming bereiken over een stukloonnorm, of indien er geen (geschikte) werknemersorganisatie(s) beschikbaar is (zijn), kunnen werkgeversorganisatie(s) ook zelf een stukloonnorm verstrekken aan de Stichting van de Arbeid onder bij ministeriële regeling te stellen voorwaarden.In de ministeriële regeling zijn deze voorwaarden opgenomen: er worden deskundigen benoemd die hun taak verrichten in de hoedanigheid van lid van de toetsingscommissie.De deskundigen dienen werkgeverorganisatie(s) en werknemersorganisatie(s) te horen met desgewenst als uitgangspunt een voorstel van werkgevers voor de stukloonnorm. Op basis van hun bevindingen geeft de toetsingscommissie de verzoekende werkgeversorganisatie(s) advies over de op te stellen stukloonnorm. Met inachtneming van dit advies doen werkgeverorganisaties een nieuw voorstel voor een stukloonnorm. Als de toetsingscommissie met dat voorstel instemt, kunnen de werkgeversorganisaties deze stukloonnorm verstrekken aan de Stichting van de Arbeid om deze bij te voegen bij het verzoek aan de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid om conform die stukloonnorm te mogen betalen.Omdat de precieze voorwaarden pas nu bekend zijn gemaakt, en omdat Asscher wil dat werkgevers en werknemers voldoende tijd hebben om zich voor te bereiden op de nieuwe regels, heeft Asscher de inwerkingtreding bepaald per 1 januari 2018.
in werking
01-03-2017
In werking getreden wetsvoorstel
Ingediend bij de Tweede Kamer op 13 oktober 2016. Wet van 25 januari 2017, houdende wijziging van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag en enige andere wetten in verband met de verlaging van de leeftijd waarop men recht heeft op het volwassenminimumloon, in verband met stukloon en meerwerk en enige andere wijzigingen (Stb. 2017/24). Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld. In dat besluit wordt zo nodig toepassing gegeven aan artikel 12, eerste lid, van de Wet raadgevend referendum.
- de leeftijd waarop een werknemer recht heeft op het volledige wettelijk minimumloon wordt stapsgewijs verlaagd van 23 jaar naar 21 jaar;
- aanpassing van de minimumjeugdloonstaffel van jeugdige werknemers van 18 tot en met 20 jaar;•leerwerkplekken in de bbl in het mbo zijn uitgezonderd van het verhoogde minimumjeugdloon;
- teneinde te bevorderen dat er een concrete, meetbare en ook verifieerbare norm is bij toepassing van stukloon (ook in verband met handhaving) wordt de bepaling in de WML over stukloon aangepast. Het huidige criterium dat als arbeidsduur waarover minimumloon moet worden betaald wordt aangemerkt als de tijd die ‘redelijkerwijs met de verrichte arbeid is gemoeid’ komt te vervallen. In plaats daarvan wordt bepalend de ‘daadwerkelijke tijd’ die de werknemer heeft besteed aan de uitvoering van de verrichte arbeid. In situaties waarin de werknemer een zekere mate van vrijheid heeft om zelf de werkzaamheden in te richten en de werkgever geen of moeilijk toezicht kan houden op de uitvoering van deze werkzaamheden kan een uitzondering worden gemaakt op de hoofdregel en geldt als norm de ‘tijd die redelijkerwijs met de uitvoering van de te verrichten arbeid is gemoeid’. De minister van SZW kan specifieke werkzaamheden binnen een bedrijfstak aanwijzen die als zodanig kwalificeren;
- de mogelijkheid van stukloonbetaling komt niet geheel te vervallen. Een werkgever kan nog steeds op basis van stukloon betalen, maar hij dient wel ten minste het wettelijk minimumloon voor de gewerkte uren te betalen. Voor het loon dat het minimumloon te boven gaat blijft stukloon van betekenis;
- indien het wetsvoorstel tot wijziging van de WML in verband met het van toepassing verklaren van die wet op nader bepaalde overeenkomsten van opdracht (33623) wordt aanvaard en in werking treedt, valt een ieder die anders dan uit hoofde van beroep of bedrijf op basis van een overeenkomst van opdracht arbeid verricht voor een ander onder de werkingssfeer van de WML;
- via een toevoeging in artikel 12 lid 1 WML wordt geregeld dat als meer arbeid wordt verricht dan de geldende normale arbeidsduur (‘NAD’) per week, het minimumloon naar rato wordt vermeerderd (minimumloon over meerwerk);
- bepalend voor de NAD wordt de arbeidsduur die in overeenkomstige arbeidsverhoudingen in de regel geacht wordt een volledige dienstbetrekking te vormen, ‘met dien verstande dat hierbij een arbeidsduur van ten hoogste 40 uren per week’ in aanmerking wordt genomen;
- compensatie van meerwerk in betaalde vrije tijd moet uiterlijk vóór 1 juli van het kalenderjaar volgend op het kalenderjaar waarin het meerwerk is verricht plaatsvinden;
- de mogelijkheid om meerwerk te compenseren door betaalde vrije tijd moet worden opgenomen in een cao en moet vervolgens uitdrukkelijk schriftelijk tussen partijen worden overeengekomen;
- werkgevers ontvangen een tegemoetkoming in de hogere loonkosten voor 18- tot en met 21 jarigen.
ontwikkeling
05-01-2017
Wetsvoorstel met relevante ontwikkelingen
Ingediend bij de Tweede Kamer op 13 oktober 2016. Gewijzigd voorstel van wet van 20 december 2016. Amendement van de leden Van ’t Wout en Pieter Heerma van 15 december 2016.
Door het aangenomen amendement wordt door de introductie van een nieuw artikel 12 a en 12 b WML een uitzondering gemaakt op de voorgestelde wijziging van artikel 12 lid 6 WML met betrekking tot de vaststelling van stukloon (de stukloonregeling). Voor specifieke werkzaamheden kan de voorgestelde stukloonregeling tot onoverkomelijke problemen leiden. De uitzondering houdt in dat van artikel 12 lid 6 WML kan worden afgeweken in situaties waarin de werknemer een zekere mate van vrijheid heeft om zelf de werkzaamheden in te richten in combinatie met de omstandigheid dat de werkgever (of ingeval van uitzendarbeid, de opdrachtgever) ook geen of moeilijk toezicht kan houden op de uitvoering van deze werkzaamheden. In dergelijke situaties kan de werkgever feitelijk niet bijhouden hoeveel uur een werknemer heeft gewerkt en kan dus ook niet worden voldaan aan waar de stukloonregeling toe strekt, te weten de werknemer ten minste belonen op het niveau van het wettelijk minimumloon voor elk gewerkt uur. Voorgesteld wordt dat de Minister van SZW, op verzoek van de Stichting van de Arbeid specifieke werkzaamheden binnen een bedrijfstak kan aanwijzen – die voldoen aan de hiervoor genoemde criteria – waar de hoofdregel ingeval van beloning op basis van stukloon niet geldt. In die gevallen zal als norm voor het bepalen van de arbeidsduur gelden, de tijd die redelijkerwijs met de uitvoering van de te verrichten arbeid is gemoeid. De werknemer kan dan zelf bepalen hoeveel tijd aan die werkzaamheden wordt besteed, zonder dat dit gevolgen heeft voor het door de werkgever te betalen (stuk)loon.
ontwikkeling
06-12-2016
Wetsvoorstel met relevante ontwikkelingen
Ingediend bij de Tweede Kamer op 13 oktober 2016. Nota van wijziging van 9 november 2016 en nota naar aanleiding van het verslag van 15 november 2016.
In de nota van wijziging is een compensatieregeling opgenomen om werkgevers tegemoet te komen in de hogere loonkosten voor 18- tot en met 21-jarigen. De compensatie wordt toegekend op basis van (1) de leeftijd die de werknemer op 31 december van het voorafgaande kalenderjaar heeft bereikt en (2) het gemiddelde uurloon in het kalenderjaar waarover het minimumjeugdloon voordeel wordt toegekend.
Het voornemen is om de tegemoetkoming in werking te laten treden op 1 januari 2018.
wetsvoorstel
02-11-2016
Nieuw wetsvoorstel
Ingediend bij de Tweede Kamer op 13 oktober 2016. Voorstel van wet en memorie van toelichting van 13 oktober 2016.
Het voorliggende wetvoorstel beoogt de WML en de handhaving daarvan te verbeteren. Daartoe zijn de volgende wijzigingen voorgesteld:
- de leeftijd waarop een werknemer recht heeft op het volledige wettelijk minimumloon wordt stapsgewijs verlaagd van 23 jaar naar 21 jaar;
- aanpassing van de minimumjeugdloonstaffel van jeugdige werknemers van 18 tot en met 20 jaar;
- de leeftijd waarop het minimumloon ingaat wordt bij de eerste stap verlaagd van 23 naar 22 jaar. Het bruto minimumloon voor deze groep stijgt hierbij met 15 procentpunt. Bij de aanpassing van het minimumloon voor de groep 20- en 21-jarigen is er voor gekozen om de beoogde verhoging van het minimumloon in twee gelijke stappen door te voeren. De stijging van het bruto minimumloon bedraagt per aanpassing 12,5 procentpunt voor de jongeren van 21 jaar en 8,5 procentpunt voor de 20-jarigen. Bij de aanpassing van het minimumjeugdloon voor de 18- en 19-jarigen is aansluiting gezocht bij de oploop van de minimumjeugdloonstaffel. Voor deze leeftijdsgroep ligt het zwaartepunt van de aanpassing bij de tweede stap;
- er wordt een uitzonderingsbepaling opgenomen voor het verhoogde minimumjeugdloon voor de leerwerkplekken in de bbl in het mbo;
- teneinde te bevorderen dat er een concrete, meetbare en ook verifieerbare norm is bij toepassing van stukloon (ook in verband met handhaving) wordt de bepaling in de WML over stukloon aangepast. Het huidige criterium dat als arbeidsduur waarover minimumloon moet worden betaald wordt aangemerkt als de tijd die ‘redelijkerwijs met de verrichte arbeid is gemoeid’ komt te vervallen. In plaats daarvan wordt bepalend de ‘daadwerkelijke tijd’ die de werknemer heeft besteed aan de uitvoering van de verrichte arbeid;
- de mogelijkheid van stukloonbetaling komt niet geheel te vervallen. Een werkgever kan nog steeds op basis van stukloon betalen, maar hij dient wel ten minste het wettelijk minimumloon voor de gewerkte uren te betalen. Voor het loon dat het minimumloon te boven gaat blijft stukloon van betekenis;
- indien het wetsvoorstel tot wijziging van de WML in verband met het van toepassing verklaren van die wet op nader bepaalde overeenkomsten van opdracht (33623) wordt aanvaard en in werking treedt, valt een ieder die anders dan uit hoofde van beroep of bedrijf op basis van een overeenkomst van opdracht arbeid verricht voor een ander onder de werkingssfeer van de WML;
- via een toevoeging in artikel 12 lid 1 WML wordt geregeld dat als meer arbeid wordt verricht dan de geldende normale arbeidsduur (‘NAD’) per week, het minimumloon naar rato wordt vermeerderd. Op deze wijze wordt in het kader van de handhaving een expliciete juridische grondslag gecreëerd voor betaling van minimumloon over meerwerk;
- bepalend voor de NAD wordt de arbeidsduur die in overeenkomstige arbeidsverhoudingen in de regel geacht wordt een volledige dienstbetrekking te vormen, ‘met dien verstande dat hierbij een arbeidsduur van ten hoogste 40 uren per week’ in aanmerking wordt genomen;
- compensatie van meerwerk in betaalde vrije tijd moet uiterlijk vóór 1 juli van het kalenderjaar volgend op het kalenderjaar waarin het meerwerk is verricht plaatsvinden;
- de mogelijkheid om meerwerk te compenseren door betaalde vrije tijd moet worden opgenomen in een cao en moet vervolgens uitdrukkelijk schriftelijk tussen partijen worden overeengekomen.
