Wetgeving
Herziening detacheringsrichtlijn
Voorstel voor een richtlijn van het Europees parlement en de Raad voor een wijziging van Richtlijn 96/71/EC van het Europees parlement en de Raad van 16 december 1996 betreffende de terbeschikkingstelling van werknemers met het oog op het verrichten van diensten (Herziening detacheringsrichtlijn) COM (2016) 128ontwikkeling
05-07-2017
Wetsvoorstel met relevante ontwikkelingen
Ingediend bij de Tweede Kamer op 31 maart 2016. Brief van de minister van SZW aan de Eerste Kamer en brief van de minister van SZW aan de Tweede Kamer van 29 mei 2017.
De minister informeert de Eerste en Tweede Kamer over de voortgang van de onderhandelingen inzake de herziening van de Detacheringsrichtlijn. De geconsolideerde versie van het voorstel verbetert de arbeidsvoorwaarden van de gedetacheerde werknemer, verschaft meer duidelijkheid aan werknemers en werkgevers over welke loonelementen in de beloning vallen en zorgt voor een gelijker speelveld in de EU.Inhoud wijziging detacheringsrichtlijn:
- de uitgebreide harde kern aan bepalingen in de geconsolideerde tekst wordt verplicht van toepassing op alle economische sectoren;
- met betrekking tot het begrip ‘beloning’ bewerkstelligt de geconsolideerde tekst dat de gedetacheerde werknemer aanspraak kan maken op een uitgebreide harde kern van arbeidsvoorwaarden. Daar waar in de Richtlijn 96/71/EC gesproken wordt van ‘minimum rates of pay’, wordt er in de geconsolideerde tekst nu gesproken van ‘remuneration’. Met deze tekst wordt verduidelijkt dat alle looncomponenten onder ‘remuneration’ moeten worden verstaan en onder de harde kern van arbeidsvoorwaarden vallen;
- ook het element ‘collectieve huisvesting’ wordt aan de harde kern toegevoegd. Dit betekent dat tijdens de detachering de Nederlandse wetgeving en bepalingen met betrekking tot huisvesting in de Nederlandse cao’s, die algemeen verbindend verklaard zijn, van toepassing zijn. Wat Nederland betreft moet huisvesting, ongeacht of dit collectief is of niet, opgenomen worden in de harde kern van arbeidsvoorwaarden;
- uitzendkrachten moeten gelijk behandeld worden als werknemers van de inlener. In deze passage wordt referentie gemaakt aan Artikel 5 van de Uitzendrichtlijn 2008/104/EC en het garanderen van de arbeidsvoorwaarden die hier gesteld worden. Onder de Richtlijn 96/71/EC kunnen lidstaten er voor kiezen uitzendkrachten hetzelfde te behandelen als werknemers van de inlener. Nederland heeft dit artikel niet geïmplementeerd;
- in de geconsolideerde versie komt de tijdelijkheid van detachering tot uitdrukking. Er wordt een maximum termijn van 24 maanden gesteld. In het compromisvoorstel wordt na 24 maanden een uitgebreidere harde kern van kracht, maar daarvan zijn het ontslagrecht en tweede pijlerpensioen uitgezonderd. Onder deze uitgebreide harde kern zouden – naast alle looncomponenten die onder ‘remuneration’ vallen – bijvoorbeeld ook premies voor O&O-fondsen en verlofregelingen kunnen gaan vallen. Er is dus sprake van een aanzienlijke verbetering van de arbeidsvoorwaarden van gedetacheerde werknemers bij lange termijndetachering.
wetsvoorstel
17-05-2016
Nieuw wetsvoorstel
Ingediend bij de Tweede Kamer op 31 maart 2016. Brief van de vaste commissie voor Europese Zaken van 31 maart 2016, brief van de minister van SZW van 4 april 2016 en brief van de vaste commissie voor Europese Zaken van 14 april 2016.
De Europese Commissie stelt een gerichte herziening van de detacheringsrichtlijn voor. Het voorstel van de Commissie is er op gericht het vrij verkeer van diensten te bevorderen door onduidelijkheid over de toepasselijke arbeidsvoorwaarden weg te nemen en een gelijk speelveld te creëren. De voorgestelde wijzigingen luiden als volgt:
– bepalingen betreffende de harde kern uit de detacheringsrichtlijn zijn niet langer slechts van toepassing op de bouwsector maar worden uitgebreid tot alle sectoren;
– er wordt een maximale detacheringstermijn van 24 maanden geïntroduceerd waarin, buiten de harde kern van arbeidsvoorwaarden, het recht van het land waar de werknemer gewoonlijk werkt van toepassing blijft op de arbeidsovereenkomst. Na 24 maanden zal een gedetacheerde werknemer toetreden tot de arbeidsmarkt in het land waar hij werkt. Als bij aanvang van de detachering te voorzien is dat deze de 24 maanden overschrijdt, treedt de werknemer direct toe tot de arbeidsmarkt van het land waar hij werkt;
– indien een gedetacheerde werknemer wordt vervangen door een – of meer – andere gedetacheerden voor dezelfde functie worden de detacheringsperioden van deze werknemers bij elkaar opgeteld. Volgens het voorstel worden de opeenvolgende detacheringstermijnen van werknemers die minstens 6 maanden op dezelfde plaats dezelfde werkzaamheden verrichten bij elkaar opgeteld om te bepalen of er sprake is van een detacheringstermijn van minstens 24 maanden;
– buitenlandse uitzendkrachten moeten ten aanzien van een aantal arbeidsvoorwaarden hetzelfde worden behandeld als binnenlandse uitzendkrachten werkzaam in gelijke of gelijkwaardige functies in dienst van de onderneming.
Nadat deze richtlijn is aangenomen zal de WAGA, na inwerkingtreding van het aanhangige wetsvoorstel de Wet arbeidsvoorwaarden gedetacheerde werknemers in de Europese Unie (Wagw-EU, wetsvoorstel 34408) op een aantal punten gewijzigd dienen te worden. Zo dient te worden opgenomen dat deze wettelijke bepalingen in de Wagw-EU voor maximaal 24 maanden detachering van toepassing zijn op deze gedetacheerde werknemers. Na 24 maanden, of indien de verwachting is dat de detachering langer dan 24 maanden duurt, wordt de werknemer geacht geheel onder de Nederlandse wettelijke bepalingen te vallen Daarnaast dient de Wet AVV aangepast te worden in die zin dat niet meer gesproken dient te worden van het minimumloon, maar van alle beloningselementen voorgeschreven in de wet of een avv’de cao.
