Wetgeving
Besluit tot wijziging van het Besluit uitvoeringsregels ontslag om bedrijfseconomische redenen 2015
Besluit tot wijziging van het Besluit uitvoeringsregels ontslag om bedrijfseconomische redenen 2015overige ontwikkelingen
09-03-2016
Overige ontwikkelingen
Besluit van 26 januari 2016. Dit besluit treedt in werking met ingang 5 februari 2016. Dit besluit wordt met de toelichting in de Staatscourant geplaatst.
De Uitvoeringsregels ontslag om bedrijfseconomische redenen worden op een aantal punten gewijzigd:
– bij herplaatsing worden ook de arbeidsplaatsen van oproepkrachten betrokken. Dit bleek al uit de toelichting bij artikel 9 Ontslagregeling en is nu in lid 1 onderdeel b van artikel 9 Ontslagregeling expliciet opgenomen;
– de bepaling dat eerst afscheid genomen moet worden van AOW-gerechtigde werknemers is verplaatst van art. 11 lid 2 Ontslagregeling naar artikel 7:671a lid 5 onderdeel d BW. Inhoudelijk is de bepaling niet gewijzigd. In verband hiermee zijn in artikel 11 lid 1 Ontslagregeling de leeftijdsgroepen gewijzigd. De AOW-gerechtigden behoren vanaf 1 januari 2016 tot de leeftijdsgroep vanaf 55 jaar en worden om die reden meegenomen in de afspiegelingsberekening. Om ongewenste effecten rondom 1 januari 2016 te voorkomen is er overgangsrecht vastgesteld;
– in artikel 11 lid 2 Ontslagregeling is een rangorde bij ontslag tussen AOW’ers, oproepkrachten en tijdelijke werknemers toegevoegd. De uitvoeringsregels kenden een rangorde in vier groepen. Deze rangorde is gewijzigd en kent nu 5 groepen waarvan achtereenvolgens afscheid moet worden genomen;
– artikel 17 Ontslagregeling gaat over arbeidsrelaties die niet eerst hoeven te worden beëindigd. Dit wordt niet langer beoordeeld naar de situatie op de datum waarop het verzoek om toestemming is ingediend, maar naar de situatie op de datum waarop de beslissing op het verzoek om toestemming wordt genomen;
– de sector zorg kent in artikel 14 lid 4 en 5 Ontslagregeling een aparte regeling voor het bij afspiegeling in acht te nemen personeelsbestand, namelijk de werknemers werkzaam binnen een gemeente. Artikel 14 lid 4 bevat een tweetal mogelijkheden om daarvan af te wijken;
– de redelijke termijn voor de herplaatsingsplicht voor werknemers die worden ontslagen na het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd is verkort tot een maand;
– voor de bepaling of een werkgever een kleine werkgever is met gemiddeld minder dan 25 werknemers wordt niet meer gekeken naar het jaar voorafgaand aan de datum waarop de arbeidsovereenkomst eindigt, maar naar het jaar voorafgaand aan de datum waarop de ontslagaanvraag wordt ingediend.
