Wetgeving
Wet arbeidsvoorwaarden gedetacheerde werknemers in de Europese Unie
Regeling van de arbeidsvoorwaarden van gedetacheerde werknemers in verband met de implementatie van Richtlijn 2014/67/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 inzake de handhaving van de detacheringsrichtlijn en tot wijziging van de IMI-verordening over de administratieve samenwerking via het Informatiesysteem interne markt.ontwikkeling
04-03-2020
Wetsvoorstel met relevante ontwikkelingen
Ingediend bij de Tweede Kamer op 8 februari 2016.
Besluit van de minister van SZW van 6 februari 2020 tot vaststelling van de Beleidsregel boeteoplegging Wet arbeidsvoorwaarden gedetacheerde werknemers in de Europese Unie (Beleidsregel boeteoplegging Wet arbeidsvoorwaarden gedetacheerde werknemers in de Europese Unie 2020) (Stcrt. 2020, 8613). Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van 1 maart 2020.
Regeling van de minister van SZW van 6 februari 2020 tot wijziging van de Regeling arbeidsvoorwaarden gedetacheerde werknemers in de Europese Unie en de Regeling melding Wet arbeid vreemdelingen in verband met de aanwijzing van de SVB als uitvoerder van de taken in verband met de meldplicht en nadere regels over de bescheiden op de werkplek (Stcrt. 2020, 8612). Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 maart 2020.
Regeling van de minister van SZW van 6 februari 2020 tot vaststelling van het toetsingskader voor verzoeken in het kader van artikel 10a van de Wet op het algemeen verbindend en het onverbindend verklaren van bepalingen van collectieve arbeidsovereenkomsten (Beleidsregel toetsingskader verzoeken artikel 10a Wet Avv) (Stcrt. 2020, 8614). Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van 1 maart 2020.
Besluit van 8 februari 2020 tot vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van enkele onderdelen van de Wet arbeidsvoorwaarden gedetacheerde werknemers in de Europese Unie, van het Besluit van 3 december 2019 tot wijziging van het Besluit arbeidsvoorwaarden gedetacheerde werknemers in de Europese Unie, houdende regels over de persoonsgegevens die in verband met transnationale dienstverrichting worden verwerkt en de meldingsplicht voor dienstverrichters (Stb. 2019, 464) en enkele aanverwante onderdelen van de Verzamelwet 2017 en de Verzamelwet 2018 (Stb. 2020, 57).
De artikelen 6, tweede lid, 8, 9, tweede lid, 12, tweede lid, onderdeel b, en artikel 17, onderdeel B, voor wat betreft artikel 10a, eerste en tweede lid, van de Wet arbeidsvoorwaarden gedetacheerde werknemers in de Europese Unie treden in werking met ingang van 1 maart 2020. Het Besluit van 3 december 2019 tot wijziging van het Besluit arbeidsvoorwaarden gedetacheerde werknemers in de Europese Unie, houdende regels over de persoonsgegevens die in verband met transnationale dienstverrichting worden verwerkt en de meldingsplicht voor dienstverrichters (Stb. 2019, 464) treedt in werking met ingang van 1 maart 2020. Artikel XVIIIa van de Verzamelwet SZW 2017 treedt in werking met ingang van 1 maart 2020. Artikel XIV van de Verzamelwet SZW 2018 treedt ten aanzien van de onderdelen D, E, F en G in werking met ingang van 1 maart 2020.
Besluit 6 februari 2020
In dit besluit wordt een nieuwe beleidsregel vastgesteld voor de boeteoplegging in het kader van de WagwEU onder gelijktijdige intrekking van de op 3 oktober 2016 vastgestelde beleidsregel (Stcrt. 2016, 53078). Aanleiding is de inwerkingtreding van artikel 8 WagwEU waarin de voorafgaande melding via het meldloket is geregeld. Om die reden is de beleidsregel, inclusief de boetenormbedragen, geheel herzien. Op een voor de inwerkingtreding van deze beleidsregel begane overtreding, waarvoor een nog niet in rechte vaststaande boete is opgelegd, wordt de voor de overtreder meest gunstige bepaling toegepast.
Regeling van 6 februari 2020 (WagwEU)
Met deze wijziging zijn nadere regels met betrekking tot de artikelen 8 en 9 van de WagwEU ingevoegd in de Regeling arbeidsvoorwaarden gedetacheerde werknemers in de Europese Unie en de Regeling melding Wet arbeid vreemdelingen.
Regeling van 6 februari 2020 (art. 10a Wet Avv)
Werknemers, die in het kader van transnationale dienstverrichting als bedoeld in artikel 1 WagwEU tijdelijk in Nederland arbeid verrichten, en wier arbeidsovereenkomst wordt beheerst door een ander recht dan het Nederlandse recht, hebben ten minste recht op de ‘harde kern’ van de Nederlandse arbeidsvoorwaarden en -omstandigheden. Deze ‘harde kern’ betreft ook de bepalingen over bepaalde onderwerpen in algemeen verbindend verklaarde cao’s. Het toezicht op de naleving van deze bepalingen berust bij sociale partners en paritaire handhavers. Zij kunnen zich onder bepaalde voorwaarden voor de benodigde informatie tot de Inspectie SZW wenden, op grond van artikel 10a van de Wet Avv.
Besluit 8 februari 2020
Dit besluit regelt de inwerkingtreding van artikel 8 van de WagwEU en enkele andere artikelen die samenhangen met de meldingsplicht ten aanzien van gedetacheerde werknemers en bepaalde zelfstandigen. Nu het mogelijk is om vanaf 1 maart 2020 digitaal te melden op grond van artikel 8 WagwEU, kan dit artikel in werking treden, met alle hiermee samenhangende bepalingen. Daarom regelt dit besluit tevens de inwerkingtreding van het Besluit van 3 december 2019 tot wijziging van het Besluit arbeidsvoorwaarden gedetacheerde werknemers in de Europese Unie, houdende regels over de persoonsgegevens die in verband met transnationale dienstverrichting worden verwerkt en de meldingsplicht voor dienstverrichters (Stb. 2019, 464).
ontwikkeling
05-01-2017
Wetsvoorstel met relevante ontwikkelingen
Ingediend bij de Tweede Kamer op 8 februari 2016. Besluit van 28 november 2016 tot uitvoering van de Wet arbeidsvoorwaarden gedetacheerde werknemers in de Europese Unie (Besluit arbeidsvoorwaarden gedetacheerde werknemers in de Europese Unie). De artikelen 1 tot en met 6, 9 en 10 van dit besluit treden in werking met ingang van 9 december 2016. De artikelen 7 en 8 van dit besluit treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.
In dit besluit zijn de volgende criteria vastgesteld om te beoordelen of op grond van de WagwEU
(1) een onderneming in het kader van transnationale dienstverrichting werknemers ter beschikking stelt:
- de plaats waar de onderneming haar statutaire zetel heeft en waar haar administratie wordt verricht;
- de plaats waar de onderneming kantoren heeft, belasting en socialezekerheidspremies betaalt en waar zij, indien van toepassing, een vergunning voor de uitoefening van een beroep heeft of als onderneming is ingeschreven in registers die door de bevoegde instanties kunnen worden geraadpleegd of bij beroepsorganisaties;
- de plaats waar gedetacheerde werknemers worden geworven en de plaats van waaruit ze worden gedetacheerd;
- het op de overeenkomsten van de onderneming met de gedetacheerde werknemer en met de dienstontvanger toepasselijke recht;
- de plaats waar de onderneming haar belangrijkste ondernemingsactiviteiten ontplooit en waar zij administratief personeel heeft;
- het aantal overeenkomsten van dienstverrichting die worden uitgevoerd of de grootte van de omzet in de lidstaat van vestiging;
- de aard van de werkzaamheden van de onderneming in de lidstaat waar zij is gevestigd; en
- of de werknemer rechtmatig verblijft en rechtmatig zijn hoofdactiviteit uitoefent in de lidstaat waar de onderneming is gevestigd.
(2) een werknemer een gedetacheerd werknemer is:
- de periode waarin het werk wordt verricht in een andere lidstaat;
- de datum waarop de detachering begint;
- de detachering vindt plaats in een andere lidstaat dan die waar of van waaruit de gedetacheerde werknemer gewoonlijk zijn arbeid verricht;
- de gedetacheerde werknemer keert na de beëindiging van de werkzaamheden of de dienstverrichting waarvoor hij was gedetacheerd, terug naar de lidstaat van waar of van waaruit hij is gedetacheerd of waar hij wordt geacht weer te gaan werken;
- de aard van de activiteiten;
- de dienstverrichter die de werknemer detacheert, draagt zorg voor het vervoer, kost en inwoning of accommodatie of hij betaalt de kosten hiervoor terug aan de gedetacheerde werknemer;
- de wijze waarop is voorzien in het vervoer, kost en inwoning of accommodatie en de wijze van terugbetaling, bedoeld in onderdeel f;
- alle eerdere tijdvakken waarin dezelfde of een andere gedetacheerde werknemer de betrokken werkzaamheden heeft verricht;
- een bewijs waaruit de bijdrage voor de toepasselijke socialezekerheidsregelingen blijkt;
- de plaats van waaruit, de wijze waarop en de frequentie waarmee feitelijk leiding wordt gegeven aan de werkzaamheden;
- wie de gedetacheerde persoon voor zijn arbeid betaalt en hoe deze betaling zich verhoudt tot het contract met de dienstverrichter en de dienstontvanger; en
- hoe er feitelijk toezicht wordt gehouden en leiding wordt gegeven aan de werkzaamheden en of hierbij sprake is van een gezagsverhouding.
in werking
04-07-2016
In werking getreden wetsvoorstel
Ingediend bij de Tweede Kamer op 8 februari 2016. Brief van de minister van SZW van 2 juni 2016. Wet van 1 juni 2016, houdende Regeling van de arbeidsvoorwaarden van gedetacheerde werknemers in verband met de implementatie van Richtlijn 2014/67/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 inzake de handhaving van de detacheringsrichtlijn en tot wijziging van de IMI-verordening over de administratieve samenwerking via het Informatiesysteem interne markt (Stb. 2016/219). De datum van in werking treden is nog niet bekend. Referendabiliteitsbesluit van 6 juni 2016 (Stcrt. 2016/29900). Besluit van 8 juni 2016 tot vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet arbeidsvoorwaarden gedetacheerde werknemers in de Europese Unie (Stb. 2016/220). De artikelen van de Wet arbeidsvoorwaarden gedetacheerde werknemers in de Europese Unie treden, onder toepassing van artikel 12, eerste lid, van de Wet raadgevend referendum, in werking met ingang van 18 juni 2016, met uitzondering van artikel 18a, dat met ingang van 1 juli 2016 in werking treedt en de artikelen 6, tweede lid, 8, 9, tweede lid, 12, tweede lid, onderdeel b, en 17, onderdeel B, voor zover het betreft artikel 10a, eerste en tweede lid.
In zijn brief informeert de minister over de kenmerken die in een amvb zullen worden opgenomen om postbusondernemingen en schijnzelfstandigheid te herkennen. In deze brief is voorts een transponeringstabel opgenomen, waaruit kan worden opgemaakt in welke artikelen de Richtlijn is geïmplementeerd.De wet strekt tot implementatie van de Handhavingsrichtlijn (2014/67/EU) en verbetering van de detacheringsrichtlijn. De Waga wordt ingetrokken. In de nieuwe wet worden de oude bepalingen in belangrijke mate aangevuld met bepalingen die de uitvoering en het toezicht op de naleving van de arbeidsvoorwaarden en arbeidsomstandigheden betreffen.In het kader van de WWZ-reparatie is de ketenbepaling van artikel 7:668a BW gewijzigd. De tussenpoos van ten hoogste zes maanden kan bij cao worden teruggebracht naar ten hoogste drie maanden voor functies waarin de werkzaamheden als gevolg van klimatologische of natuurlijke omstandigheden seizoensgebonden zijn en gedurende ten hoogste negen maanden per jaar kunnen worden verricht. Deze mogelijkheid zal niet gelden wanneer het functies betreft die volgtijdelijk door dezelfde werknemer kunnen worden vervuld en waarmee een aaneengesloten periode van negen maanden wordt overschreden.
ontwikkeling
06-06-2016
Wetsvoorstel met relevante ontwikkelingen
Ingediend bij de Tweede Kamer op 8 februari 2016. Gewijzigd voorstel van wet Eerste Kamer van 28 april 2016. Eindverslag van 24 mei 2016.
ontwikkeling
17-05-2016
Wetsvoorstel met relevante ontwikkelingen
Ingediend bij de Tweede Kamer op 8 februari 2016. Nota van wijziging van 22 maart 2016 en tweede nota van wijziging van 22 april 2016. Gewijzigde motie van het lid Ulenbelt van 28 april 2016.
In de nota van wijziging is onder meer verduidelijkt dat overeenkomstig de intentie van de handhavingsrichtlijn procedures op grond van de ketenaansprakelijkheidsbepalingen voor gedetacheerde werknemers ook daadwerkelijk voor de Nederlandse rechter kunnen plaats vinden. In de tweede nota van wijziging wordt voorgesteld te komen tot een wijziging van de ketenbepaling zoals opgenomen in artikel 7:668a BW. De voorgestelde wijziging houdt in dat de tussenpoos van ten hoogste zes maanden bij cao kan worden teruggebracht naar ten hoogste drie maanden voor functies waarin de werkzaamheden als gevolg van klimatologische of natuurlijke omstandigheden seizoensgebonden zijn en gedurende ten hoogste negen maanden per jaar kunnen worden verricht. Deze mogelijkheid zal niet gelden wanneer het functies betreft die volgtijdelijk door dezelfde werknemer kunnen worden vervuld en waarmee een aaneengesloten periode van negen maanden wordt overschreden.
wetsvoorstel
09-03-2016
Nieuw wetsvoorstel
Ingediend bij de Tweede Kamer op 8 februari 2016. Voorstel van wet en memorie van toelichting van 8 februari 2016.
Met dit wetsvoorstel wordt de Europese Handhavingsrichtlijn (2014/67/EU) omgezet in Nederlandse wet- en regelgeving. Met de implementatie van de handhavingsrichtlijn wordt in dit wetsvoorstel de Waga ingetrokken en worden in de nieuwe wet de oude bepalingen in belangrijke mate aangevuld met bepalingen die de uitvoering en het toezicht op de naleving van de arbeidsvoorwaarden en arbeidsomstandigheden betreffen. De (aanvullende) maatregelen uit de handhavingsrichtlijn zijn als volgt geïmplementeerd:
– in een AMvB zullen de in de richtlijn genoemde elementen ter identificatie van detachering en voorkoming van misbruik en omzeiling worden uitgewerkt;
– op een website kunnen sociale partners Nederlandstalige en Engelstalige informatie over de harde kern van de arbeidsvoorwaarden kenbaar maken en alle integrale teksten van alle geldende avv-besluiten en cao’s publiceren;
– er is een nadere explicitering opgenomen van de harde kern van de arbeidsvoorwaarden uit cao’s die bij algemeenverbindendverklaring ten minste dienen te worden toegepast door buitenlandse dienstverrichters op hun tijdelijk naar Nederland gedetacheerde werknemers;
– er wordt een systeem van gegevensuitwisseling ingericht;
– er komt een meldingsplicht voor ondernemingen en zelfstandigen die in Nederland een dienst komen verrichten. Dienstverrichters moeten dan voor aanvang van de werkzaamheden laten weten voor welke klus zij met welke personen op welke plek in welke periode aan de slag gaan;
– de dienstverrichter moet documenten zoals loonstroken, arbeidstijdenoverzichten, betalingsbewijzen, enzovoort op de werkplek beschikbaar te hebben;
– de dienstverrichter die één of meer werknemers detacheert naar Nederland dient een contactpersoon aan te wijzen als aanspreekpunt, die moet worden geregistreerd in het meldingssysteem;
– voor de ontvanger van de dienst wordt een verificatieplicht van de melding door de dienstverrichter ingevoerd. Deze dient te controleren of de melding is gedaan en de opgegeven personen te controleren;
– de Inspectie SZW wordt belast met het toezicht op naleving van de wet;
– op overtredingen van deze wet kan een bestuursrechtelijke boete worden opgelegd tot een maximum van € 20.250.
