Wetgeving
Wijziging Wet op de ondernemingsraden
Wijziging Wet op de ondernemingsradenin werking
03-10-2016
In werking getreden wetsvoorstel
Ingediend bij de Tweede Kamer op 23 december 2015. Besluit (Stb. 2016/331) van 7 september 2016 tot vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet van 22 juni 2016 tot wijziging van de Wet op de ondernemingsraden en de Pensioenwet in verband met de bevoegdheden van de ondernemingsraad inzake de arbeidsvoorwaarde pensioen (Stb. 2016/249). De wet treedt in werking met ingang van 1 oktober 2016.
De wet tot wijziging van de WOR inzake de arbeidsvoorwaarde pensioen brengt de volgende aanpassingen met zich:
- de OR krijgt instemmingsrecht op een voorgenomen besluit tot vaststelling, wijziging en intrekking van de pensioenovereenkomst, ongeacht waar deze pensioenovereenkomst is ondergebracht. Het voorgenomen besluit moet betrekking hebben op een regeling met betrekking tot een pensioenovereenkomst van alle of van een groep van de in de onderneming werkzame personen. Op basis van de huidige wet geldt het instemmingsrecht bij een voorgenomen wijziging alleen als de uitvoerder een verzekeraar is;
- het instemmingsrecht heeft en behoudt een subsidiair karakter. Er bestaat geen instemmingsrecht als een pensioenregeling inhoudelijk bij cao is geregeld of indien deze verplicht wordt uitgevoerd door een bedrijfstakpensioenfonds;
- ook onderdelen van de uitvoeringsovereenkomst worden onder het instemmingsrecht van de OR geschaard, namelijk voor zover het regelingen betreffen die direct van invloed zijn op de pensioenovereenkomst, zoals: (1) regelingen over de wijze waarop de premie wordt vastgesteld en (2) de maatstaven voor en de voorwaarden waaronder toeslagverlening plaatsvindt;
- de werkgever heeft een schriftelijke informatieplicht bij iedere vaststelling, wijziging of intrekking van een uitvoeringsovereenkomst;
- de OR heeft instemmingsrecht als de ondernemer de bevoegdheid tot wijziging van de pensioenovereenkomst wil overdragen aan het pensioenfondsbestuur;
- het instemmingsrecht van de ondernemingsraad op voorgenomen besluiten van de ondernemer om de pensioenregeling bij een pensioeninstelling uit een andere Lidstaat (EU/EER) of een verzekeraar met een zetel buiten Nederland onder te brengen wordt verankerd in de WOR in plaats van de Pensioenwet.
in werking
05-08-2016
In werking getreden wetsvoorstel
Ingediend bij de Tweede Kamer op 23 december 2015. Wet van 22 juni 2016 tot wijziging van de Wet op de ondernemingsraden en de Pensioenwet in verband met de bevoegdheden van de ondernemingsraad inzake de arbeidsvoorwaarde pensioen (Stb. 2016/249). Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.
De wet tot wijziging van de WOR inzake de arbeidsvoorwaarde pensioen brengt de volgende aanpassingen met zich:
- de OR krijgt instemmingsrecht op een voorgenomen besluit tot vaststelling, wijziging en intrekking van de pensioenovereenkomst, ongeacht waar deze pensioenovereenkomst is ondergebracht. Het voorgenomen besluit moet betrekking hebben op een regeling met betrekking tot een pensioenovereenkomst van alle of van een groep van de in de onderneming werkzame personen. Op basis van de huidige wet geldt het instemmingsrecht bij een voorgenomen wijziging alleen als de uitvoerder een verzekeraar is;
- het instemmingsrecht heeft en behoudt een subsidiair karakter. Er bestaat geen instemmingsrecht als een pensioenregeling inhoudelijk bij cao is geregeld of indien deze verplicht wordt uitgevoerd door een bedrijfstakpensioenfonds;
- ook onderdelen van de uitvoeringsovereenkomst worden onder het instemmingsrecht van de OR geschaard, namelijk voor zover het regelingen betreffen die direct van invloed zijn op de pensioenovereenkomst zoals: (1) regelingen over de wijze waarop de premie wordt vastgesteld en (2) de maatstaven voor en de voorwaarden waaronder toeslagverlening plaatsvindt;
- de werkgever heeft een schriftelijke informatieplicht bij iedere vaststelling, wijziging of intrekking van een uitvoeringsovereenkomst;
- de OR heeft instemmingsrecht als de ondernemer de bevoegdheid tot wijziging van de pensioenovereenkomst wil overdragen aan het pensioenfondsbestuur;
ontwikkeling
04-07-2016
Wetsvoorstel met relevante ontwikkelingen
Ingediend bij de Tweede Kamer op 23 december 2015. Amendement van het lid Ulenbelt van 1 juni 2016. Brief van de staatssecretaris van SZW en tweede nota van wijziging van 7 juni 2016. Gewijzigd voorstel van wet van 7 juni 2016 en eindverslag van 14 juni 2016. Referendabiliteitsbesluit wijziging van de Wet op de ondernemingsraden en de Pensioenwet in verband met de bevoegdheden van de ondernemingsraad inzake de arbeidsvoorwaarde pensioen van 24 juni 2016 (Stcrt. 2016/33898).
In de tweede nota van wijziging wordt de terminologie van artikel 27 WOR aangepast aan de terminologie in de Pensioenwet. In zijn brief zegt de minister voorts toe de SER om advies te zullen vragen over de medezeggenschap ten aanzien van pensioen in kleine bedrijven.
ontwikkeling
06-06-2016
Wetsvoorstel met relevante ontwikkelingen
Ingediend bij de Tweede Kamer op 23 december 2015. Nota van wijziging van 20 april 2016.
In de nota van wijziging worden de volgende artikelen aangepast:
artikel 27 lid 3 WOR
– uitgangspunt blijft dat er geen instemming vereist is voor aangelegenheden waarbij de ondernemer geen zeggenschap heeft en waarbij derhalve geen sprake kan zijn van een voorgenomen besluit van de ondernemer. Dit wordt in het derde lid expliciet gemaakt voor de situatie dat sprake is van verplichte deelneming aan een bedrijfstakpensioenfonds. Voor wijziging van de pensioenregeling geldt in beginsel hetzelfde. Er is geen instemmingsrecht indien de ondernemer geen mogelijkheden heeft om zelfstandig de regeling te wijzigen;
artikel 27 lid 7 WOR
– het uitvoeringsreglement wordt beperkt tot het uitvoeringsreglement dat door de pensioenuitvoerder wordt opgesteld voor de uitvoering van pensioenovereenkomsten voor zijn eigen personeel;
– het woord ‘direct’ wordt geschrapt omdat dit tot verwarring kan leiden. Instemming kan vereist zijn voor alle aangelegenheden in de uitvoeringsovereenkomst of uitvoeringsreglement die invloed hebben op de arbeidsvoorwaarde pensioen;
– de keuze van de ondernemer voor onderbrenging bij een bepaalde uitvoerder wordt toegevoegd aan de (niet limitatieve) opsomming van onderwerpen opgenomen in de uitvoeringsovereenkomst die van invloed zijn op de pensioenovereenkomst.
wetsvoorstel
03-02-2016
Nieuw wetsvoorstel
Ingediend bij de Tweede Kamer op 23 december 2015. Voorstel van wet en memorie van toelichting van 23 december 2015.
Op grond van de huidige regeling in de WOR heeft de OR geen instemmingsrecht bij een wijziging van de pensioenregeling. In dit wetsvoorstel wordt aan de OR instemmingsrecht gegeven voor voorgenomen besluiten tot vaststelling, wijziging of intrekking van regelingen met betrekking tot een pensioenovereenkomst. Hiermee is op grond van artikel 27 lid 1 WOR ook instemmingsrecht vereist indien er sprake is van een voorgenomen besluit tot vaststelling, wijziging of intrekking van een pensioenregeling die wordt uitgevoerd door een pensioenfonds. Het voorgenomen besluit moet betrekking hebben op een regeling met betrekking tot een pensioenovereenkomst van alle of van een groep van de in de onderneming werkzame personen. Het instemmingsrecht is niet van toepassing:
– indien de betrokken aangelegenheid inhoudelijk is geregeld in een cao of een regeling van arbeidsvoorwaarden vastgesteld door een publiekrechtelijk orgaan;
– de pensioenovereenkomst is ondergebracht bij een verplicht gesteld bedrijfstakpensioenfonds, voor het deel van de pensioenovereenkomst dat door dat fonds verplicht wordt uitgevoerd.
Onder ‘regelingen met betrekking tot een pensioenovereenkomst’ wordt ook verstaan arbeidsvoorwaardelijke aspecten die zijn opgenomen in de uitvoeringsovereenkomst zoals de wijze waarop de premie wordt vastgesteld en een regeling over toeslagverlening. In artikel 27 lid 8 WOR wordt geregeld dat de OR ook een instemmingsrecht krijgt bij het voornemen van de ondernemer om de pensioenovereenkomsten onder te brengen bij een pensioeninstelling uit een andere lidstaat of bij een verzekeraar met zetel buiten Nederland. In artikel 31f WOR is een informatieplicht opgenomen.
