Wetgeving
Wijziging Ontslagregeling en Regeling UWV ontslagprocedure
Regeling van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 7 december 25, 2015-0000300381, tot wijziging van de Ontslagregeling en de Regeling UWV ontslagprocedure in verband met de Verzamelwet SZW 2016 en technische aanpassingenoverige ontwikkelingen
04-01-2016
Overige ontwikkelingen
Regeling van 7 december 2015. Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2016. Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
De wijzigingen van de Ontslagregeling en de Regeling UWV ontslagprocedure betreffen technische aanpassingen mede naar aanleiding van de Verzamelwet SZW 2016.
– In het kader van de herplaatsing als bedoeld in artikel 7:669 lid 1 BW wordt ook de arbeidsplaats betrokken van de oproepkracht als bedoeld in artikel 7:628a BW.
– In artikel 11 lid 1 komt de aparte categorie van AOW-gerechtigden te vervallen en wordt in lid 2 geregeld in welke volgorde de arbeidsrelaties moeten worden beëindigd van de werknemers van wie de arbeidsrelatie op grond van artikel 7:671a, vijfde lid, BW eerst moet worden beëindigd. Dat betreft, in volgorde van de lengte van het dienstverband, eerst de werknemers die de AOW-gerechtigde leeftijd hebben bereikt, dan de werknemers bedoeld in artikel 7:628a BW (oproepkrachten) en dan de werknemers van wie de resterende duur van het dienstverband minder bedraagt dan 26 weken.
– In artikel 11 lid 3 onderdeel a wordt geregeld dat als toepassing van lid 1 geen uitsluitsel geeft over de voor ontslag in aanmerking te brengen werknemers, omdat in de berekening van de afspiegeling twee of meer leeftijdscategorieën aangemerkt worden waarbinnen een werknemer voor ontslag in aanmerking komt, werknemers uit die leeftijdscategorieën worden samengenomen. Vervolgens komt de werknemer met het kortste dienstverband dan voor ontslag in aanmerking.
– In artikel 11 lid 3 onderdeel b wordt geregeld dat als in een bepaalde leeftijdscategorie – of bij het van toepassing zijn van onderdeel a – de duur van het dienstverband van meerdere werknemers gelijk is, de werkgever beslist welke van deze werknemers voor ontslag in aanmerking komen. Net als nu het geval dient de werkgever zijn keuze wel te motiveren.
– Een werkgever moet eerst afscheid nemen van (payroll)werknemers die werkzaam zijn op arbeidsplaatsen die komen te vervallen wier arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd nog maximaal 26 weken duurt. Artikel 17 is in die zin gewijzigd dat de periode van 26 weken aanvangt op de dag waarop wordt beslist op het verzoek om toestemming voor de opzegging van de arbeidsovereenkomst (in plaats van de dag van indiening van een verzoek om toestemming).
– Met de Verzamelwet SZW 2016 is in de artikelen 7:673a en 7:673d BW een aanpassing gedaan ten aanzien van het referentiejaar waarvan over de tweede helft van het jaar het gemiddeld aantal werknemers wordt berekend om te bezien of sprake is van een werkgever met gemiddeld minder dan 25 werknemers. Voor de berekening van het gemiddelde aantal werknemers in de tweede helft van een kalenderjaar, is waar mogelijk, het moment waarop de ontslagprocedure is gestart, bepalend.
De regeling geldt met ingang van 1 januari 2016, maar op basis van overgangsrecht geldt dat op verzoeken om toestemming voor opzegging en ontbinding van de arbeidsovereenkomst die zijn ingediend voor 1 juli 2016 het oude recht van toepassing blijft indien de peildatum, bedoeld in artikel 12 lid 2 Ontslagregeling gelegen is vóór 1 januari 2016.
