Wetgeving
Regeling van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 30 november 2015, 2015-0000292749, tot wijziging van de Gelijkstellingsregeling arbeidsuren en enkele andere ministeriële regelingen in verband met het vervallen van de fictieve opzegtermijn
Regeling van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 30 november 2015, 2015-0000292749, tot wijziging van de Gelijkstellingsregeling arbeidsuren en enkele andere ministeriële regelingen in verband met het vervallen van de fictieve opzegtermijnoverige ontwikkelingen
04-01-2016
Overige ontwikkelingen
Regeling van 30 november 2015. Deze regeling treedt in werking op het tijdstip waarop artikel X, onderdelen Aa, Ab en I, van de Verzamelwet SZW 2016 in werking treedt.
In de Verzamelwet SZW 2016 zijn aan artikel 19 van de WW een nieuw lid 3 en 4 toegevoegd. Hierin is geregeld dat het recht op een WW-uitkering niet eerder kan ontstaan dan nadat de rechtens geldende opzegtermijn is verstreken en dat als er sprake is van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd die tussentijds is opgezegd er geen recht bestaat tot het tijdstip waarop die overeenkomst zou zijn verstreken. Tot de inwerkingtreding van voornoemde artikelleden werd verwezen naar de Gelijkstellingsregeling arbeidsuren waarin was geregeld dat een eventuele schadeloosstelling of vergoeding vanwege het voortijdig beëindigen van de dienstbetrekking – via een bepaalde formule – werd omgerekend naar arbeidsuren. Daardoor ontstond direct na het einde van de dienstbetrekking geen recht op een WW-uitkering, omdat er geen sprake was van arbeidsurenverlies. Vanwege de nieuwe leden 3 en 4 van artikel 19 WW zijn de bedoelde bepalingen in de Gelijkstellingsregeling niet meer nodig. In de onderhavige regeling wordt voorts geregeld dat de werknemer verzekerd blijft gedurende de niet in acht genomen opzegtermijn.
