Wetgeving
Wet verbetering hybride markt WGA
Wijziging van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, de Wet financiering sociale verzekeringen en enkele andere wetten in verband met verbetering van de hybride markt van de regeling Werkhervatting gedeeltelijk arbeidsgeschiktenontwikkeling
03-10-2016
Wetsvoorstel met relevante ontwikkelingen
Ingediend bij de Tweede Kamer op 9 november 2015. Brief van de minister van SZW van 12 september 2016.
In zijn brief geeft de minister een toelichting op:
- het besluit niet in te gaan op de motie waarin verzocht is de IVA toe te voegen aan de hybride WGA-markt;
- de onderhandelingen over een regeling als gevolg waarvan bij faillissement van een eigenrisicodrager de oorspronkelijke verzekeraar van deze eigenrisicodrager de re-integratieactiviteiten kan voortzetten;
- het besluit om nog langer een aparte maximumpremiegrens voor de uitzendsector te hanteren.
in werking
04-07-2016
In werking getreden wetsvoorstel
Ingediend bij de Tweede Kamer op 9 november 2015. Wet 1 juni 2016 tot wijziging van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, de Wet financiering sociale verzekeringen en enkele andere wetten in verband met verbetering van de hybride markt van de regeling Werkhervatting gedeeltelijk arbeidsgeschikten (Wet verbetering hybride markt WGA) (Stb. 2016/221). Referendabiliteitsbesluit van 6 juni 2016 (Stcrt. 2016/29892). Besluit van 8 juni 2016 tot vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet verbetering hybride markt WGA (Stb. 2016/222). De artikelen van de Wet verbetering hybride markt WGA treden, met uitzondering van artikel II, onderdeel F, onder 1, in werking met ingang van 1 januari 2017. Artikel II, onderdeel F, onder 1, treedt onder toepassing van artikel 12, eerste lid, van de Wet raadgevend referendum in werking met ingang van 18 juni 2016. Besluit van 8 juni 2016 tot wijziging van het Besluit Wfsv en het Besluit SUWI in verband met de gewijzigde premie-opbouw ten behoeve van de Werkhervattingskas en verbetering van de hybride markt WGA (Stb. 2016/223). De onderdelen van dit besluit die samenhangen met de Wet beperking ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid vangnetters en de Wet verbetering hybride markt WGA treden in werking met ingang van 1 januari 2017. Artikel I, onderdeel D, treedt in werking met ingang van 1 juli 2016. Artikel I, onderdeel U, treedt in werking met ingang van het tijdstip dat artikel 5.1 van de Wet tegemoetkomingen loondomein in werking treedt. De beoogde inwerkingtredingsdatum van dit artikel is 1 januari 2018. Artikel II treedt in werking met ingang van 18 juni 2016 en werkt terug tot en met 1 januari 2016 (zie hiervoor ook de artikelsgewijze toelichting bij artikel II).
De wet beoogt de onevenwichtigheid in de markt tussen UWV en private verzekeraars door de verschillen tussen het omslagstelsel van het UWV en het kapitaaldekkingsstelsel van private verzekeraars zoveel mogelijk gelijk te trekken. De publieke staartlasten van middelgrote en grote werkgevers die na een periode van publieke verzekering bij UWV voor het WGA-risico kiezen voor eigenrisicodragerschap (‘ERD’) worden niet meer meegenomen bij de afbakening van het eigenrisico van werkgevers die de overstap naar ERD maken, waardoor deze werkgevers hun lopende WGA-lasten niet hoeven af te financieren. Voorts zullen werkgevers die terugkeren in het publieke bestel bij UWV een premie betalen die meer vergelijkbaar is met een premie die zij zouden betalen bij een private verzekeraar. Werkgevers die vanaf 1 januari 2017 eigenrisicodrager willen worden of blijven moeten op grond van artikel 40 Wfsv uiterlijk op 1 oktober 2016 een garantieverklaring voor het gehele WGA-risico overleggen die is ondertekend door één garantsteller die het gehele WGA-risico dekt. Deze termijn zal éénmalig worden verlengd voor werkgevers die al eigenrisicodrager zijn voor de WGA-vast. Voor werkgevers die vanuit de publieke verzekering per 1 januari 2017 eigenrisicodrager willen worden blijft de geldende termijn van kracht.
ontwikkeling
06-06-2016
Wetsvoorstel met relevante ontwikkelingen
Ingediend bij de Tweede Kamer op 9 november 2015. Memorie van antwoord van 17 mei 2016 en eindverslag van 24 mei 2016. Brief van de minister van SZW van 27 mei 2016.
Werkgevers die vanaf 1 januari 2017 eigenrisicodrager willen worden of blijven moeten op grond van artikel 40 Wfsv uiterlijk op 1 oktober 2016 een garantieverklaring voor het gehele WGA-risico overleggen die is ondertekend door één garantsteller die het gehele WGA-risico dekt. Deze termijn zal eenmalig worden verlengd voor werkgevers die al eigenrisicodrager zijn voor de WGA-vast. Deze verlenging zal via de Verzamelwet SZW 2017 met terugwerkende kracht in wetgeving worden vastgelegd. Voor werkgevers die vanuit de publieke verzekering per 1 januari 2017 eigenrisicodrager willen worden blijft de geldende termijn van kracht.
ontwikkeling
17-05-2016
Wetsvoorstel met relevante ontwikkelingen
Ingediend bij de Tweede Kamer op 9 november 2015. Voorlopig verslag van de vaste commissie voor SZW d.d. 19 april 2016. Brief van de minister van SZW van 29 april 2016.
Vanaf 1 januari 2017 moeten werkgevers kiezen voor publieke verzekering of voor eigenrisicodragen voor hun totale WGA-lasten van vast en tijdelijk personeel (vangnetters). Dit betekent dat er in de publieke verzekering één premie gaat gelden voor samengevoegde WGA-vast en -flex-risico’s. Voor kleine werkgevers heeft de samenvoeging in de premiestelling geen invloed op de hoogte van de WGA-premie die zij betalen. Kleine werkgevers betalen een sectorale premie voor zowel WGA-vast als WGA-flex. Voor middelgrote en grote werkgevers kunnen wel premiegevolgen optreden. Vanaf 1 januari 2017 betalen grote en middelgrote werkgevers voor de WGA publiek verzekerd zijn, één (gedeeltelijk) gedifferentieerde premie die gebaseerd is op hun WGA-vast- en WGA-flex-risico gezamenlijk. Doordat vanaf 2017 de maximumpremie gaat gelden voor de WGA-totaalpremie kan de WGA-totaalpremie voor deze werkgevers op een hoger niveau liggen dan de huidige optelsom van de WGA-vast- en WGA-flexpremie.
wetsvoorstel
07-12-2015
Nieuw wetsvoorstel
Ingediend bij de Tweede Kamer op 9 november 2015. Voorstel van wet en memorie van toelichting van 9 november 2015.
Door middel van dit wetsvoorstel wordt de financieringswijze aangepast van de zogenaamde publieke staartlasten van middelgrote en grote werkgevers die na een periode van publieke verzekering bij UWV voor het WGA-risico kiezen voor eigenrisicodragerschap (‘ERD’). De publieke staartlasten zijn de nog doorlopende WGA-lasten van werknemers die een WGA-uitkering ontvangen of die ziek zijn en op termijn een WGA-uitkering zullen ontvangen, nadat een werkgever van de publieke verzekering bij UWV is overgestapt naar ERD. Daartoe worden twee maatregelen voorgesteld:
– de publieke staartlasten worden niet meer meegenomen bij de afbakening van het eigenrisico van werkgevers die de overstap naar ERD maken;
– de wijze waarop de individuele premie wordt vastgesteld wordt aangepast, in die zin dat naast de lopende uitkeringslasten, ook de publieke staartlasten worden meegenomen (volledig historisch overzicht) bij de vaststelling van de hoogte van de premie.
