Wetgeving
Wijziging Regeling looncomponenten en arbeidsduur
Regeling van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 5 oktober 2015, 2015-0000259776, tot wijziging van de Regeling looncomponenten en arbeidsduur in verband met de verduidelijking van de duur van de periode van verlof, staking of ziekteoverige ontwikkelingen
09-11-2015
Overige ontwikkelingen
Regeling van 5 oktober 2015. Deze regeling treedt in werking met ingang van 14 oktober 2015.
Uit het Besluit loonbegrip vergoeding aanzegtermijn en transitievergoeding (hierna: het Besluit) volgt dat het loon de basis voor de berekening van de vergoeding voor het niet nakomen van de aanzegtermijn en de transitievergoeding vormt. Dit wordt berekend door het bruto uurloon te vermenigvuldigen met de overeengekomen arbeidsduur per maand en als de arbeidsduur niet vaststaat dan wordt het loon berekend over de gemiddelde arbeidsduur in de twaalf maanden voorafgaand aan het moment waarop de arbeidsovereenkomst eindigt. De Regeling looncomponenten en arbeidsduur voorziet er onder meer in dat voor de berekening van de gemiddelde arbeidsduur perioden van verlof, staking of ziekte buiten beschouwing worden gelaten. Als dergelijke perioden optellen tot een maand of langer, dient voorverlenging plaats te vinden van de hiervoor genoemde periode van twaalf maanden. Onder ‘maand’ wordt verstaan kalendermaand. Dit begrip is onvoldoende duidelijk, nu een kalendermaand zowel een periode van 28, 29, 30 of 31 dagen kan inhouden. In de onderhavige regeling wordt in artikel 2 lid 2 ‘een maand’ vervangen door ‘30 dagen’. Tevens is verduidelijkt dat het gaat om het totaal van de perioden waarin de werknemer niet werkte wegens ziekte, staking of verlof. Deze perioden worden samengeteld. In lijn met deze wijziging is artikel 2 lid 2 aangepast in die zin dat de periode van 12 maanden wordt voorverlengd met een kalendermaand bij een periode van 30 dagen afwezigheid (als gevolg van ziekte, verlof of staking). Het gaat hierbij om kalenderdagen. Voorverlenging met nog een kalendermaand is pas aan de orde als nog een periode van 30 dagen van afwezigheid zich voordoet. Dit betekent dat pas bij een periode van 60 dagen van afwezigheid een voorverlening van twee kalendermaanden plaatsvindt.
