Wetgeving
Wet beperking ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid vangnetters
Wijziging van de Ziektewet en enige andere wetten om ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid van vangnetters te beperkenwetsvoorstel
13-10-2015
Nieuw wetsvoorstel
Voorstel van wet en memorie van toelichting van 23 april 2012.
Met dit wetsvoorstel wordt de activerende werking van de ZW versterkt teneinde te bewerkstelligen dat het langdurig ziekteverzuim en de instroom in de wet WIA van degenen met een uitkering op grond van de ZW wordt teruggebracht. Onder vangnetters wordt verstaan degenen die:
1. geen werkgever (meer) hebben, zoals zieke WW-gerechtigden, zieke uitzendkrachten en zieke werknemers van wie hun dienstverband afloopt tijdens ziekte;
2. een werkgever hebben maar een hoog ziekterisico hebben (no-riskpolis, orgaandonoren en zwangere vrouwen).
Voor de onder 1 genoemde groep worden de volgende maatregelen voorgesteld:
– Door aanpassing van het ZW-criterium worden de voorwaarden voor het recht op ziekengeld aangescherpt na het eerste ziektejaar. Het thans geldende criterium, waarbij ‘zijn arbeid’ (de laatstelijk verrichte arbeid) als maatstaf geldt, wordt vervangen door het criterium zoals dat nu al geldt op grond van de Wet WIA. Daarbij geldt het kunnen verrichten van algemeen geaccepteerde arbeid als maatstaf. Na het eerste ziektejaar wordt dus beoordeeld of de vangnetter in staat is om meer dan 65% van zijn maatmaninkomen te verdienen met het verrichten van algemeen geaccepteerde arbeid. Is dat het geval, dan heeft de betrokkene geen recht meer op een ZW-uitkering, omdat hij niet als arbeidsongeschikt in de zin van de ZW wordt beschouwd. De betrokkene kan dan immers andere – dan zijn eigen – arbeid verrichten. Er bestaat overigens evenmin recht meer op een ZW-uitkering als de betrokkene weer in staat is tot het verrichten van zijn eigen arbeid.
– Invoering van een arbeidsverledeneis. Analoog aan de Wet WIA wordt in dit wetsvoorstel geregeld dat het recht op ziekengeld wordt opgedeeld in twee delen, een loongerelateerde uitkering en een minimumuitkering. De basisduur van het loongerelateerde ziekengeld bedraagt drie maanden. Deze basisduur wordt verlengd met één maand voor ieder volledig kalenderjaar dat het arbeidsverleden de duur van drie kalenderjaren overstijgt. Tijdens deze fase bedraagt het ziekengeld 70% van het laatstverdiende loon. De totale duur van deze loongerelateerde fase bedraagt maximaal 104 weken (zijnde de maximale ZW-duur). Na afloop van de periode van het loongerelateerde ziekengeld, wordt het ziekengeld voor de resterende periode gerelateerd aan het WML. Het ziekengeld bedraagt dan 70% van het WML.
– De re-integratie- en sollicitatieverplichtingen voor ZW-gerechtigden worden aangescherpt, conform de verplichtingen die opgenomen zijn in de WGA. Hiermee wordt een snellere werkhervatting van de ZW-gerechtigde beoogd.
– Voor het UWV de mogelijkheid wordt gecreëerd om convenanten af te sluiten met werkgevers en sectoren, die gericht zijn op werkhervatting van ZW-gerechtigden. De maximale periode van proefplaatsing verruimd tot zes maanden.
ontwikkeling
13-10-2015
Wetsvoorstel met relevante ontwikkelingen
Voorstel van wet en memorie van toelichting van 23 april 2012. Nota naar aanleiding van het verslag van 21 juni 2012. Nota van wijziging van 21 juni 2012. Tweede nota van wijziging van 2 juli 2012. Moties en amendementen van 3,4 en 5 juli 2012. Gewijzigd voorstel van wet van 5 juli 2012.
In aanvulling op het de signalering wetgeving mei/juni worden in dit wetsvoorstel ook voorstellen gedaan voor een andere financiering van ZW en WGA teneinde werkgevers meer financieel te prikkelen. Dit gebeurt door aanpassingen in de financieringssystematiek voor ZW en WGA met als doel de activerende werking te versterken en langdurig ziekteverzuim en instroom in de WIA van flexwerkers tegen te gaan. Dit gebeurt in twee stappen: per 2014 wordt in de bestaande hybride en publieke verzekeringsstelsels voor ZW en WGA-flex voor grote werkgevers (loonsom>100 maal de gemiddelde loonsom) individuele premiedifferentiatie geïntroduceerd. Voor kleine werkgevers gaat een sectoraal bepaalde premie gelden en voor middelgrote bedrijven een tussenvorm. In 2016 wordt de premiestelling WGA – flex en WGA – vast samengevoegd: werkgevers kunnen dan kiezen voor publieke verzekering met premiedifferentiatie of uit het publieke bestel te treden en eigenrisicodrager te worden voor hun totale WGA-lasten met de mogelijkheid van private verzekering.In de nota van wijziging worden onder andere een aantal voorwaarden voor het al dan niet doorbetalen van ziekengeld na 52 weken verder aangescherpt (als een werknemer na het eerste ziektejaar met het verrichten van algemeen geaccepteerde arbeid meer kan verdienen dan 65% van zijn maatmaninkomen heeft hij in principe geen aanspraak meer op ziekengeld) en is een bepaling opgenomen die het mogelijk maakt voor een vangnetter om gedurende de periode dat hij recht heeft op ziekengeld een verkorte aanvraag voor de WIA te doen. In de tweede nota van wijziging is onder andere opgenomen dat de beoordeling van de mate van arbeidsongeschiktheid na 52 weken ook bij de eigenrisicodrager voor de ZW uitsluitend de taak van het UWV is.
in werking
13-10-2015
In werking getreden wetsvoorstel
De Wet van 4 oktober 2012 tot wijziging van de Ziektewet en enige andere wetten om ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid van vangnetters te beperken (Wet beperking ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid vangnetters) is gepubliceerd in Stb. 2012, 464. De datum van inwerkingtreding is nog niet bekend.
Met deze wet wordt de activerende werking van de ZW versterkt teneinde te bewerkstelligen dat het langdurig ziekteverzuim en de instroom in de wet WIA van degenen met een uitkering op grond van de ZW wordt teruggebracht. Deze wet ziet alleen op de vangnetters die geen werkgever (meer) hebben, zoals zieke WW-gerechtigden, zieke uitzendkrachten en zieke werknemers van wie hun dienstverband afloopt tijdens ziekte. De vangnetters die een werkgever hebben maar een hoog ziekterisico hebben (no-riskpolis, orgaandonoren en zwangere vrouwen) zijn uitdrukkelijk van deze wet uitgezonderd.
– Door aanpassing van het ZW-criterium worden de voorwaarden voor het recht op ziekengeld aangescherpt na het eerste ziektejaar. Het thans geldende criterium, waarbij ‘zijn arbeid’ (de laatstelijk verrichte arbeid) als maatstaf geldt, wordt vervangen door het criterium zoals dat nu al geldt op grond van de Wet WIA. Daarbij geldt het kunnen verrichten van algemeen geaccepteerde arbeid als maatstaf. Na het eerste ziektejaar wordt dus beoordeeld of de vangnetter in staat is om meer dan 65% van zijn maatmaninkomen te verdienen met het verrichten van algemeen geaccepteerde arbeid. Is dat het geval, dan heeft de betrokkene geen recht meer op een ZW-uitkering, omdat hij niet als arbeidsongeschikt in de zin van de ZW wordt beschouwd. De betrokkene kan dan immers andere – dan zijn eigen – arbeid verrichten. Er bestaat overigens evenmin recht meer op een ZW-uitkering als de betrokkene weer in staat is tot het verrichten van zijn eigen arbeid.
– Invoering van een arbeidsverledeneis. Analoog aan de Wet WIA wordt in dit wetsvoorstel geregeld dat het recht op ziekengeld wordt opgedeeld in twee delen, een loongerelateerde uitkering en een minimumuitkering. De basisduur van het loongerelateerde ziekengeld bedraagt drie maanden. Deze basisduur wordt verlengd met één maand voor ieder volledig kalenderjaar dat het arbeidsverleden de duur van drie kalenderjaren overstijgt. Tijdens deze fase bedraagt het ziekengeld 70% van het laatstverdiende loon. De totale duur van deze loongerelateerde fase bedraagt maximaal 104 weken (zijnde de maximale ZW-duur). Na afloop van de periode van het loongerelateerde ziekengeld, wordt het ziekengeld voor de resterende periode gerelateerd aan het WML. Het ziekengeld bedraagt dan 70% van het WML.
– De totale duur van de loongerelateerde fase en de periode gerelateerd aan de WML bedraagt maximaal 104 weken.
– De re-integratie- en sollicitatieverplichtingen voor ZW-gerechtigden worden aangescherpt, conform de verplichtingen die opgenomen zijn in de WGA. Hiermee wordt een snellere werkhervatting van de ZW-gerechtigde beoogd.
– Voor het UWV de mogelijkheid wordt gecreëerd om convenanten af te sluiten met werkgevers en sectoren, die gericht zijn op werkhervatting van ZW-gerechtigden. De maximale periode van proefplaatsing verruimd tot zes maanden.
– Voorgenomen datum inwerkingtreding: 1 januari 2013.
– In 2014 wordt voor grote werkgevers een individuele premiedifferentiatie geïntroduceerd voor de ZW en de WGA premie voor vangnetters (WGA-flex) en voor kleine werkgevers een sectorale premie. Middelgrote werkgevers gaan een combinatie premie betalen. Werkgevers hebben de mogelijkheid om eigenrisicodrager (ERD) te worden voor de ZW (en dit eventueel te verzekeren).
– In 2016 wordt de premiestelling voor de WGA voor vaste werknemers (WGA-vast) en de WGA-flex samengevoegd. Werkgevers kunnen vanaf dit moment kiezen voor het publieke stelsel met een gedifferentieerde premie WGA-vast en flex of voor ERD (en dit eventueel te verzekeren). De mogelijkheid om ERD voor de ZW blijft bestaan.
in werking
13-10-2015
In werking getreden wetsvoorstel
De Wet van 4 oktober 2012 tot wijziging van de Ziektewet en enige andere wetten om ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid van vangnetters te beperken (Wet beperking ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid vangnetters) is gepubliceerd in Stb. 2012, 464. (1) De artikelen I, met uitzondering van onderdeel D, onder 1, onderdeel E, voor zover het betreft de artikelen 29e en 29f, onderdeel F, onder 2, onderdeel K, onder 2, voor zover het betreft de in het zesde lid opgenomen zinsnede die luidt «en verstrekt het de informatie over het arbeidsverleden, bedoeld in artikel 33d van de Wet structuur uitvoerings- organisatie werk en inkomen, in verband met de uitvoering van artikel 29f kosteloos aan de eigenrisicodrager», onderdeel Oa, onderdeel Q, voor zover het betreft artikel 100, derde lid, en 101, tweede lid, III, met uitzondering van de onderdelen C, D, E en F, IV, V, VI, VII en VIII, met uitzondering van onderdeel 2, van de Wet beperking ziekteverzuim en Arbeidsongeschiktheid vangnetters treden in werking met ingang van 1 januari 2013. (2) Artikel II van de Wet beperking ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid vangnetters treedt in werking met ingang van 1 januari 2014, met uitzondering van de onderdelen E, onder 3, 4, 5, 7 en 8, F, H, voor zover artikel 43 en 44 vervallen, L, onder 1 en 3, M, onder 4, voor zover «105, eerste en derde lid» wordt vervangen door «105, eerste lid», N, onder 2, voor zover het derde lid vervalt, en R, onder 5, het nieuwe onderdeel v, die in werking treden met ingang van 1 januari 2013. (3) De artikelen I, onderdeel D, onder 1, onderdeel E, voor zover het betreft de artikelen 29e en 29f, onderdeel F, onder 2, onderdeel K, onder 2, voor zover het betreft de in het zesde lid opgenomen zinsnede die luidt «en verstrekt het de informatie over het arbeidsverleden, bedoeld in artikel 33d van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, in verband met de uitvoering van artikel 29f kosteloos aan de eigenrisicodrager», onderdeel Oa, onderdeel Q, voor zover het betreft artikel 100, derde lid, en 101, tweede lid, III, onderdelen C, onder 1, D, E en F, VIII, onder 2, en IX van de Wet beperking ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid vangnetters treden in werking met ingang van 1 januari 2014. (4) Artikel III, onderdeel C, onder 2, van de Wet beperking ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid vangnetters treedt in werking met ingang van 1 januari 2016 (Stb. 2012, 483).
Zie de signalering september/oktober 2012.
