Wetgeving
Modernisering regelingen voor verlof en arbeidstijden
Modernisering regelingen voor verlof en arbeidstijdenontwikkeling
05-01-2017
Wetsvoorstel met relevante ontwikkelingen
Ingediend bij de Tweede Kamer op 8 augustus 2011. Brief van de minister van SZW van 16 december 2016.
In zijn brief evalueert de minister van SZW de in de kabinetsperiode genomen maatregelen ter bevordering van het combineren van werk en zorg. Nu grote delen van het stelsel zijn gemoderniseerd en beter aansluiten op de toegenomen arbeid- en zorgverantwoordelijkheden, wordt de aandacht gelegd op ondersteunende maatregelen om maatwerkafspraken tussen werkgever en werknemer op de werkvloer en tussen partners te faciliteren. De volgende nieuwe stappen zullen worden gezet:
- een wetsvoorstel dat voorziet in de uitbreiding van 3 dagen betaald kraamverlof voor partners/vaders via UWV;
- een wetsvoorstel ter verbetering van kwaliteit en toegankelijkheid van de kinderopvang.
ontwikkeling
04-01-2016
Wetsvoorstel met relevante ontwikkelingen
Ingediend bij de Tweede Kamer op 8 augustus 2011. Wet van 17 december 2014, houdende modernisering regelingen voor verlof en arbeidstijden. Besluit van 10 december 2015 tot vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van enige onderdelen van de Wet van 17 december 2014, houdende modernisering regelingen voor verlof en arbeidstijden (Stb. 565) en enige onderdelen van de Verzamelwet SZW 2016 (Stb. 518). Artikel I, onderdeel C, onder 1 en 2, van de Wet van 17 december 2014, houdende modernisering regelingen voor verlof en arbeidstijden (Stb. 565) treedt in werking met ingang van 1 april 2016.
Met ingang van 1 april wordt artikel 3:1 van de Warzo als volgt aangepast:
- lid 2: eerste volzin, na ‘vermoedelijke datum van bevalling’ wordt ingevoegd: ‘of vanaf tien weken voor die dag indien het een zwangerschap van meer dan één kind betreft.’
- lid 2, tweede volzin, na ‘vermoedelijke datum van bevalling’ wordt ingevoegd: ‘of uiterlijk acht weken voor die dag indien het een zwangerschap van meer dan één kind betreft.’
in werking
24-09-2015
In werking getreden wetsvoorstel
Ingediend bij de Tweede Kamer op 8 augustus 2011. Memorie van antwoord van 21 november 2014. Eindverslag van 9 december 2014. Wet van 17 december 2014, houdende modernisering regelingen voor verlof en arbeidstijden en Besluit van 17 december 2014 tot vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet van 17 december 2014, houdende modernisering regelingen voor verlof en arbeidstijden (Stb. 565). De Wet treedt, met uitzondering van artikel I, onderdelen C, onder 1 en 2, Q, R en Sa, in werking met ingang van 1 januari 2015. Artikel I, onderdelen Q, R en Sa, treden in werking met ingang van 1 juli 2015.
De wet brengt de volgende wijzigingen in de regelingen voor verlof en arbeidstijden:
Bevallingsverlof
- Werkneemsters krijgen het recht om hun bevallingsverlof flexibel op te nemen. Vanaf zes weken na de bevalling kan voor een langere periode deeltijd verlof aanvragen. De totale duur van het verlof blijft hetzelfde.
- Werkneemsters die zwanger zijn van een meerling krijgen vier weken extra bevallingsverlof.
- Werkneemsters van wie het kind tijdens het bevallingsverlof in het ziekenhuis moet blijven (bijvoorbeeld door vroeggeboorte), krijgen recht op een langere periode bevallingsverlof. Het uitgangspunt is dat moeder en kind tien weken thuis moeten kunnen doorbrengen, voordat de moeder weer aan het werk moet.
Kraamverlof
- Vaders (of partners) krijgen recht op drie extra dagen verlof na de geboorte van een kind.
Deze drie (onbetaalde) dagen zijn een voorschot op het ouderschapsverlof.
Ouderschapsverlof
- Het vereiste van een jaar dienstverband voor het vragen van ouderschapsverlof vervalt.
- Werknemers mogen zelf bepalen hoe zij het ouderschapsverlof op willen nemen. Een werknemer mag ook voor meer dan 50% van zijn wekelijkse arbeidsduur ouderschapsverlof opnemen. Ook kan het verlof in meer dan zes perioden worden opgedeeld.
Kortdurend en langdurend zorgverlof
- De personenkring voor kortdurend en langdurend zorgverlof wordt uitgebreid met familieleden in de tweede graad en anderen met wie de werknemer een sociale relatie heeft.
- Werknemers mogen ook langdurend zorgverlof opnemen voor noodzakelijke zorg bij ziekte of hulpbehoevendheid. Op dit moment mag een werknemer alleen langdurend zorgverlof opnemen voor zorg in verband met een levensbedreigende ziekte.
- Werknemers mogen zelf bepalen hoe zij het langdurend zorgverlof willen spreiden. Volgens de huidige regels kan een werknemer voor een periode van twaalf aaneengesloten weken maximaal de helft van zijn arbeidsduur per week aan langdurend zorgverlof opnemen.
ontwikkeling
24-09-2015
Wetsvoorstel met relevante ontwikkelingen
Ingediend bij de Tweede Kamer op 8 augustus 2011. Amendement van het lid Pieter Heerma en gewijzigd Amendement van de leden Van Weyenberg en Pia Dijkstra van 9 oktober 2014. Gewijzigd Voorstel van wet van 14 oktober 2014.
Artikel 3:1 van de wet Arbeid en Zorg wordt in die zin aangepast dat aan vrouwen die zwanger zijn van een meerling het recht wordt gegeven om vier weken langer verlof op te nemen. Voorts is geregeld dat vrouwen de resterende dagen van het bevallingsverlof, na de 42e dag na de bevalling, flexibel kunnen inzetten. Op deze manier is men niet verplicht om volledig verlof op te nemen, maar kan men over een langere periode deeltijd verlof aanvragen.
ontwikkeling
24-09-2015
Wetsvoorstel met relevante ontwikkelingen
Ingediend bij de Tweede Kamer op 8 augustus 2011. Tweede nota van wijziging van 23 april 2014. Nota naar aanleiding van het verslag en derde nota van wijziging van 15 september 2014.
In de tweede nota van wijziging was het wetsvoorstel op de volgende punten aangepast:
- de introductie van een recht op partnerverlof, in aansluiting op het reeds bestaande wettelijke recht op kraamverlof;
- de uitbreiding van de personenkring voor het kort- en langdurend zorgverlof met familieleden in de tweede graad en anderen met wie de werknemer een sociale relatie heeft; en
- de verbreding van de werkingssfeer van het langdurend zorgverlof met de zorg voor zieken en hulpbehoevenden.
De derde nota van wijziging voorziet in een regeling van overgang van het resterende bevallingsverlof en uitkeringsrecht aan de partner ingeval van sterfte van de moeder tijdens de periode van bevallingsverlof.
