Wetgeving
Verzamelwet SZW 2023
Wijziging van enkele wetten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid alsmede enkele wetten van andere ministeries (Verzamelwet SZW 2023)in werking
05-01-2023
In werking getreden wetsvoorstel
Artikel V, onderdeel A, van deze wet treedt in werking met ingang van 1 januari 2023.
Wet werken na de AOW-gerechtigde leeftijd
Voor AOW-gerechtigde werknemers die al ziek zijn op de datum dat de termijn voor het recht op ziekengeld, loondoorbetaling, opzegverbod bij ziekte en re-integratieverplichting van de werkgever van 13 naar 6 weken wordt teruggebracht, blijft de termijn van 13 weken gelden. De huidige wet voorziet erin dat de termijn van 13 weken op een bij koninklijk besluit vast te stellen tijdstip naar 6 weken kan worden teruggebracht. Dat koninklijk besluit wordt later vastgesteld. Het voornemen is de datum vast te stellen op 1 juli 2023.
Waadi en WAVV
Er komt ruimte voor een belangenafweging ten aanzien van het opnemen van persoonsgegevens in het onderzoeksverslag van de Nederlandse Arbeidsinspectie. Het gaat hier om een afweging tussen de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van de betrokkene en het belang van het opnemen van gegevens over betrokken werknemers of werkzoekenden in het verslag.
ZW en WIA
Met een wijziging wordt een wettelijke grondslag in de Wet WIA en de Ziektewet opgenomen die het mogelijk maakt dat het UWV en werkgevers elkaar op verzoek informatie verstrekken die noodzakelijk is voor de uitoefening van het regresrecht (zoals verhaal van de WIA-uitkering op een derde). Bij deze informatieverstrekking worden persoonsgegevens, waaronder het Burgerservicenummer, verwerkt.
ontwikkeling
01-12-2022
Wetsvoorstel met relevante ontwikkelingen
WIA: artikel 99 en ZW: artikel 52a
Het voorstel tot wijziging strekt ertoe om een wettelijke basis te creëren dat het UWV en de (ERD-)werkgever met elkaar kunnen communiceren over in te stellen of ingestelde regresacties in het geval een werknemer ziek of arbeidsongeschikt raakt door de schuld van een derde. De communicatie is noodzakelijk vanwege de volgende redenen:
- de aansprakelijkgestelde partij behandelt regres door het UWV en verhaal door (ex-)werkgevers veelal als volledig gescheiden trajecten, waardoor het voorkomt dat jegens een werkgever wel aansprakelijkheid wordt erkend maar jegens het UWV ten onrechte niet of vice versa. Door elkaar op verzoek wederzijds op de hoogte te stellen van erkenning van aansprakelijkheid en voortgang van de zaak wordt voorkomen dat het UWV regresinkomsten mist;
- sinds de invoering van de Wet Bezava zijn flex-(ex-)werkgevers wat betreft compensatie van de gedifferentieerde premie Werkhervattingskas volledig afhankelijk van het al dan niet aansprakelijk stellen door het UWV. Indien het UWV bij een ZW-uitkering tot aansprakelijkstelling overgaat, krijgt een (ex-)werkgever volledige compensatie voor de ZW en eventueel daaropvolgende WGA. Stelt het UWV om wat voor reden dan ook niet aansprakelijk, dan komt de (ex-)werkgever niet voor premiecompensatie in aanmerking. Om die reden wordt het UWV frequent door (ex-)werkgevers en hun belangenbehartigers benaderd met de vraag of al dan niet tot aansprakelijkstelling is overgegaan. Door die vraag met ‘ja’ of ‘nee’ te beantwoorden weet de (ex-)werkgever vooruitlopend op de premiebeschikking voor de Werkhervattingskas van de Belastingdienst of er compensatie wordt verleend en kan een (ex-)werkgever zich zo nodig alvast voorbereiden op het maken van bezwaar tegen de beslissing van de Belastingdienst dan wel op de financiële gevolgen van het achterwege blijven van de premiecompensatie;
- het regresproces wordt efficiënt uitgevoerd. Daar komt bij dat een eigenrisicodrager bij de (toekomstige) overgang naar een loonaanvullingsuitkering alleen verhaal heeft voor een deel van het wettelijk minimumloon. Het meerdere daarboven komt voor rekening van het UWV en is vatbaar voor regres door het UWV. Door deze gegevens met de eigenrisicodrager te delen kan deze het juiste bedrag verhalen bij de aansprakelijk gestelde tegenpartij, de tegenpartij indien van toepassing alvast informeren vanaf welk tijdstip het UWV een deelclaim krijgt naast de claim van eigenrisicodrager en aansluiten bij de regresvordering van het UWV.
wetsvoorstel
20-10-2022
Nieuw wetsvoorstel
Wet werken na de AOW-gerechtigde leeftijd
Met de Wet werken na de AOW-gerechtigde leeftijd is geregeld dat voor AOW-gerechtigde werknemers het opzegverbod bij ziekte, de loondoorbetalingplicht bij ziekte en de duur van het recht op ziekengeld korter duren dan voor werknemers die de AOW-gerechtigde leeftijd nog niet hebben bereikt. In het oorspronkelijke wetsvoorstel had de regering een termijn van zes in plaats van 104 weken voorgesteld. Er waren echter zorgen over mogelijke verdringingseffecten ten aanzien van niet AOW-gerechtigden. Daarom is bij amendement in het wetsvoorstel opgenomen dat tot op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip de termijn werd gesteld op dertien in plaats van zes weken. Vervolgens is gebleken dat het overgangsrecht (voor wat betreft de overgang van dertien weken naar zes weken) niet uitvoerbaar was. Dit wetsvoorstel voorziet in een aanpassing van het overgangsrecht: de voorgestelde wijziging houdt in dat voor de groep werknemers met de AOW-gerechtigde leeftijd die op het vast te stellen tijdstip al ziek waren, de termijn van dertien weken blijft gelden voor het recht op ziekengeld, loondoorbetaling bij ziekte en het opzegverbod bij ziekte. Voor ziektegevallen die op of na die datum ontstaan, gaat de termijn van zes weken gelden (eerbiedigende werking). Om te bepalen welke termijn van toepassing is, moeten ook de regels omtrent samentelling van ziekteperioden in ogenschouw worden genomen (artikel 29, vijfde lid, tweede volzin, van de Ziektewet en de artikelen 7:629, tiende lid, en 7:670, eerste lid, laatste volzin, van het Burgerlijk Wetboek). Als twee ziekteperioden elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen, wordt dit gezien als één ziekteperiode. Het voornemen is deze wijzigingen met ingang van 1 januari 2023 in werking te laten treden. Het tijdstip vanaf wanneer de termijn van zes weken gaat gelden zal niet eerder dan 1 juli 2023 zijn vanwege de voorbereidingstijd die het UWV nodig heeft.
Waadi en Wet AVV
Nakoming van hfdst. 2 en 3 Waadi en artikel 10 Wet AVV moet door betrokkenen worden afgedwongen via de civiele rechter. Ter ondersteuning daarvan kan een melding worden gedaan bij de Arbeidsinspectie, die een onderzoek instelt naar de naleving van de door de melder genoemde artikelen. De bevindingen van dit onderzoek worden beschreven in een verslag, waarmee een procedure kan worden gestart om nakoming van de niet nagekomen verplichtingen af te dwingen, een verklaring voor recht te verkrijgen en/of een schadevergoeding te eisen bij de civiele rechter. In artikel 15, tweede lid, Waadi en 10, eerste en tweede lid, Wet AVV is neergelegd dat zo’n verslag geen gegevens bevat waaruit de identiteit van de in het onderzoek betrokken werknemers of werkzoekenden kan worden afgeleid (bescherming van de persoonlijke levenssfeer). In de praktijk zorgt dit voor knelpunten. Daarom is het wenselijk de bepalingen rondom de herleidbaarheid van gegevens enigszins te nuanceren, zodat er ruimte komt voor een belangenafweging tussen de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van de betrokkene, en het belang van het opnemen van gegevens over betrokken werknemers of werkzoekenden in het verslag. Daartoe strekt de in het wetsvoorstel voorgestelde wijziging:
- uitgangspunt blijft dat er geen gegevens in het verslag worden opgenomen waaruit de identiteit van de in het onderzoek betrokken werknemers of werkzoekenden kan worden afgeleid;
- uitsluitend indien het opnemen van gegevens waaruit de identiteit van deze betrokken werknemers of werkzoekenden kan worden afgeleid echter noodzakelijk is voor het opstellen van het verslag, kunnen deze gegevens worden opgenomen, en uitsluitend voor zover de persoonlijke levenssfeer van betrokkene hierdoor niet onevenredig wordt geschaad;
- dit betekent dat allereerst dient te worden getoetst of het opnemen van de gegevens in het verslag waaruit de identiteit van betrokkene kan worden afgeleid, achterwege kan blijven;
- de Arbeidsinspectie zal in alle gevallen de gegevens van de in het verslag en bijlagen opgenomen werknemers pseudonimiseren.
