Wetgeving
Wet werken waar je wilt
Voorstel van wet van de leden Van Weyenberg en Smeulders tot wijziging van de Wet flexibel werken in verband met het bevorderen van flexibel werken naar arbeidsplaats (Wet werken waar je wilt)ontwikkeling
01-12-2022
Wetsvoorstel met relevante ontwikkelingen
In haar brief stemt de minister in met het verzoek om te onderzoeken of thuiswerken dan wel hybride werken effect heeft op het ziekteverzuim. Dat kan in het kader van de evaluatie van de Wet werken waar je wilt, die volgens het wetsvoorstel binnen drie jaar na inwerkingtreding van de wet aan de Staten-Generaal zal worden aangeboden.
ontwikkeling
20-10-2022
Wetsvoorstel met relevante ontwikkelingen
Het wetsvoorstel ligt bij de Eerste Kamer.
ontwikkeling
07-09-2022
Wetsvoorstel met relevante ontwikkelingen
Het wetsvoorstel is aangenomen door de Tweede Kamer.
ontwikkeling
07-07-2022
Wetsvoorstel met relevante ontwikkelingen
In de nota van wijziging wordt de toets uit het voorstel van wet ‘zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen’ voor een verzoek tot aanpassing van de arbeidsplaats gewijzigd in een beoordeelding ‘naar de maatstaven van redelijkheid en billijkheid’. Benadrukt wordt dat het moet gaan om een afweging tussen de belangen van de werkgever enerzijds en die van de werknemer anderzijds. De werknemer moet een gedegen motivering aanvoeren bij zijn verzoek.
ontwikkeling
12-01-2022
Wetsvoorstel met relevante ontwikkelingen
In de brief van 16 december gaan de initiatiefnemers in op de adviezen van het Adviescollege Toetsing Regeldruk.
ontwikkeling
11-11-2021
Wetsvoorstel met relevante ontwikkelingen
De vaste commissie SZW heeft het Adviescollege Toetsing Regeldruk verzocht te adviseren over de gevolgen van de regeldrukeffecten van het wetsvoorstel Wet werken waar je wilt. Het college concludeert dat de onderbouwing van het voorliggende voorstel niet voldoende is voor een goed afgewogen besluitvorming en adviseert daarom de parlementaire behandeling van het wetsvoorstel niet voort te zetten. Het college geeft daarbij het volgende aan:
- nut en noodzaak: probleemanalyse is niet toereikend. Het wetsvoorstel maakt onvoldoende duidelijk wat precies het probleem is bij verzoeken om aanpassing van de arbeidsplaats en de oorzaak ervan. Het college adviseert inzichtelijk te maken in welke mate verzoeken worden afgewezen op andere gronden dan zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen;
- het is niet duidelijk waarom een nieuwe wet nodig is. Het college adviseert om inzichtelijk te maken welke meerwaarde de nieuwe afwijzingsgronden hebben ten opzichte van de toetsing aan de al bestaande verplichtingen voor de werkgever;
- het college adviseert een concrete doelstelling in het wetsvoorstel op te nemen voor de mate waarin de beoogde doelen moeten worden bereikt;
- het college adviseert om nader te onderbouwen waarom wetgeving en niet een voorlichtingscampagne het geëigende instrument is om eventuele problemen op te lossen;
- het college adviseert te kiezen voor een voorlichtingscampagne en andere beïnvloedingsinstrumenten dan wetgeving;
- het college adviseert om de toelichting op het wetsvoorstel aan te vullen met een beschrijving en berekening van de eenmalige en structurele gevolgen voor de regeldruk voor werkgevers en werknemers.
ontwikkeling
07-04-2021
Wetsvoorstel met relevante ontwikkelingen
Op basis van het advies van de Raad van state is het wetsvoorstel uitgebreid met de mogelijkheid om het verzoek tot wijziging van de arbeidsplaats (naast het werken vanuit het woonadres) ook betrekking te laten hebben op ‘een voor de arbeid passende arbeidsplaats van waaruit gebruikelijk ten behoeve van de werkgever werkzaamheden worden verricht’. Aangaande verzoeken tot wijziging van de arbeidsplaats waarbij het een andere arbeidsplaats betreft dan eerdergenoemd (het woonadres van de werknemer of een voor de arbeid passende arbeidsplaats van waaruit gebruikelijk ten behoeve van de werkgever werkzaamheden worden verricht) blijft het oude ‘right to ask, duty to consider’ in stand.
wetsvoorstel
05-02-2021
Nieuw wetsvoorstel
Dit voorstel voorziet in een wijziging van de Wet flexibel werken (Wfw) zodat een verzoek om aanpassing van de arbeidsplaats op eenzelfde manier wordt behandeld als een verzoek om aanpassing van de werktijd of arbeidsduur. De werknemer kan bij een verzoek om aanpassing van de arbeidsplaats alleen kiezen tussen (meer) werken vanaf het adres dat bij de werkgever staat geregistreerd als woonadres van de werknemer, of (meer) werken vanaf de werklocatie van de werkgever. Het verzoek moet twee maanden vóór het beoogde tijdstip van ingang schriftelijk (brief of e-mail) worden ingediend. De werknemer hoeft zijn verzoek niet te motiveren. De werkgever dient een maand voor de beoogde ingangsdatum schriftelijk te reageren. De werkgever is verplicht om hierover met de werknemer in overleg te treden. Het verzoek wordt ingewilligd tenzij zich tegen de aanpassing, waaronder het ingangstijdstip en de omvang, zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen verzetten. De regeling is niet van toepassing voor werkgevers met minder dan tien werknemers.
