Wetgeving
Tijdelijke wet verbreding inzet coronatoegangsbewijzen
Wijziging van de Wet publieke gezondheid in verband met uitbreiding van de tijdelijke regels om de inzet van coronatoegangsbewijzen te verbreden naar personen die arbeid verrichten en bezoekers (Tijdelijke wet verbreding inzet coronatoegangsbewijzen)ontwikkeling
07-07-2022
Wetsvoorstel met relevante ontwikkelingen
Het wetsvoorstel is bij brief van 15 juni 2022 ingetrokken.
ontwikkeling
06-04-2022
Wetsvoorstel met relevante ontwikkelingen
De vaste commissie voor VWS heeft een aantal vragen voorgelegd aan de minister van VWS inzake de effectiviteit van verschillende toepassingen van het Coronatoegangsbewijs (‘ctb’). Uit de antwoorden volgt onder meer dat het ctb op basis van 3G op dit moment niet meer wordt ingezet. Met ingang van 23 maart 2022 eindigt de inzet van het ctb op basis van 1G in hoogrisico-omgevingen. Het is overigens wel denkbaar dat in de tweede helft van 2022 toepassing van het ctb, gegeven ook de sociale, maatschappelijke en economische situatie, proportioneel en noodzakelijk kan zijn om (delen van) de samenleving open te houden.
ontwikkeling
14-03-2022
Wetsvoorstel met relevante ontwikkelingen
In zijn brieven gaat de minister in op de effectiviteit van de invoering van coronatoegangsbewijzen op basis van onderzoek verricht in de periode van november 2021 tot januari 2022 en worden vragen van Kamerleden daarover beantwoord.
ontwikkeling
09-02-2022
Wetsvoorstel met relevante ontwikkelingen
In afwachting van vervolgonderzoek naar de effectiviteit van het invoeren van 2G- of 3G-beleid stelt de minister voor de behandeling van dit wetsvoorstel aan te houden.
ontwikkeling
12-01-2022
Wetsvoorstel met relevante ontwikkelingen
De nota van wijziging voorziet in de volgende aanvullingen/wijzigingen:
- in artikel 58ng Wpg wordt voorzien in aanvullende regels voor de gegevensverstrekking en -verwerking in geval van een papieren quarantaineverklaring van reizigers;
- in artikel 58o Wpg wordt de kring van personen ten aanzien van wie geen beperkingen of andere voorwaarden mogen worden gesteld uitgebreid;
- bij ministeriële regeling kunnen terreinen (buiten de ctb-plichtige sectoren en het onderwijs) worden aangewezen waarvoor regels kunnen worden gesteld met betrekking tot de verplichting om te beschikken over een ctb voor toegang tot een arbeidsplaats.
wetsvoorstel
01-12-2021
Nieuw wetsvoorstel
In de memorie wordt uitvoerig ingegaan op grondrechten en mensenrechten, recht op vrij verkeer en de AVG. Het wetsvoorstel biedt de mogelijkheid om:
- als in een ctb-plichtige sector een verplichting tot een coronatoegangsbewijs (ctb) geldt voor klanten of bezoekers, dan wel voor scholieren of studenten in het onderwijs, eenzelfde verplichting op dat terrein op te leggen aan eenieder die in het kader van een beroep of bedrijf, dan wel als vrijwilliger toegang tot de betreffende plaats wenst;
- op andere terreinen een ctb als voorwaarde te stellen voor eenieder die in het kader van beroep of bedrijf, dan wel als vrijwilliger toegang wenst tot een arbeidsplaats; en
- op zo’n ander terrein een ctb als voorwaarde te stellen voor bezoekers om toegang te kunnen krijgen tot een arbeidsplaats als hiervoor bedoeld;
- bij de categorieën 2 en 3 zal geen ctb-plicht gelden in de gevallen waarin de werkgever of degene die bevoegd is tot het toelaten van personen tot de arbeidsplaats op een andere, in de ministeriële regeling bepaalde wijze zorgdraagt voor een beschermingsniveau dat vergelijkbaar is met het beschikken over een ctb.
Voor het arbeidsrecht is het volgende relevant:
- de regeling geldt zowel voor werkgevers en werknemers als voor opdrachtgevers en zelfstandigen;
- zowel bij het inrichten van de verplichting tot het beschikken over een ctb voor aangewezen terreinen en arbeidsplaatsen binnen die terreinen, als in de gevallen waarin voor de arbeidsplaatsen op die terreinen geen ctb-plicht geldt maar de in de ministeriële regeling bepaalde alternatieve maatregel waarmee een vergelijkbaar beschermingsniveau kan worden bereikt als met een ctb, moet de werkgever – als goed werkgever – nadenken over de consequenties voor werknemers indien geen ctb wordt getoond;
- in het kader van het goed werkgeverschap en het goed werknemerschap geldt in algemene zin dat de werkgever en werknemer gezamenlijk tot een passende oplossing proberen te komen;
- bij ministeriële regeling wordt bepaald aan welke voorwaarden moet zijn voldaan om te spreken van een ‘vergelijkbaar beschermingsniveau’. Alleen in die gevallen is het voor een werkgever toegestaan de werknemer zonder ctb te laten werken;
- het niet tonen van een ctb kan tot gevolg hebben dat de werkgever de werknemer de toegang tot (delen van) de arbeidsplaats kan ontzeggen;
- indien de werkgever de mogelijkheid heeft om de werknemer tijdelijk arbeid te laten verrichten op een andere arbeidsplaats waar geen ctb-plicht geldt, waar het risico op besmetting ook zonder ctb voldoende kan worden voorkomen of beperkt door middel van risicobeperkende maatregelen of anderszins, dan kan het in redelijkheid van de werkgever worden gevergd dat hij de werknemer toegang verschaft tot die alternatieve arbeidsplaats;
- ook van de werknemer kan in het kader van goed werknemerschap in redelijkheid worden verlangd dat hij de instructie van de werkgever opvolgt om de arbeid op die alternatieve arbeidsplaats of dat deel ervan uit te voeren, mits dit gegeven de omstandigheden een redelijke instructie is;
- het algemene uitgangspunt op grond van artikel 7:628 BW is dat ook wanneer een werknemer de overeengekomen arbeid geheel of gedeeltelijk niet verricht, hij in beginsel recht op loon behoudt. Dit uitgangspunt is niet absoluut. Indien het niet werken in redelijkheid voor rekening van de werknemer behoort te komen, zoals wanneer de werknemer die geen ctb toont geen opvolging geeft aan redelijke instructies van de werkgever of in redelijkheid een voorstel van de werkgever niet had mogen weigeren, dan komt dit niet langer voor rekening van de werkgever;
- komen de werkgever en de werknemer samen niet tot een voor beide partijen bevredigende oplossing, dan kan de werkgever, als ultimum remedium, ervoor kiezen de arbeidsovereenkomst te beëindigen;
- de opdrachtnemer dient gevolg te geven aan tijdig verleende en verantwoorde aanwijzingen over de uitvoering van de opdracht. Als de opdrachtnemer op een redelijke grond niet bereid is om de opdracht volgens de aanwijzingen uit te voeren, kan de opdrachtgever de overeenkomst opzeggen wegens gewichtige redenen;
- als de opdrachtgever mogelijkheden heeft om de opdrachtnemer ook buiten de werkvloer of op een andere werkplek werkzaamheden te laten verrichten, zal er minder snel sprake zijn van een redelijke grond voor weigering dan wanneer die mogelijkheden er niet zijn.
