Wetgeving
Wet betaald ouderschapsverlof
Wijziging van de Wet arbeid en zorg, de Wet flexibel werken en enige andere wetten in verband met de implementatie van Richtlijn (EU) 2019/1158 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2019 betreffende het evenwicht tussen werk en privéleven voor ouders en mantelzorgers en tot intrekking van Richtlijn 2010/18/EU van de Raad (PbEU 2019, L 188) (Wet betaald ouderschapsverlof)ontwikkeling
06-04-2022
Wetsvoorstel met relevante ontwikkelingen
In zijn brief biedt de minister het ontwerpbesluit aan houdende wijziging van de percentages bedoeld in artikel 6:3 lid 3 en 7 van de Wet betaald ouderschapsverlof, in verband met de verhoging van het uitkeringspercentage betaald ouderschapsverlof van 50 procent naar 70 procent.
in werking
12-01-2022
In werking getreden wetsvoorstel
Besluit van 26 november 2021 tot wijziging van het Algemeen inkomensbesluit socialezekerheidswetten, het Dagloonbesluit werknemersverzekeringen en enkele andere besluiten in verband met de invoering van de Wet betaald ouderschapsverlof waarin is geregeld dat een werknemer recht heeft op een uitkering tijdens het ouderschapsverlof (Stb. 2021, 593). Dit besluit treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet betaald ouderschapsverlof in werking treedt.
Regeling van de staatssecretaris van SZW van 23 november 2021 tot wijziging van de Gelijkstellingsregeling arbeidsuren en de Regeling samenloop arbeidsongeschiktheidsuitkering in verband met de uitwerking van de Wet betaald ouderschapsverlof. Deze regeling treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet betaald ouderschapsverlof in werking treedt, met uitzondering van artikel I, onderdeel B, en artikel II, onderdelen B en C, onder 1, die in werking treden met ingang van 1 januari 2022.
De wet betaald ouderschapsverlof implementeert Richtlijn (EU) 2019/1158 betreffende het evenwicht tussen werk en privéleven voor ouders en mantelzorgers en tot intrekking van Richtlijn 2010/18/EU van de Raad. De wet regelt dat beide ouders recht hebben op maximaal negen weken betaald ouderschapsverlof gedurende het eerste jaar na de geboorte, met een uitkering van 70% van het (maximum)dagloon. Het betaald ouderschapsverlof moet in het eerste levensjaar van het kind worden opgenomen. Daarna is het niet meer mogelijk.
ontwikkeling
11-11-2021
Wetsvoorstel met relevante ontwikkelingen
De motie waarin de regering wordt opgeroepen om het doorbetalingspercentage voor de inwerkingtreding van de wet te verhogen naar 70% is door de Eerste Kamer aangenomen.
ontwikkeling
21-07-2021
Wetsvoorstel met relevante ontwikkelingen
Uit de stukken volgt dat het UWV is gestart met voorbereidende werkzaamheden om de uitvoeringssystemen gereed te hebben zodat het betaald ouderschapsverlof op 2 augustus 2022 in werking kan treden.
ontwikkeling
04-05-2021
Wetsvoorstel met relevante ontwikkelingen
In de nota van wijziging is bepaald dat het recht op een uitkering gedurende negen weken wegens ouderschapsverlof genoten kan worden tot de eerste verjaardag van het kind en alleen bij adoptie of pleegzorg tot een jaar na opname van het kind in het gezin, voor zover het kind jonger is dan 8 jaar. Voorts is voorzien in de mogelijkheid om het percentage van de uitkering nog voor de inwerkingtreding van het wetsvoorstel aan te passen. De uitkering bedraagt 50% van het dagloon van de werknemer, bedoeld in artikel 3:6 Wazo doch ten hoogste 50% van het maximumdagloon. Voor de niet verzekerde werknemers bedraagt het percentage 50% van het wettelijk minimumloon. Een nieuw artikel maakt het mogelijk de genoemde percentages voor de datum van inwerkingtreding van het wetsvoorstel (2 augustus 2022) bij KB nog te wijzigen in 70%.
ontwikkeling
05-02-2021
Wetsvoorstel met relevante ontwikkelingen
Dit wetsvoorstel is geplaatst op de lijst controversiële wetsvoorstellen.
Door de tweede nota van wijziging worden de bepalingen die waren geformuleerd voor werknemers ten aanzien van geadopteerde kinderen ook van toepassing op werknemers met kinderen die blijkens de basisregistratie personen op hetzelfde adres wonen als de werknemer en indien de werknemer duurzaam de verzorging en de opvoeding van dat kind als zijn eigen kind op zich heeft genomen. Daarnaast is de verjaringstermijn van een aanvraag voor een uitkering in verband met ouderschapsverlof verlengd tot één jaar en drie maanden voorafgaand aan de datum van de aanvraag.
Het wetsvoorstel is geplaatst op de (voorlopige) lijst controversieel te laten verklaren stukken. In zijn brief heeft de minister gevraagd het wetsvoorstel van deze lijst te halen in verband met de implementatietermijn van de Richtlijn.
ontwikkeling
08-12-2020
Wetsvoorstel met relevante ontwikkelingen
In de nota naar aanleiding van het verslag zijn een aantal overzichten opgenomen:
- een overzicht met de verplichtingen die Richtlijn (EU) 2019/1158 op hoofdlijnen stelt met betrekking tot de duur en voorwaarden van verlofrechten. Ook is in het overzicht opgenomen wat de huidige Nederlandse situatie is op het gebied van deze verlofrechten, waarbij wordt ingegaan op de vraag of de Nederlandse wettelijke eisen al aan de richtlijn voldoen en of de Nederlandse wettelijke eisen al dan niet ruimer zijn;
- een overzicht met de stand van zaken met betrekking tot de implementatie van de Richtlijn door alle lidstaten op het gebied van geboorteverlof en ouderschapsverlof;
- een overzicht van de wijze waarop verlofregelingen zijn opgenomen in cao’s in 2019.
wetsvoorstel
10-11-2020
Nieuw wetsvoorstel
Dit wetsvoorstel dient ter implementatie van Richtlijn (EU) 2019/1158. Het voorziet in de volgende nieuwe artikelen.
WAZO
Artikel 1:6 en 1:7:
- rechten die door werknemers zijn verworven of in opbouw zijn op de datum van ingang van het vaderschapsverlof, ouderschapsverlof, zorgverlof dan wel het arbeidsverzuim wegens overmacht, blijven behouden tot het einde van dat verlof of arbeidsverzuim. Voorts is bepaald dat zij in voor hen niet minder gunstige voorwaarden en omstandigheden in hun oorspronkelijke of een gelijkwaardige functie terug kunnen keren en profiteren van elke verbetering van de arbeidsvoorwaarden waarop zij aanspraak hadden kunnen maken indien zij het verlof niet hadden opgenomen;
- het is niet toegestaan de werknemer te benadelen in verband met een door hem ingediende klacht in de onderneming die betrekking heeft op het opnemen van ouderschapsverlof, het (aanvullend) geboorteverlof en het kort- of langdurend zorgverlof en/of het zwangerschaps- en bevallingsverlof.
Artikel 4:2b:
- niet-verzekerde werknemers die op basis van een arbeidsovereenkomst of publiekrechtelijke aanstelling arbeid verrichten krijgen recht op een vangnetuitkering ter hoogte van maximaal 70% van het minimumloon. Deze uitkering moet door tussenkomst van de werkgever worden aangevraagd bij het UWV.
Artikel 4:3:
- ook aan de militaire ambtenaar moet het geboorteverlof en het aanvullend geboorteverlof worden verleend en het moet worden opgenomen binnen negen maanden na de dag van de bevalling.
Artikel 4:4a:
- een vergelijkbaar artikel als artikel 6:6 wordt opgenomen, dat erin voorziet om onder bepaalde omstandigheden alsnog af te zien van eerder opgenomen geboorteverlof. Na de instemming van het verzoek wordt het verdere verlof opgeschort en moet het vervolgens worden opgenomen binnen de termijn waarop het aanvullend geboorteverlof moet worden opgenomen.
Artikel 5:16:
- bij afwijkingen van de duur van het verlof dient een minimum van eenmaal de arbeidsduur per week in acht genomen te worden.
Artikel 6:3:
- de werknemer heeft gedurende de periode dat het kind de leeftijd van een jaar nog niet bereikt heeft, recht op uitkering over een periode van ten hoogste negen gehele weken, waarin hij, tijdens zijn dienstverband, het ouderschapsverlof of adoptieverlof geniet of heeft genoten. De uitkering bedraagt per dag 50% van het dagloon van de werknemer, maar ten hoogste 50% van het maximumdagloon per dag. De aanvraag moet via tussenkomst van de werkgever worden ingediend en moet worden ingediend in de periode die gelegen is tussen de eerste dag waarop het verlof is genoten en drie maanden nadat het kind de leeftijd van 1 jaar heeft bereikt. Bij adoptie is de periode een jaar en drie maanden na de dag van de feitelijke opneming ter adoptie.
Artikel 6:6:
- de werkgever die een verzoek van de werknemer om het verlof niet op te nemen of niet voort te zetten als gevolg van onvoorziene omstandigheden weigert, moet dit schriftelijk motiveren binnen een redelijke termijn na de indiening van het verzoek;
- de mogelijkheid om bij cao ten nadele van de werknemer af te wijken voor wat betreft (1) het tijdstip van melden en (2) werknemers die in het buitenland werken is geschrapt.
Wfw
Artikel 2:
- in geval van een in duur beperkte aanpassing van de arbeidsduur, arbeidsplaats of werktijd, heeft de werknemer aan het eind van de overeengekomen periode het recht terug te keren naar het oorspronkelijke werkpatroon. Indien een wijziging van de omstandigheden dit rechtvaardigt, kan de werknemer de werkgever verzoeken voor het einde van de overeengekomen periode van de aanpassing van de arbeidsduur, de arbeidsplaats of de werktijd naar het oorspronkelijke werkpatroon terug te keren.
Artikel 2a:
- er worden specifieke voorzieningen getroffen voor oudere werknemers met kinderen tot acht jaar.
BW
Artikel 7:635:
- de werknemer bouwt ook vakantieaanspraak op over het betaalde ouderschapsverlof.
WW + Wfsv + WML+ WAO + WIA:
relevante aanpassingen worden gedaan die samenhangen met het betaalde ouderschapsverlof.
