Wetgeving
Kamerstuk 35897
Ingediend op 27-08-2021
Verzamelwet SZW 2022
Wijziging van enkele wetten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheidin werking
12-01-2022
In werking getreden wetsvoorstel
Ingediend bij de Tweede Kamer op 27 augustus 2021. Voorlopig Verslag van de vaste commissie voor SZW van 2 december 2021. Memorie van antwoord van 3 december 2021. Eindverslag van de vaste commissie voor SZW van 7 december 2021. Brief van de staatssecretaris van SZW van 9 december 2021. Wet van 15 december 2021 tot wijziging van enkele wetten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (Verzamelwet SZW 2022) (Stb. 2021, 627). De Verzamelwet SZW 2022 treedt in werking met ingang van 1 januari 2022, met uitzondering van:
a. de artikelen IA, II, onderdeel B, III, onderdeel aA, VI, onderdeel E, VII, VIII, onderdeel Ba, X, onderdelen Ea en G, XA, XVIIIA, XVIIIB, XIX, XXIII, onderdeel Aa, XXXII, onderdeel Da, XXXIII, onderdeel Ba, die in werking treden de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin dit besluit wordt geplaatst en terugwerken tot en met 15 november 2021;
b. artikelen III, onderdelen A en B, en V;
c. artikel VI, onderdelen aaA, aA, Aa, Ca en Cb;
d. de artikelen XVII en XVIII, onderdeel F, die in werking treden met ingang van 1 januari 2022 en voordat de Wet inburgering 2021 in werking treedt;
e. artikel XX, onderdeel A, dat in werking treedt de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin dit besluit wordt geplaatst en terugwerkt tot en met 1 januari 2021;
f. artikel XXXI, onderdeel A, dat in werking treedt met ingang van 1 januari 2022 en voordat de Wet van 29 september 2021 tot wijziging van de Wet arbeid vreemdelingen in verband met het toekomstbestendig maken van de wetgeving op het terrein van arbeidsmigratie (Stb. 2021, 505) in werking treedt.
Artikel 7 van het Besluit loonkostensubsidie Participatiewet 2021 treedt in werking met ingang van 1 januari 2022 (Besluit van 15 december 2021, Stb 2021/628).
Besluit van 13 december 2021 tot wijziging van diverse algemene maatregelen van bestuur van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in verband met kleine beleidsmatige, technische en redactionele wijzigingen (Verzamelbesluit SZW 2022) (Stb. 2021, 629). Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2022, met uitzondering van de in de volgende leden genoemde onderdelen.
Artikel V treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin dit besluit wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2021.
Artikel VI treedt in werking met ingang van 1 januari 2022, met dien verstande dat artikel VI in werking treedt voorafgaand aan de inwerkingtreding van het Besluit inburgering 2021.
Artikel XVII, onderdeel A, treedt in werking met ingang van 1 juli 2022.
Artikel XIX, onderdeel B, onder 2, treedt in werking met ingang van 1 januari 2023.
a. de artikelen IA, II, onderdeel B, III, onderdeel aA, VI, onderdeel E, VII, VIII, onderdeel Ba, X, onderdelen Ea en G, XA, XVIIIA, XVIIIB, XIX, XXIII, onderdeel Aa, XXXII, onderdeel Da, XXXIII, onderdeel Ba, die in werking treden de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin dit besluit wordt geplaatst en terugwerken tot en met 15 november 2021;
b. artikelen III, onderdelen A en B, en V;
c. artikel VI, onderdelen aaA, aA, Aa, Ca en Cb;
d. de artikelen XVII en XVIII, onderdeel F, die in werking treden met ingang van 1 januari 2022 en voordat de Wet inburgering 2021 in werking treedt;
e. artikel XX, onderdeel A, dat in werking treedt de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin dit besluit wordt geplaatst en terugwerkt tot en met 1 januari 2021;
f. artikel XXXI, onderdeel A, dat in werking treedt met ingang van 1 januari 2022 en voordat de Wet van 29 september 2021 tot wijziging van de Wet arbeid vreemdelingen in verband met het toekomstbestendig maken van de wetgeving op het terrein van arbeidsmigratie (Stb. 2021, 505) in werking treedt.
Artikel 7 van het Besluit loonkostensubsidie Participatiewet 2021 treedt in werking met ingang van 1 januari 2022 (Besluit van 15 december 2021, Stb 2021/628).
Besluit van 13 december 2021 tot wijziging van diverse algemene maatregelen van bestuur van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in verband met kleine beleidsmatige, technische en redactionele wijzigingen (Verzamelbesluit SZW 2022) (Stb. 2021, 629). Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2022, met uitzondering van de in de volgende leden genoemde onderdelen.
Artikel V treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin dit besluit wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2021.
Artikel VI treedt in werking met ingang van 1 januari 2022, met dien verstande dat artikel VI in werking treedt voorafgaand aan de inwerkingtreding van het Besluit inburgering 2021.
Artikel XVII, onderdeel A, treedt in werking met ingang van 1 juli 2022.
Artikel XIX, onderdeel B, onder 2, treedt in werking met ingang van 1 januari 2023.
meer
AOW
- Voorgesteld wordt om artikel 56 AOW, waarin de Nederlandse nationaliteit als voorwaarde wordt gesteld, te schrappen. Nationaliteit is daardoor geen voorwaarde meer om voor de voordelen van artikel 55 AOW in aanmerking te komen.
WW
- In artikel 22a wordt geregeld dat een uitkeringsbesluit ook kan worden ingetrokken of herzien, als het niet of niet behoorlijk nakomen van een verplichting op grond van artikel 26 ertoe leidt dat niet kan worden vastgesteld of nog recht op uitkering bestaat. Het kan daarbij onder meer gaan om het overleggen van bewijsstukken, of om na een oproep van het UWV te verschijnen op een afspraak.
Wet AVV
- Artikel 2a Wet AVV wordt aangepast in verband met de nadere implementatie van artikel 3 lid 2 van de Detacheringsrichtlijn. Dit artikellid bevat een verplichte uitzondering ten aanzien van het minimumaantal betaalde jaarlijkse verlofdagen en de beloning op grond van de toepasselijke algemeen verbindend verklaarde cao. De uitzondering geldt voor gedetacheerde werknemers die werkzaamheden verrichten met het oog op de initiële assemblage of de eerste installatie van een goed, die een wezenlijk bestanddeel uitmaken van een overeenkomst voor de levering van goederen, noodzakelijk zijn voor het in werking stellen van het geleverde goed en uitgevoerd worden door gekwalificeerde of gespecialiseerde werknemers van de leverende onderneming, onder de voorwaarde dat de detachering niet meer dan acht dagen bedraagt. Het gaat dus om werkzaamheden in Nederland die erg kort duren en nauw verbonden zijn met de grensoverschrijdende levering van een goed, wat de rechtvaardiging vormt voor deze uitzondering van een klein deel van de harde kern van arbeidsvoorwaarden. De uitzondering geldt niet voor werkzaamheden in de bouwsector. De wijziging heeft tot gevolg dat een beperkte groep gedetacheerde werknemers, onder de voorwaarden genoemd in de Detacheringsrichtlijn, geen recht heeft op de harde kern van arbeidsvoorwaarden met betrekking tot beloning en het minimumaantal betaalde jaarlijkse verlofdagen, voor zover deze arbeidsvoorwaarden voortvloeien uit algemeen verbindend verklaarde bepalingen van de cao die toepasselijk is op grond van artikel 2a, eerste lid, Wet AVV. De overige onderdelen van de harde kern van arbeidsvoorwaarden, zoals bepalingen over arbeidstijden, gezondheid en gelijke behandeling, gelden onverkort voor deze werknemers als zij in Nederland de installatie- of assemblagewerkzaamheden verrichten.
Wfsv en WIA
- De voorgestelde aanpassing van artikel 17b, derde lid, onderdeel c, Wfsv en artikel 82, zesde lid, WIA zijn erop gericht om de voordelen van een fictieve claim op ziekengeld op grond van de no-riskpolis weg te nemen. Die voordelen zijn – in het geval de werkgever die eigenrisicodrager is – het niet hoeven dragen van de kosten van de WGA-uitkering en – in het geval van de publiek verzekerde werkgever – het voorkomen van een verhoging van de gedifferentieerde premie. Om dit te bereiken worden de artikelen in de Wfsv en de WIA zodanig aangepast dat uitsluitend in het geval dat het ziekengeld daadwerkelijk is uitbetaald of nog tot uitbetaling kan worden gekomen, de werkgever (als eigenrisicodrager of in het publieke bestel) niet de kosten voor de WGA-uitkering draagt waarop op grond van de no-riskpolis aanspraak kan worden gemaakt. Als de termijn van een jaar, waarover het ziekengeld nog met terugwerkende kracht wordt uitbetaald is verstreken, kan de werkgever door de ziekengeldclaim niet meer voorkomen dat hij de WGA-uitkering zelf moet betalen (als hij eigenrisicodrager is) of dat zijn gedifferentieerde premie wordt verhoogd (als hij publiek verzekerd is).
WOR
- Om de betrokkenheid van uitzendkrachten die structureel in de onderneming van de inlener werkzaam zijn te vergroten wordt voorgesteld de periode waarna uitzendkrachten als in de onderneming werkzame personen kwalificeren en medezeggenschapsrechten gaan opbouwen in de onderneming van de inlener, te verkorten van 24 naar 15 maanden. Dit betekent dat een uitzendkracht na 15 maanden medezeggenschapsrechten gaat opbouwen in de onderneming van de inlener en na 18 maanden actief en passief kiesrecht verwerft (15+3=18 maanden).
- De vaste commissies die de ondernemingsraad kan instellen hoeven niet langer in meerderheid uit OR-leden te bestaan. In een vaste commissie kunnen naast ten minste een lid van de OR, ook andere in de onderneming werkzame personen zitting hebben. Als de OR rechten en bevoegdheden, geheel of gedeeltelijk, aan de betrokken commissie wil overdragen, moet nog wel de meerderheid van het aantal leden van de commissie uit leden van de ondernemingsraad bestaan.
WAO/WIA/ZW
- Voorgesteld wordt om artikel 88a WAO, artikel 104 WIA en artikel 75a ZW zodanig te wijzigen dat het UWV medische gegevens niet langer aan een werkgever mag verstrekken, ook niet als een werknemer daar toestemming voor geeft. De gemachtigde van de werkgever, die daarbij in de plaats treedt van die werkgever, ontvangt de medische gegevens zonder tussenkomst van de werknemer zoals dat nu ook het geval is. Het is daarom niet meer nodig dat de werknemer eerst zelf kennisneemt van de stukken.
- Artikel 82 WIA wordt in die zin aangepast dat een werkgever uitsluitend in het geval betaling van ziekengeld op basis van de no-riskpolis heeft plaatsgehad of nog tot uitbetaling kan komen, de WGA-lasten niet worden doorberekend. Door de wetswijziging kan de werkgever die te laat een ziekengeldclaim indient, hier niet langer meer mee voorkomen dat de WGA-uitkering aan hem wordt doorberekend.
WagwEU
- Voorgesteld wordt om een omissie in de begripsbepaling van ‘zelfstandige’ in artikel 1 WagwEU te herstellen. Bij de aanpassing van het zelfstandigenbegrip is echter de clausulering dat de zelfstandige gewoonlijk dient te werken in een andere lidstaat dan Nederland per abuis verloren gegaan. Hierdoor kan de misvatting ontstaan dat zelfstandigen die vanuit een derde land tijdelijk werkzaamheden verrichten onder het zelfstandigenbegrip van de WagwEU vallen, met als voornaamste gevolg dat zij verplicht zouden zijn om zich te melden op grond van artikel 8, zesde lid, WagwEU. Dit is niet het geval; deze doelgroep valt immers in beginsel onder het regime van de WAV, terwijl de WagwEU betrekking heeft op werkzaamheden in het kader van het vrij verkeer van diensten binnen de Europese Unie.
ontwikkeling
11-11-2021
Wetsvoorstel met relevante ontwikkelingen
Ingediend bij de Tweede Kamer op 27 augustus 2021. Nota van wijziging van 1 oktober 2021. Brief van de staatssecretaris van SZW van 8 oktober 2021. Derde nota van wijziging van 12 oktober 2021. Verslag van 14 oktober 2021. Nota naar aanleiding van het verslag van 25 oktober 2021. Vierde nota van wijziging van 25 oktober 2021. Brief van de staatssecretaris van SZW van 4 november 2021.
meer
In verband met een eerdere omissie is in de derde nota van wijziging de Verzamelwet SZW 2022 opnieuw vastgesteld. Deze nota bevat de tekst van het voorstel dat ingediend had moeten worden, alsmede die van de eerste en tweede nota van wijziging bij het voorstel.
wetsvoorstel
01-09-2021
Nieuw wetsvoorstel
Ingediend bij de Tweede Kamer op 27 augustus 2021. Voorstel van wet en memorie van toelichting van 27 augustus 2021.
meer
AOW
- Voorgesteld wordt om artikel 56 AOW, waarin de Nederlandse nationaliteit als voorwaarde wordt gesteld, te schrappen. Nationaliteit is daardoor geen voorwaarde meer om voor de voordelen van artikel 55 AOW in aanmerking te komen.
WW
- In artikel 22a wordt geregeld dat een uitkeringsbesluit ook kan worden ingetrokken of herzien, als het niet of niet behoorlijk nakomen van een verplichting op grond van artikel 26 ertoe leidt dat niet kan worden vastgesteld of nog recht op uitkering bestaat. Het kan daarbij onder meer gaan om het overleggen van bewijsstukken, of om na een oproep van het UWV te verschijnen op een afspraak.
Wet AVV
- Artikel 2a Wet AVV wordt aangepast in verband met de nadere implementatie van artikel 3 lid 2 van de Detacheringsrichtlijn. Dit artikellid bevat een verplichte uitzondering ten aanzien van het minimumaantal betaalde jaarlijkse verlofdagen en de beloning op grond van de toepasselijke algemeen verbindend verklaarde cao. De uitzondering geldt voor gedetacheerde werknemers die werkzaamheden verrichten met het oog op de initiële assemblage of de eerste installatie van een goed, die een wezenlijk bestanddeel uitmaken van een overeenkomst voor de levering van goederen, noodzakelijk zijn voor het in werking stellen van het geleverde goed en uitgevoerd worden door gekwalificeerde of gespecialiseerde werknemers van de leverende onderneming, onder de voorwaarde dat de detachering niet meer dan acht dagen bedraagt. Het gaat dus om werkzaamheden in Nederland die erg kort duren en nauw verbonden zijn met de grensoverschrijdende levering van een goed, wat de rechtvaardiging vormt voor deze uitzondering van een klein deel van de harde kern van arbeidsvoorwaarden. De uitzondering geldt niet voor werkzaamheden in de bouwsector. De wijziging heeft tot gevolg dat een beperkte groep gedetacheerde werknemers, onder de voorwaarden genoemd in de Detacheringsrichtlijn, geen recht heeft op de harde kern van arbeidsvoorwaarden met betrekking tot beloning en het minimumaantal betaalde jaarlijkse verlofdagen, voor zover deze arbeidsvoorwaarden voortvloeien uit algemeen verbindend verklaarde bepalingen van de cao die toepasselijk is op grond van artikel 2a, eerste lid, Wet AVV. De overige onderdelen van de harde kern van arbeidsvoorwaarden, zoals bepalingen over arbeidstijden, gezondheid en gelijke behandeling, gelden onverkort voor deze werknemers als zij in Nederland de installatie- of assemblagewerkzaamheden verrichten.
Wfsv en WIA
- De voorgestelde aanpassing van artikel 17b, derde lid, onderdeel c, Wfsv en artikel 82, zesde lid WIA zijn erop gericht om de voordelen van een fictieve claim op ziekengeld op grond van de no-riskpolis weg te nemen. Die voordelen zijn – in het geval van de werkgever die eigenrisicodrager is – het niet hoeven dragen van de kosten van de WGA-uitkering en – in het geval van de publiek verzekerde werkgever – het voorkomen van een verhoging van de gedifferentieerde premie. Om dit te bereiken worden de artikelen in de Wfsv en de WIA zodanig aangepast dat uitsluitend in het geval dat het ziekengeld daadwerkelijk is uitbetaald of nog tot uitbetaling kan worden gekomen, de werkgever (als eigenrisicodrager of in het publieke bestel) niet de kosten voor de WGA-uitkering draagt waarop op grond van de no-riskpolis aanspraak kan worden gemaakt. Als de termijn van een jaar, waarover het ziekengeld nog met terugwerkende kracht wordt uitbetaald is verstreken, kan de werkgever door de ziekengeldclaim niet meer voorkomen dat hij de WGA-uitkering zelf moet betalen (als hij eigenrisicodrager is) of dat zijn gedifferentieerde premie wordt verhoogd (als hij publiek verzekerd is).
WOR
- Om de betrokkenheid van uitzendkrachten die structureel in de onderneming van de inlener werkzaam zijn te vergroten wordt voorgesteld de periode waarna uitzendkrachten als in de onderneming werkzame personen kwalificeren en medezeggenschapsrechten gaan opbouwen in de onderneming van de inlener, te verkorten van 24 naar 15 maanden. Dit betekent dat een uitzendkracht na 15 maanden medezeggenschapsrechten gaat opbouwen in de onderneming van de inlener en na 18 maanden actief en passief kiesrecht verwerft (15+3=18 maanden).
WOA/WIA/ZW
- Voorgesteld wordt om artikel 88a WAO, artikel 104 WIA en artikel 75a ZW zodanig te wijzigen dat het UWV medische gegevens niet langer aan een werkgever mag verstrekken, ook niet als een werknemer daar toestemming voor geeft. De gemachtigde van de werkgever, die daarbij in de plaats treedt van die werkgever, ontvangt de medische gegevens zonder tussenkomst van de werknemer zoals dat nu ook het geval is. Het is daarom niet meer nodig dat de werknemer eerst zelf kennisneemt van de stukken.
WagwEU
- Voorgesteld wordt om een omissie in de begripsbepaling van ‘zelfstandige’ in artikel 1 (WagwEU) te herstellen. Bij de aanpassing van het zelfstandigenbegrip is de clausulering dat de zelfstandige gewoonlijk dient te werken in een andere lidstaat dan Nederland per abuis verloren gegaan. Hierdoor kan de misvatting ontstaan dat zelfstandigen die vanuit een derde land tijdelijk werkzaamheden verrichten, onder het zelfstandigenbegrip van de WagwEU vallen, met als voornaamste gevolg dat zij verplicht zouden zijn om zich te melden op grond van artikel 8, zesde lid, WagwEU. Dit is niet het geval; deze doelgroep valt immers in beginsel onder het regime van de WAV, terwijl de WagwEU betrekking heeft op werkzaamheden in het kader van het vrij verkeer van diensten binnen de Europese Unie.
