Wetgeving
Ontwerpadvies Arbeidsmarkt SER
overige ontwikkelingen
03-06-2021
Overige ontwikkelingen
De SER doet aanbevelingen op drie terreinen: (1) Arbeidsmarkt, inkomensbeleid en gelijke kansen, (2) Investeren in brede welvaart, publieke sector en toekomstig verdienvermogen en (3) Budgettair beleid. Onderstaand wordt alleen ingegaan op de voorstellen aangaande Arbeidsmarkt, inkomensbeleid en gelijke kansen.
I. Reguleren van contracten
Reguleren van tijdelijke contracten en driehoeksrelaties
- Tijdelijke contracten: er mogen drie tijdelijke contracten worden aangegaan gedurende maximaal drie jaar. Permanente tijdelijkheid van werk bij dezelfde werkgever is niet meer mogelijk doordat de onderbrekingstermijn wettelijk komt te vervallen, behalve een onderbrekingstermijn voor scholieren en studenten van zes maanden en een onderbrekingstermijn voor seizoensarbeid van drie maanden. De uitzonderingen worden wettelijk vastgelegd, zonder afwijkmogelijkheden bij cao.
- Oproepcontracten: oproepcontracten (inclusief nulurencontracten) worden afgeschaft en vervangen door basiscontracten met ten minste een kwartaalurennorm waardoor het loon van een werknemer voorspelbaar is. Er komt een evenwichtige verhouding tussen het minimumaantal te werken uren en de beschikbaarheid van de werknemer. In beginsel geldt het gemiddeld aantal uren waarover loon is betaald in een kwartaal als basis voor de opvolgende kwartaalurennorm (rechtsvermoeden arbeidsomvang). Scholieren en studenten (die als hoofdactiviteit hun opleiding of studie hebben) kunnen wel worden gecontracteerd op basis van een contract dat vergelijkbaar is met het huidige oproepcontract.
- Uitzendarbeid: de SER doet de volgende voorstellen om het uitzendregime aan te scherpen en de positie van uitzendwerknemers te verbeteren:
- verplichte certificering van uitzendbureaus en andere partijen die bemiddelen in arbeid om op de Nederlandse markt te kunnen opereren met strikte handhaving;
- de duur van fase A wordt wettelijk vastgesteld op 52 gewerkte weken. De mogelijkheid deze termijn bij cao te verlengen vervalt. Hiermee wordt de maximale duur van fase A verkort van 78 tot 52 weken;
- aansluitend op fase A geldt een aangepaste fase B van maximaal zes tijdelijke contracten gedurende twee jaar;
- uitzendwerknemers krijgen recht op ten minste gelijkwaardige arbeidsvoorwaarden als die welke gelden bij de inlener. Hiertoe dient artikel 8 Waadi (dat nu nog ruimte geeft om af te wijken) te worden aangepast. De uitwerking hiervan ligt bij sociale partners;
- er moet een afzonderlijk pensioenarrangement komen voor uitzendkrachten dat toegroeit naar een marktconform niveau. De wachttermijn moet komen te vervallen en in lijn worden gebracht met hetgeen wettelijk is bepaald voor de andere sectoren.
- Contracting: voorgesteld wordt om ongewenste vormen van contracting te adresseren in een code verantwoord arbeidsmarktgedrag en hiermee ervaring op te doen. In de code zullen ook de draaideurconstructies worden meegenomen, die mensen tegen hun wil langdurig in dezelfde flexibele contractvormen houden evenals nieuwe onwenselijke constructies die nog zouden kunnen ontstaan (waterbed).
- Code verantwoord arbeidsmarktgedrag: deze code moet voor werkgevers, opdrachtgevers en werknemers bindend en handhaafbaar zijn. Verbonden aan de code komt er een Codekamer met een onafhankelijke voorzitter bij de Stichting of de SER. Met de Code willen partijen o.a. bij uitbesteding, allocatie van werk en andere vormen van driehoeksrelaties aandacht voor prijs én kwaliteit van arbeid in brede zin, met inbegrip van het sociaal beleid.
- Uitsluiting loondoorbetalingsverplichting (ULV): in het kader van de nieuwe afspraken ten aanzien van oproepcontracten is het noodzakelijk dat de ULV in haar huidige vorm komt te vervallen, maar de uitzondering voor scholieren en studenten en uitzenden (fase A) moet wel opnieuw wettelijk worden vormgegeven.
Maatregelen om het aangaan van duurzame arbeidsrelaties te stimuleren
- Wendbaarheid: het wordt mogelijk gemaakt eenzijdig de arbeidsduur (tijdelijk) voor alle werknemers met maximaal 20 procent te verlagen bij bedrijfseconomische omstandigheden die anders tot ontslag zouden hebben geleid. Het loon wordt volledig doorbetaald (afwijking mogelijk in decentraal overleg). Er komt een compensatieregeling ter dekking van 75% van de loonkosten over de verlaagde arbeidsduur. De regeling gaat niet ten koste van opgebouwde WW-rechten. In overleg met de werknemers kunnen afspraken worden gemaakt over scholing en ontwikkeling tijdens de verkorting van de arbeidsduur.
- Van ontslag naar van-werk-naar-werk: bij beëindiging van de arbeidsovereenkomst kan worden gekozen voor een van-werk-naar-werk-route, waarbij dan geen transitievergoeding wordt betaald. Indien het lukt om een werknemer vanuit een flexibel contract naar een contract voor onbepaalde tijd te begeleiden krijgt de werkgever daarnaast de flex-opslag op de WW-premie met terugwerkende kracht gerestitueerd. Indien een werknemer tijdens een traject van om- of bijscholing in het kader van de van-werk-naar-werk-route door contractbeëindiging tijdelijk een beroep moet doen op de WW, geldt tijdelijk voor een aantal maanden een hogere WW-uitkering.
- Maatschappelijk verlof: er komt een nieuwe regeling Maatschappelijk Verlof. Deze regeling zorgt voor inkomenscompensatie van de werkenden. De huidige verlofregelingen zijn voor werkgevers en werknemers onoverzichtelijk en nodigen werkgevers niet uit tot het aangaan van een arbeidsovereenkomst.
- Ziekte en arbeidsongeschiktheid:
- de loondoorbetaling en re-integratieverplichting van de werkgever (twee jaar) kan worden overgedragen aan een verzekeraar. De werknemer blijft in dienst bij de werkgever;
- de re-integratie richt zich in het eerste ziektejaar op het eerste spoor tenzij in overleg met de bedrijfsarts en werknemer wordt bepaald dat re-integratie in het tweede spoor kansrijker is;
- in het tweede jaar richt de re-integratie zich in principe altijd op het tweede spoor, tenzij de werkgever na overleg met bedrijfsarts en werknemer besluit om het eerste spoor te blijven volgen;
- de arbeidsovereenkomst eindigt na twee jaar ziekte, of eerder indien de werknemer duurzaam via het tweede spoor bij een andere werkgever een baan heeft gevonden;
- om de positie van de 35-minners te verbeteren wordt een drempelverlaging doorgevoerd van 35 naar 15 procent, zijnde het niveau onder de ‘oude’ WAO. Financiering van de WGA via de werkgeverspremie (Werkhervattingskas) wordt verkort van tien naar vijf jaar;
- het arbeidsongeschiktheidspercentage wordt vastgesteld op basis van een realistische toets: er wordt reëel gekeken naar functies die voor de werkende uitvoerbaar zijn in plaats van naar theoretische mogelijkheden die in de praktijk niet blijken te bestaan.
- Pensioen: verdere uitwerking en implementatie van het pensioenakkoord en alle afspraken die in dat kader zijn gemaakt. Ten aanzien van een mogelijke regeling voor vervroegde uittreding na 45 dienstjaren is het van belang dat er open overleg plaatsvindt tussen de nieuwe minister van Sociale Zaken en sociale partners.
Het verrichten van zelfstandige arbeid
- Fiscaliteit. De zelfstandigenaftrek wordt afgebouwd in samenhang met de overige maatregelen die de bescherming van zelfstandigen verbeteren en met een effectieve oplossing voor het kwalificatievraagstuk. Hiervoor in de plaats komen fiscale faciliteiten voor zelfstandig ondernemers die daadwerkelijk risico lopen met eigen investeringen. Deze maatregelen worden getemporiseerd doorgevoerd en op een wijze die koopkrachtverlies onder zelfstandigen voorkomt of compenseert.
- Arbeidsongeschiktheid. Zelfstandigen worden verplicht zich te verzekeren tegen arbeidsongeschiktheid.
- Sociaal vangnet. De (T)OZO biedt aanknopingspunten om een sociaal vangnet voor zelfstandigen te creëren voor bijzondere en onvoorziene omstandigheden. Zelfstandigen dienen hier zelf aan bij te dragen.
- Pensioenen zzp. De afspraken die in het pensioenakkoord zijn gemaakt ten aanzien van het pensioen van zzp’ers worden opgevolgd.
- Rechtsvermoeden van werknemerschap bij een tarief onder het maximumdagloon (30 à 35 euro per uur). Indien de werkende meent dat hij/zij werknemer is, is het aan de opdrachtgever voor de rechter te bewijzen dat dit niet het geval is. Publiekrechtelijke handhaving dient zich te richten op gevallen aan de basis van de arbeidsmarkt (en bij vermoedens van kwaadwillendheid).
II. Een proactieve arbeidsmarktinfrastructuur
Er wordt gebouwd aan een nieuwe infrastructuur voor ‘Van Werk Naar Werk’ (VWNW) en Leven Lang Ontwikkelen (LLO). Het doel is om mensen meer zekerheid te bieden op een duurzame arbeidsloopbaan en daarmee ook meer inkomenszekerheid te bieden.
III. Arbeidsmarktdienstverlening aan specifieke groepen
Uitkeringsgerechtigden en anderen zonder werk zijn aangewezen op publieke arbeidsmarktdienstverlening. Er moet op verschillende manieren verbetering worden aangebracht in de infrastructuur om hen naar werk te begeleiden.
IV. Inkomensverdeling
Stapsgewijze en integrale herziening van het inkomensbeleid:
- invoering van een minimumloon per gewerkt uur en verhoging van het minimumloon met behoud van de koppeling;
- voor behoud van voldoende baankansen van werkenden aan de basis van de arbeidsmarkt komt er een franchise voor de werkgeverslasten van de sociale verzekeringen. Dit moet worden bezien in samenhang met het lage-inkomensvoordeel (LIV);
- invoering van verzilverbare heffingskortingen;
- verlagen van de lasten op arbeid waardoor het besteedbaar inkomen toeneemt;
- verruimen van de bijverdienmogelijkheden in de Participatiewet en arbeidsongeschiktheidsregelingen en afschaffen van de kostendelersnorm.
V. Gelijke kansen voor iedereen
Er komt een samenhangend systeem van kindvoorzieningen. De SER brengt op korte termijn advies uit over de vraag hoe gelijke kansen bevorderd kunnen worden, met aandacht voor brede talentontwikkeling, het belang van de kwaliteit van en het selectiemoment in het onderwijs en diverse andere aspecten (zoals gezondheid en inkomen van ouders) die de ongelijkheid nog altijd versterken. Bij jongeren leidt de samenloop van hun positie op de arbeidsmarkt en de woningmarkt, soms gepaard gaande met oplopende studieschulden, tot het uitstellen van mijlpalen in de levensloop (kinderen krijgen, een eigen woning betrekken, een betere baan krijgen). Er komen diverse voorstellen om de positie van jongeren te verbeteren en laaggeletterdheid effectief te bestrijden.
