Wetgeving
Wet werken na de AOW-gerechtigde leeftijd
Aanpassing van enige arbeidsrechtelijke bepalingen die een belemmering kunnen vormen voor werknemers en ambtenaren die na de AOW-gerechtigde leeftijd willen blijven werkenontwikkeling
07-04-2021
Wetsvoorstel met relevante ontwikkelingen
Met de inwerkingtreding van de Wet werken na de AOW-gerechtigde leeftijd (Stb. 2015, 376) werd in 2016 de loondoorbetaling bij ziekte voor AOW-gerechtigden gedurende zes weken geïntroduceerd. De periode van zes weken werd in het kader van het overgangsrecht verlengd tot dertien weken. In november 2020 kondigde de minister een ontwerpbesluit aan om het overgangsrecht in de Wet werken na de AOW-gerechtigde leeftijd te beëindigen. Het ontwerpbesluit zou ertoe moeten leiden dat vanaf 1 april 2021 een termijn van zes weken zou gaan gelden voor de loondoorbetaling bij ziekte voor AOW-gerechtigde werknemers. Ook de termijnen die daarmee verband houden, zoals de termijn in artikel 29 lid 5 ZW, en die in art. 76a lid 3 en lid 8 ZW, zouden worden bekort naar zes weken. Op 12 maart 2021 liet de minister echter weten dat het ontwerpbesluit voorlopig niet zal worden vastgesteld. Het recht op loondoorbetaling bij ziekte voor AOW-gerechtigden en het recht op ziekengeld voor deze groep, blijft voorlopig dus dertien weken.
in werking
06-04-2017
In werking getreden wetsvoorstel
Ingediend bij de Tweede Kamer op 10 november 2014. Wet van 30 september 2015 tot aanpassing van enige arbeidsrechtelijke bepalingen die een belemmering kunnen vormen voor werknemers en ambtenaren die na de AOW-gerechtigde leeftijd willen blijven werken (Wet werken na de AOW-gerechtigde leeftijd) (Stb. 2015/376). Besluit van 14 oktober 2015 tot vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet werken na de AOW-gerechtigde leeftijd (Stb. 2015/377). De Wet werken na de AOW-gerechtigde leeftijd treedt, onder toepassing van artikel 12, eerste lid, van de Wet raadgevend referendum, in werking met ingang van 1 januari 2016, met uitzondering van (a) de artikelen III, onderdelen D, E en I, voor zover het artikel 106 van de Ziektewet betreft, en VII, onderdeel B, die in werking treden met ingang van 1 juli 2016 en (b) artikel IV. Zie ook: Wet van 25 november 2015 tot wijziging van enkele wetten van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (Verzamelwet SZW 2016) (Stb. 464) en Besluit van 15 december 2015 tot wijziging van het Dagloonbesluit werknemersverzekeringen en het Besluit extramurale vrijheidsbeneming en sociale zekerheid in verband met het recht op ziekengeld na het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd, het niet in acht nemen van de rechtens geldende opzegtermijn en enkele technische aanpassingen (Stb. 533).
De Wet brengt de volgende wijzigingen met zich:
- de loondoorbetalingsverplichting bij ziekte van artikel 7:629 BW, de re-integratieverplichtingen en het opzegverbod is ten aanzien van AOW-gerechtigden beperkt tot 13 weken na de ingangsdatum van de AOW;
- voor de AOW-gerechtigde geldt een maximale opzegtermijn van één maand;
- indien de arbeidsovereenkomst met een zieke AOW-gerechtigde eindigt vóór het verstrijken van de periode van 13 weken na de ingangsdatum van de AOW, heeft de AOW-gerechtigde aansluitend recht op een ZW uitkering;
- de ZW uitkering wordt verhaald op de werkgever;
- de Wet zal in 2018 worden geëvalueerd. Indien de evaluatie positief is zal de periode van 13 weken worden beperkt tot 6 weken;
- de WML wordt van toepassing op de AOW-gerechtigde.
in werking
29-03-2016
In werking getreden wetsvoorstel
Ingediend bij de Tweede Kamer op 10 november 2014. Wet van 30 september 2015 tot aanpassing van enige arbeidsrechtelijke bepalingen die een belemmering kunnen vormen voor werknemers en ambtenaren die na de AOW-gerechtigde leeftijd willen blijven werken (Wet werken na de AOW-gerechtigde leeftijd). De Wet werken na de AOW-gerechtigde leeftijd treedt, onder toepassing van artikel 12, eerste lid, van de Wet raadgevend referendum, in werking met ingang van 1 januari 2016, met uitzondering van (i) de artikelen III, onderdelen D, E en I, voor zover het artikel 106 van de Ziektewet betreft, en VII, onderdeel B, die in werking treden met ingang van 1 juli 2016 en (ii) artikel IV. Besluit van 14 oktober 2015 (Stb. 2015/377). Besluit van 15 december 2015 tot wijziging van het Dagloonbesluit werknemersverzekeringen en het Besluit extramurale vrijheidsbeneming en sociale zekerheid in verband met het recht op ziekengeld na het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd, het niet in acht nemen van de rechtens geldende opzegtermijn en enkele technische aanpassingen (Stb. 2015/533).
ontwikkeling
13-10-2015
Wetsvoorstel met relevante ontwikkelingen
Ingediend bij de Tweede Kamer op 10 november 2014. Eindverslag van 7 juli 2015. Dit wetsvoorstel is op 29 september 2015 door de Eerste Kamer aangenomen, maar is nog niet gepubliceerd in het Staatsblad.
Dit wetsvoorstel introduceert een aantal maatregelen die het (door)werken na de AOW-gerechtigde leeftijd vergemakkelijken:
- de loondoorbetalingsplicht, de re-integratieverplichtingen van de werkgever en het opzegverbod bij ziekte worden beperkt tot zes weken. Tot een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip zal een termijn van 13 weken van toepassing zijn;
- voor AOW-gerechtigden die werken in een dienstbetrekking als bedoeld in artikel 4 en 5 ZW, of van wie de arbeidsovereenkomst eindigt op of vlak na de eerste dag van ongeschiktheid tot werken, wordt een recht op ZW-uitkering geïntroduceerd voor de duur van maximaal zes weken;
- de opzegtermijn voor een AOW-gerechtigde werknemer wordt beperkt tot 1 maand;
- in artikel 7:668a BW is een nieuw lid 12 opgenomen waarin een afwijkingsmogelijkheid is opgenomen van de ketenregeling. Voor AOW-gerechtigde werknemers ontstaat na ten hoogste 6 contracten of na 48 maanden een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd waarbij voor de vaststelling van de periode van 48 maanden, of het aantal contracten, alleen arbeidsovereenkomsten in aanmerking worden genomen die zijn aangegaan na het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd de WML wordt ook van toepassing op AOW-gerechtigden;
- de WAA is niet van toepassing op AOW-gerechtigde werknemers, zodat de werkgever die de AOW-gerechtigde tewerkstelt niet wordt verplicht in te gaan op verzoeken om uitbreiding (of vermindering) van het aantal te werken uren.
Om de bovenstaande wijzigingen – voor zover nodig – ook van toepassing te laten zijn op de overheidssector worden ook de Ambtenarenwet en de ZW gewijzigd. De beoogde inwerkingtredingsdatum is 1 januari 2016.
ontwikkeling
24-09-2015
Wetsvoorstel met relevante ontwikkelingen
Ingediend bij de Tweede Kamer op 10 november 2014. Gewijzigd Amendement van het lid Dijkgraaf, gewijzigd Amendement van de leden Schouten en Vermeij, gewijzigd Amendement van de leden Van Weyenburg en Anne Mulder, allen van 12 maart 2015. Gewijzigd Voorstel van wet en Brief van de Minister van SZW van 17 maart 2015.
De volgende wijzigingen zijn aangebracht:
- Het wetsvoorstel zal na twee jaar worden geëvalueerd. De evaluatie zal mede zien op de vraag in hoeverre de beperking van de loondoorbetalingsverplichting bij ziekte ten aanzien van AOW-gerechtigden tot verdringing heeft geleid op de arbeidsmarkt.
- Er is een overgangsregeling getroffen waarin het recht op loondoorbetaling bij ziekte voor personen die de AOW-gerechtigde leeftijd hebben bereikt te verlengen van zes weken naar dertien weken. Deze tijdelijke overgangsregeling heeft tot doel om de mogelijke verdringing te beperken tussen AOW-gerechtigde werknemers en oudere werknemers die de AOW-gerechtigde leeftijd nog niet hebben bereikt.
- In verband met het feit dat niet alle werkgevers en werknemers gebonden zijn aan een cao, is geregeld dat de mogelijkheid om de ketenbepaling voor AOW-gerechtigde werknemers te verlengen (in ten hoogste zes contracten resp. ten hoogste 48 maanden, voor de vaststelling waarvan alleen arbeidsovereenkomsten in aanmerking worden genomen die zijn aangegaan na het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd) is omgezet in een wettelijke regeling (nieuw lid 12 bij art. 7:668a BW).
ontwikkeling
24-09-2015
Wetsvoorstel met relevante ontwikkelingen
Ingediend bij de Tweede Kamer op 10 november 2014. Nota naar aanleiding van het verslag en Nota van wijziging van 18 februari 2015.
In het wetsvoorstel wordt in artikel 63e een recht op ZW-uitkering geïntroduceerd. In de nota van wijziging is verduidelijkt dat het UWV het ziekengeld niet betaalt en dus ook niet op grond van artikel 63e verhaalt, indien de werkgever met betrekking tot de betaling van dat ziekengeld eigenrisicodrager is (zie art. 63b ZW jo. art. 63a lid 3 ZW). De werkgever betaalt zelf het ziekengeld aan werknemers van wie de eerste dag van ongeschiktheid tot werken is gelegen op of na de dag waarop hij eigenrisicodrager is geworden. Bij beëindiging van het eigenrisicodragerschap blijft de werkgever het risico dragen van betaling van ziekengeld aan de werknemer van wie de eerste dag van ongeschiktheid tot werken is gelegen vóór het einde van het eigenrisicodragen. In lid 2 is bepaald dat het UWV het ziekengeld bij overgang van onderneming verhaalt op de verkrijgende werkgever die geen eigenrisicodrager is. Indien slechts een deel van de onderneming wordt overgedragen blijft het UWV verhalen op de gedeeltelijk overdragende werkgever. Er wordt een nieuw artikel opgenomen waarin wordt voorgesteld om de WAA buiten toepassing te laten voor werknemers die de AOW-gerechtigde leeftijd hebben bereikt.
wetsvoorstel
24-09-2015
Nieuw wetsvoorstel
Dit wetsvoorstel introduceert een aantal maatregelen die het (door)werken na de AOW-gerechtigde leeftijd vergemakkelijken:
- De loondoorbetalingsplicht, de re-integratieverplichtingen van de werkgever en het opzegverbod bij ziekte worden beperkt tot zes weken.
- Voor AOW-gerechtigden die werken in een dienstbetrekking als bedoeld in artikel 4 en 5 ZW, of van wie de arbeidsovereenkomst eindigt op of vlak na de eerste dag van ongeschiktheid tot werken, wordt een recht op ZW-uitkering geïntroduceerd voor de duur van maximaal zes weken. Dit is met name van belang voor uitzendkrachten die werken op basis van een uitzendovereenkomst met een uitzendbeding en voor werknemers van wie de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd eindigt tijdens de loondoorbetalingsperiode van zes weken. Het ziekengeld wordt verhaald op de werkgever, omdat op grond van de Wet financiering sociale verzekeringen geen premies werknemersverzekeringen zijn verschuldigd met ingang van de eerste dag van de maand waarin de werknemer de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt.
- De opzegtermijn voor een AOW-gerechtigde werknemer wordt beperkt tot één maand.
- De ketenbepaling wordt in die zin aangepast dat (1) bij cao kan worden bepaald dat voor AOW-gerechtigde werknemers ten hoogste na zes contracten of na 48 maanden een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd ontstaat, waarbij tevens kan worden bepaald dat voor de vaststelling van de periode van 48 maanden, of het aantal contracten, alleen arbeidsovereenkomsten in aanmerking worden genomen die zijn aangegaan na het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd, (2) wanneer een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd bij een opeenvolgende werkgever volgt op een arbeidsovereenkomst die is geëindigd wegens het bereiken van de AOW-gerechtigde of een andere pensioenleeftijd, laatstgenoemde overeenkomst buiten beschouwing wordt gelaten bij de vaststelling of de (wettelijke) periode van 24 maanden (of een bij cao te bepalen langere periode) is overschreden.
- De WML wordt ook van toepassing op AOW-gerechtigden.
- De WAA is niet van toepassing op AOW-gerechtigde werknemers, zodat de werkgever die de AOW-gerechtigde tewerkstelt niet wordt verplicht in te gaan op verzoeken om uitbreiding (of vermindering) van het aantal te werken uren.
Om de bovenstaande wijzigingen – voor zover nodig – ook van toepassing te laten zijn op de overheidssector worden ook de Ambtenarenwet en de ZW gewijzigd.
