Wetgeving
Reactie minister Koolmees op HR inzake kwalificatie arbeidsrelatie
overige ontwikkelingen
03-03-2021
Overige ontwikkelingen
In zijn brief van 10 februari 2021 gaat de minister in op de uitspraak van de Hoge Raad van 6 november 2020 inzake de kwalificatie van de arbeidsrelatie (en het in TRA gepubliceerde artikel waarin het voorstel is gedaan voor een generieke ‘werknemer, tenzij-benadering’).
- Modelovereenkomsten opdracht
Nu de partijbedoeling bij de kwalificatie geen rol meer speelt, zullen de passages in de modelteksten over de wens om te contracteren op basis van een overeenkomst van opdracht of de wens om geen dienstbetrekking aan te gaan, niet langer als gemarkeerde bepaling worden opgenomen. Dit zal door de Belastingdienst bij een verlengingsaanvraag of een nieuw verzoek voor goedkeuring van een voorgelegde modelovereenkomst worden meegenomen. Goedgekeurde modelovereenkomsten verliezen als gevolg van het arrest niet hun geldigheid. Er kan nog steeds op basis van een goedgekeurde modelovereenkomst buiten dienstbetrekking worden gewerkt.
- Webmodule
De webmodule toetst hoe de overeenkomst gekwalificeerd moet worden en is al zo vormgegeven dat de partijbedoeling op het punt van de kwalificatie geen rol speelt. De inrichting van de webmodule is dus al in lijn met wat de Hoge Raad heeft bepaald.
- Gezagscriterium
De Hoge Raad heeft geen aandacht geschonken aan aanbevelingen ten aanzien van de modernisering van het gezagscriterium, ook niet aan de aanbevelingen van de advocaat-generaal op dit punt. Dat betekent dat het arrest, afgezien van de duidelijkheid die het schept over de rol van de partijbedoeling, verder geen wijziging aanbrengt in de uitleg van het gezagscriterium. Zoals de minister eerder heeft aangegeven, is het aan een nieuw kabinet om de modernisering van het gezagscriterium desgewenst ter hand te nemen.
