Wetgeving
Nieuwe Uitvoeringsregels ontslagprocedure UWV
overige ontwikkelingen
07-09-2020
Overige ontwikkelingen
Het UWV heeft de nieuwe Uitvoeringsregels ontslagprocedure UWV per 1 september
gepubliceerd. Door de inwerkingtreding van de WNRA op 1 januari 2020 is de aanstelling van (de meeste) ambtenaren omgezet in een arbeidsovereenkomst en is het privaatrechtelijke arbeids- en ontslagrecht daarop van toepassing. In dat verband is aan de Ontslagregeling een definitie van overheidswerkgever toegevoegd en een artikel over de beoordeling van de bedrijfseconomische reden als deze het gevolg is van een democratisch genomen besluit. Daarnaast is de tijdelijke overbruggingsregeling transitievergoeding voor kleine werkgevers per 1 januari 2020 komen te vervallen. De wijzigingen worden hierna toegelicht.
Onderbouwing van de ontslagaanvraag
Paragraaf 1.3 van de Uitvoeringsregels geeft per bedrijfseconomische reden een korte toelichting en vermeldt welke gegevens de werkgever in het algemeen moet verstrekken. Daarbij is toegelicht dat het in specifieke situaties nodig kan zijn dat de werkgever wordt gevraagd aanvullende gegevens te verstrekken. Hieraan is toegevoegd dat soms met minder gegevens kan worden volstaan.
Democratisch genomen besluiten
Er worden twee nieuwe paragrafen in de Uitvoeringsregels ingevoegd die verband houden met de invoering van de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren. Paragraaf 1.8 van de Uitvoeringsregels bevat de tekst van het nieuwe artikel 2a van de Ontslagregeling met toelichting. Dit artikel bepaalt onder meer dat de overheidswerkgever inzicht moet geven of een ontslagaanvraag een gevolg is van een democratisch genomen besluit. In dat geval wordt dat besluit bij de beoordeling van de bedrijfseconomische reden niet getoetst. In paragraaf 1.9 van de Uitvoeringsregels wordt deze regel nader toegelicht. De nieuwe paragraaf 1.9.1 bevat een overzicht van wie als overheidswerkgever worden aangemerkt.
Groep
Artikel 3 van de Ontslagregeling bepaalt dat de bedrijfseconomische reden wordt beoordeeld bij de onderneming en niet bij de groep. Als de onderneming deel uitmaakt van een groep moet de werkgever ook de herplaatsingsmogelijkheden bij andere onderdelen van de groep betrekken. Publiekrechtelijke rechtspersonen kunnen geen onderdeel uitmaken van een groep in de zin van artikel 2:24b BW. Dit is nader uitgewerkt in paragraaf 1.11.1 van de Uitvoeringsregels.
Voorafgaande aanstelling bij een overheidswerkgever
In paragraaf 2.16 van de Uitvoeringsregels is nader toegelicht hoe de duur van het dienstverband wordt berekend als een ambtenaar met een arbeidsovereenkomst voor 1 januari 2020 op basis van een aanstelling werkzaam was. In die situatie worden de periodes van de aanstelling en de arbeidsovereenkomst samengeteld.
Opzegverbod en bedrijfsbeëindiging
UWV verleent geen toestemming om de arbeidsovereenkomst op te zeggen als sprake is van een tijdens-opzegverbod tenzij dit opzegverbod naar verwachting vervalt binnen vier weken na de beslissing van het UWV. Een tijdens-opzegverbod geldt niet als wordt opgezegd wegens beëindiging van de werkzaamheden van de onderneming. In paragraaf 4.2.2 wordt dit nader toegelicht. Niet noodzakelijk is dat de onderneming al daadwerkelijk geheel is beëindigd. Om fiscale redenen of bijvoorbeeld omdat er nog pensioengelden in de onderneming zitten, kan er geruime tijd verstrijken tussen het beëindigen van de werkzaamheden van de onderneming en de daadwerkelijke bedrijfsbeëindiging.
Overbruggingsregeling transitievergoeding vervallen
In de Wwz was een tijdelijke overbruggingsregeling transitievergoeding opgenomen voor kleine werkgevers die wegens een slechte financiële situatie moesten inkrimpen. Zij hoefden de vóór 1 mei 2013 gelegen dienstjaren van de werknemer niet mee te tellen bij de berekening van de transitievergoeding (art. 7:673d BW).
