Wetgeving
Tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor behoud van werkgelegenheid
Regeling van de minister van SZW van 31 maart 2020, 2020-00000466302020-0000046763, tot vaststelling van een Tijdelijke subsidieregeling tegemoetkoming in de loonkosten in verband met het coronavirus.overige ontwikkelingen
31-03-2020
Overige ontwikkelingen
Kamerbrief van 17 maart 2020. Kamerbrief van 31 maart 2020. Tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor behoud van werkgelegenheid. Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en vervalt op 1 augustus 2021. In afwijking van het tweede lid blijft deze regeling, zoals die luidde op de dag voorafgaand aan de datum met ingang waarvan deze regeling vervalt, van toepassing op de afwikkeling van de subsidieaanvragen op grond van deze regeling. In afwijking van het tweede lid blijven de verplichtingen voor werkgevers aan wie op grond van deze regeling subsidie is verleend, op grond van artikel 13, onderdelen d en i, gelden na 1 augustus 2021, gedurende de in die onderdelen genoemde periode.
De mogelijkheid om de noodmaatregel met drie maanden te verlengen wordt nadrukkelijk opengehouden. Daarover zal voor 1 juni 2020 besloten worden.
Het doel van deze regeling is om werkgevers tegemoet te komen in de betaling van de loonkosten, indien sprake is van een acute terugval in de omzet met ten minste 20% gedurende een periode van drie maanden, vanwege een vermindering in bedrijvigheid door buitengewone omstandigheden die in redelijkheid niet tot het normale ondernemersrisico kunnen worden gerekend, zodat zij werknemers in dienst kunnen houden voor de uren die zij werkten voordat sprake was van deze terugval.
Let op: er wordt onderscheid gemaakt tussen de aanvraag van de subsidie (voorschot) (hierna: ‘voorschot subsidie’) en de aanvraag van de vaststelling van de subsidie (hierna: ‘definitieve subsidie’).
Werkgever:
- de werkgever in de zin van de Werkloosheidswet, de Ziektewet, de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen of de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering en de overheidswerkgever als bedoeld in artikel 1 onder i WW.
Loon:
- voor voorschot subsidie: loon van alle werknemers in januari 2020;
- voor definitieve subsidie: loon van alle werknemers behorende tot een loonheffingennummer in de periode van 1 maart tot en met 31 mei 2020 (deze referteperiode is vast) met eventueel correcties voor:
a. toegekende ZW-uitkeringen voor no-riskpolissen en Wazo-uitkeringen;
b. vakantiebijslag;
c. boetes in verband met aangevraagde ontslagvergunning (zie hieronder);
d. ten onrechte niet toegepast maximumloon (zie hieronder);
- ook loon van werknemers met flexibele urenomvang indien werkgever doorbetaalt op basis van betaald loon in januari 2020.
Omzetdaling:
- een daling van de omzet van ten minste 20%;
- omzetdaling is gevolg van buitengewone omstandigheden;
- referentie-omzet is de omzet over het kalenderjaar 2019 gedeeld door vier;
- de verwachte omzetdaling ziet op een aaneengesloten periode van drie kalendermaanden binnen de periode van 1 maart tot en met 31 juli 2020 (deze periode is dus flexibel binnen de aangegeven termijn);
- de periode van drie maanden moet starten op de eerste van de maand;
- er moet sprake zijn van een gemiddelde omzetdaling van ten minste 20% over drie maanden (daalt de omzet in één maand met 60%, dan is dat gemiddeld over drie maanden 20% (wel recht), daalt de omzet één maand met 20% dan is dat gemiddeld 6,7% (geen recht));
- de omzetdaling wordt vastgesteld door het verschil tussen de referentie-omzet en de verwachte omzetdaling;
- indien sprake is van een groep (artikel 2:24b BW) wordt uitgegaan van de omzetdaling van de groep per 1 maart 2020;
- bij een concern (artikel 2: 24a BW) worden de dochtermaatschappij en de rechtspersoon behandeld als een groep;
- voor concerns met Nederlandse en buitenlandse dochters geldt dat zij niet de omzetdaling moeten meetellen van de rechtspersonen in de groep die geen Nederlands SV-loon hebben.
‘VOORSCHOT SUBSIDIE’
Aanvraag subsidie:
- vanaf 14 april (mogelijk eerder) tot en met 31 mei 2020;
- alleen elektronisch via UWV;
- één subsidieaanvraag per loonheffingennummer, een werkgever kan dus meerdere aanvragen doen maar moet de omzetdaling opgeven voor de gehele onderneming;
- opgeven of WTV-aanvraag is gedaan na 31 augustus 2019;
- opgave van verwachte omzetdaling;
- werkgever heeft vier weken de tijd na indiening aanvraag subsidie om verplichte informatie aan te vullen.
Verlening van de subsidie:
- UWV beslist binnen 13 weken na ontvangst van de volledige aanvraag (streven is binnen twee à vier weken);
- betaling in ten hoogste drie termijnen;
- in beschikking:
a. de periode waarvoor de subsidie wordt verleend;
b. de hoogte van subsidie en het voorschot (80% van het bedrag van de voorschot subsidie);
c. de verplichtingen waaraan de werkgever moet voldoen (zie hieronder);
d. de termijn waarbinnen de vaststelling van de subsidie moet worden aangevraagd (zie hieronder).
Berekening hoogte subsidie:
- uitgangspunt is het loon over de maand januari 2020;
- als er over januari 2020 geen loongegevens zijn, gaat UWV uit van november 2019. Als er ook geen gegevens zijn over dit tijdvak, kan er geen subsidie worden verleend;
- totale loonsom van werknemers, waarbij het loon van de individuele werknemer is gemaximeerd op € 9.538 + 30% werkgeverslasten (forfaitair);
- per maand maximaal 90% van de loonsom;
- de subsidie bedraagt 90% van de verwachte omzetdaling (dus 90% van 100% omzetdaling, 90% van 90% omzetdaling enz.).
Verplichtingen werkgever:
- loonsom zo veel mogelijk gelijk houden;
- geen ontslagaanvraag UWV tussen 18 maart tot en met 31 mei 2020 op grond van artikel 7:669 lid 3 onder a (bedrijfseconomische reden). Intrekking reeds ingediende aanvragen is mogelijk. Bij overtreding wordt het loon van de ontslagen werknemers plus 50% in mindering gebracht op de totale loonsom waarop de uiteindelijke hoogte van de subsidie wordt gebaseerd;
- subsidie moet worden aangewend voor de betaling van de loonkosten;
- ondernemingsraad/ personeelsvertegenwoordiging/ werknemer moeten worden geïnformeerd over subsidieaanvraag;
- controleerbare administratie (tot vijf jaar na vaststelling subsidie);
- werkgever doet loonaangifte op de voorgeschreven momenten;
- overleggen accountantsverklaring na afloop van de periode waarover subsidie is verleend.
‘DEFINITIEVE SUBSIDIE’
Vaststelling subsidie
- aanvraag binnen 24 weken na afloop van de aaneengesloten periode van drie maanden waarvoor de aanvraag is gedaan (binnen de periode van 1 maart tot en met 31 juli 2020);
- UWV beslist binnen 22 weken;
- bij de aanvraag van de vaststelling worden in ieder geval meegezonden:
a. definitieve gegevens over de omzetdaling;
b. de accountantsverklaring;
c. een verklaring dat voldaan is aan de verplichtingen voor de ‘voorschotsubsidie’;
- bij de definitieve vaststelling van de subsidie wordt de loonsom van de voorschotsubsidie vergeleken met de loonsom over de driemaandsperiode maart 2020 tot en met mei 2020 (en kan dus lager uitvallen);
- de door de werkgever gekozen drie maanden periode van omzetdaling kan bij de definitieve afrekening niet meer worden aangepast.
WTV-aanvraag
- alle WTV-aanvragen van voor 17 maart 2020, 18.45 uur waarop nog niet is beslist, worden aangemerkt als aanvraag in de zin van de NOW;
- reeds toegekende WTV-aanvragen blijven lopen tot einddatum, geen verlenging mogelijk maar deze werkgevers kunnen daarna een aanvraag voor een NOW- subsidie doen. Bij samenloop van NOW-subsidie en de betaling van WW-gelden wordt dit verrekend bij definitieve vaststelling.
