Wetgeving
Wet verlaging bezoldigingsmaximum WNT
Aanpassing van de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector in verband met de verlaging van het wettelijke bezoldigingsmaximum van 130% naar 100% van de bezoldiging van een Ministerontwikkeling
24-09-2015
Wetsvoorstel met relevante ontwikkelingen
Ingediend bij de Tweede Kamer op 30 juni 2014. Wet van 23 december 2014. Brief van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 9 januari 2015.
In zijn brief gaat de minister in op vragen van de Kamer over enerzijds de voortvarende parlementaire behandeling van het wetsvoorstel, en anderzijds de noodzaak om de volledige invoering van de WNT-2, voor alle delen en voor alle sectoren, pas per 1 januari 2016 te realiseren. De WNT-2 is per 1 januari 2015 volledig van kracht geworden en geldt als maximuminkomen de nieuwe norm van € 178.000. Dit is ongeveer € 50.000 lager dan de norm van de WNT. Een aanzienlijk deel van de zittende topfunctionarissen ontvangt een bezoldiging boven de nieuwe norm. De wet heeft dus direct effect op de praktijk omdat voor bestuurders van wie de bezoldiging door de invoering van de WNT-2 boven het toepasselijke wettelijk bezoldigingsmaximum komt de overgangsperiode gaat lopen. Na de overgangsperiode gaat ook voor hen de nieuwe norm gelden.
in werking
24-09-2015
In werking getreden wetsvoorstel
Ingediend bij de Tweede Kamer op 30 juni 2014. Verslag van een wetgevingsoverleg van 7 november 2014 en Memorie van antwoord van 28 november 2014. Nadere Memorie van antwoord van 15 december 2014. Brief van de Minister voor Wonen en Rijksdienst, Brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, beide van 23 december 2014, Brief van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 24 december 2014. Wet van 23 december 2014, houdende aanpassing van de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector in verband met de verlaging van het wettelijke bezoldigingsmaximum van 130% naar 100% van de bezoldiging van een Minister (Wet verlaging bezoldigingsmaximum WNT). Besluit van 23 december 2014, houdende vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet verlaging bezoldigingsmaximum WNT. De Wet treedt in werking met ingang van 1 januari 2015.
Deze wet strekt ertoe het wettelijke bezoldigingsmaximum op grond van de WNT voor topfunctionarissen te verlagen van 130% naar 100% van de bezoldiging van een minister. De maximumbezoldigingsnorm voor 2015 is € 178.000. Ook zijn wijzigingen opgenomen betreffende de normering van de bezoldiging van interne toezichthouders en van interim-topfunctionarissen, en wordt een grondslag opgenomen om nader te bepalen reguliere incidentele inkomensbestanddelen buiten het bezoldigingsbegrip te laten. Zowel de hoogte van de 100%-norm als het bezoldigingsbegrip zijn vastgesteld conform de huidige WNT-systematiek. Dit betekent voor de norm dat deze is opgebouwd uit het salaris, de vakantie-uitkering, de eindejaarsuitkering, de onkostenvergoeding en een fictieve pensioenpremie van de minister. Er zijn een drietal inkomensbestanddelen van een minister die geen onderdeel van de norm vormen, maar bij de toetsing van de actuele bezoldiging van een topfunctionaris aan de norm wel als beloning en daarmee als bezoldiging in de zin van de WNT worden aangemerkt. Het overgangsrecht van de huidige WNT wordt gehandhaafd. Bestaande bezoldigingsafspraken worden gedurende een termijn van vier jaar gerespecteerd en dienen vervolgens in drie jaar tijd teruggebracht te worden naar het toepasselijke bezoldigingsmaximum. De termijn vangt aan op het moment dat de bezoldiging voor de eerste keer het maximum overschrijdt. De beperking van artikel 2.5 tot privaatrechtelijke (fulltime) zelfstandige bestuursorganen wordt geschrapt, waardoor deze bepaling voorziet in de mogelijkheid om bij ministeriële regeling ook voor andere onder paragraaf 2 van de wet vallende rechtspersonen en instellingen, in een beperkt aantal gevallen een uitzondering toe te staan op de toepassing van de 100%-norm. Deze functionele uitzondering mag echter de huidige 130%-norm niet te boven gaan.
ontwikkeling
24-09-2015
Wetsvoorstel met relevante ontwikkelingen
Ingediend bij de Tweede Kamer op 30 juni 2014. Nota naar aanleiding van het verslag en Nota van wijziging van 30 september 2014 en tweede Nota van wijziging van 13 oktober 2014. Brief van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 14 oktober 2014. Derde Nota van wijziging en Brief van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 15 oktober 2014. Gewijzigd Voorstel van wet van 16 oktober 2014.
In de eerste nota van wijziging wordt het voorgestelde wettelijke bezoldigingsmaximum nader vastgesteld, te weten op 100/130-ste van het huidige wettelijke bezoldigingsmaximum van € 230.474 = € 177.288, afgerond op € 178.000 (op basis van het bedrag voor 2014). In de tweede nota van wijziging is een vereenvoudiging van het overgangsrecht opgenomen, inhoudende dat het overgangsrecht van de huidige WNT wordt gehandhaafd. Bestaande bezoldigingsafspraken worden gedurende een termijn van vier jaar gerespecteerd en dienen vervolgens in drie jaar tijd teruggebracht te worden naar het toepasselijke bezoldigingsmaximum. De termijn vangt aan op het moment dat de bezoldiging voor de eerste keer het maximum overschrijdt. In de derde nota van wijziging is de huidige beperking van artikel 2.5 tot privaatrechtelijke (fulltime) zelfstandige bestuursorganen geschrapt, waardoor deze bepaling voorziet in de mogelijkheid om bij ministeriële regeling ook voor andere onder paragraaf 2 van de wet vallende rechtspersonen en instellingen, in een beperkt aantal gevallen een uitzondering toe te staan op de toepassing van de 100%-norm. Deze functionele uitzondering mag echter de huidige 130%-norm niet te boven gaan.
wetsvoorstel
24-09-2015
Nieuw wetsvoorstel
Ingediend bij de Tweede Kamer op 30 juni 2014. Voorstel van wet en Memorie van Toelichting en Verslag van 15 september 2014.
Dit wetsvoorstel strekt ertoe het wettelijke bezoldigingsmaximum op grond van de WNT voor topfunctionarissen te verlagen van 130% naar 100% van de bezoldiging van een minister. De uitbreiding van de reikwijdte van de WNT naar alle functionarissen in de publieke en semipublieke sector zal in een apart voorstel worden neergelegd. Voorts worden wijzigingen voorgesteld betreffende de normering van de bezoldiging van interne toezichthouders en van interim-topfunctionarissen, en wordt een grondslag opgenomen om nader te bepalen reguliere incidentele inkomensbestanddelen buiten het bezoldigingsbegrip te laten. Zowel de hoogte van de 100%-norm als het bezoldigingsbegrip zijn vastgesteld conform de huidige WNT-systematiek. Dit betekent voor de norm dat deze is opgebouwd uit het salaris, de vakantie-uitkering, de eindejaarsuitkering, de onkostenvergoeding en een fictieve pensioenpremie van de minister. Er zijn een drietal inkomensbestanddelen van een minister die geen onderdeel van de norm vormen, maar bij de toetsing van de actuele bezoldiging van een topfunctionaris aan de norm wel als beloning en daarmee als bezoldiging in de zin van de WNT worden aangemerkt. De wens van de regering is het wetsvoorstel per 1 januari 2015 in werking te laten treden. Voor het tweede voorstel dat de uitbreiding van de reikwijdte naar alle functionarissen regelt, is de beoogde invoeringsdatum 1 januari 2017.
