Wetgeving
Wet temporisering verhoging AOW-leeftijd
Wijziging van de Algemene Ouderdomswet, de Wet op de loonbelasting 1964, de Wet verhoging AOW- en pensioenrichtleeftijd, de Wet versnelling stapsgewijze verhoging AOW-leeftijd en de Wet tegemoetkomingen loondomein in verband met temporisering van de stapsgewijze verhoging van de AOW-leeftijdontwikkeling
03-10-2019
Wetsvoorstel met relevante ontwikkelingen
Ingediend bij de Tweede Kamer op 17 juni 2019. Nota naar aanleiding van het verslag van 27 augustus 2019. Brief van de minister van SZW van 25 september 2019.
De minister geeft een overzicht met cijfers over de ontwikkeling van de AOW-leeftijd op lange termijn. In het overzicht is deze ontwikkeling weergegeven op basis van de huidige wetgeving en op basis van de afspraken uit het akkoord over de vernieuwing van het pensioenstelsel. Deze afspraak uit het pensioenakkoord over de matiging van de koppeling van de AOW-leeftijd aan de levensverwachting zal te zijner tijd met een wetsvoorstel aan de Kamer worden voorgelegd. De gematigde koppeling van de AOW-leeftijd aan de levensverwachting leidt ertoe dat de AOW-leeftijd in de toekomst minder snel zal stijgen dan zonder de afspraken uit het akkoord het geval zou zijn. Dit impliceert dat ook de verhouding tussen de potentiƫle beroepsbevolking en de pensioengerechtigde bevolking anders zal uitpakken. De cijfers over de ontwikkeling van de potentiƫle beroepsbevolking en de werkzame bevolking ondersteunen de urgentie van de afspraken uit het pensioenakkoord over de verbetering van duurzame inzetbaarheid.
wetsvoorstel
11-07-2019
Nieuw wetsvoorstel
Ingediend bij de Tweede Kamer op 17 juni 2019. Voorstel van wet en memorie van toelichting van 17 juni 2019. Verslag van de vaste commissie voor SZW van 27 juni 2019. Nota naar aanleiding van het verslag van 28 juni 2019. Brief van de minister van SZW van 17 juni 2019. Wet van 3 juli 2019 tot wijziging van de Algemene Ouderdomswet, de Wet op de loonbelasting 1964, de Wet verhoging AOW- en pensioenrichtleeftijd, de Wet versnelling stapsgewijze verhoging AOW-leeftijd en de Wet tegemoetkomingen loondomein in verband met temporisering van de stapsgewijze verhoging van de AOW-leeftijd (Wet temporisering verhoging AOW-leeftijd) (Stb. 2019, 246). Deze wet treedt in werking met ingang van 1 januari 2020. In afwijking van het eerste lid: a. treedt artikel II, onderdelen A en D, in werking met ingang van 1 januari 2022; b. treedt artikel II, onderdelen B en E, in werking met ingang van 1 januari 2023; c. treden artikel II, onderdelen C en F, en artikel V, onderdelen A, E, F, G, H, I, J, K en L, in werking met ingang van 1 januari 2024.
De Tweede Kamer heeft met een overgrote meerderheid ingestemd met het wetsvoorstel temporisering verhoging van de AOW-leeftijd. De wetswijziging is nodig om de AOW-leeftijd de komende jaren minder snel te laten stijgen. De temporisering van de AOW-leeftijd is onderdeel van het pensioenakkoord. De wet voorziet in het stopzetten van de verhoging van de pensioengerechtigde en aanvangsleeftijd voor 2020 en 2021 en een getemporiseerde verhoging van 2022 tot en met 2024. De pensioengerechtigde leeftijd en de aanvangsleeftijd voor de jaren 2020 en 2021 wordt niet verhoogd ten opzichte van de pensioengerechtigde leeftijd en aanvangsleeftijd voor 2019. De pensioengerechtigde leeftijd is 66 jaar en vier maanden en de aanvangsleeftijd is 16 jaar en vier maanden in 2019. Voorts worden de pensioengerechtigde leeftijd en de aanvangsleeftijd bij wet vastgesteld voor de jaren 2022 tot en met 2024. De pensioengerechtigde leeftijd en aanvangsleeftijd stijgen in 2022 en 2023 met drie maanden en in 2024 met twee maanden. Dit houdt in dat in 2024 de pensioengerechtigde leeftijd en de aanvangsleeftijd 67, respectievelijk 17 jaar zullen zijn. Vanaf 2025 gaat de AOW-leeftijd ook minder snel omhoog dan tot nu toe het plan was. Nu nog gaat voor elk jaar dat de levensverwachting stijgt, ook de AOW-leeftijd met een jaar omhoog. In de nieuwe afspraken wordt dat teruggebracht naar acht maanden.
