Wetgeving
Voorstel van wet tot wijziging van de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs
Voorstel van wet van de leden Gijs van Dijk, Ă–zdil en Van Kent tot wijziging van de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs teneinde te bewerkstelligen dat voor arbeidskrachten die in het kader van payrolling ter beschikking zijn gesteld aan een opdrachtgever dezelfde arbeidsvoorwaarden gelden als voor werknemers werkzaam in gelijke of gelijkwaardige functies in dienst van de opdrachtgever waar de terbeschikkingstelling plaatsvindtontwikkeling
07-03-2019
Wetsvoorstel met relevante ontwikkelingen
Ingediend bij de Tweede Kamer op 23 november 2017. Brief van de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal van 4 februari 2019.
De indieners van het wetsvoorstel informeren de Kamer dat het wetsvoorstel wordt ingetrokken.
ontwikkeling
03-07-2018
Wetsvoorstel met relevante ontwikkelingen
Ingediend bij de Tweede Kamer op 23 november 2017. Nota van wijziging van 28 juni 2018.
In de nota van wijziging wordt voorgesteld om payrollwerkgevers voor het pensioen van arbeidskrachten ten minste een gelijkwaardige pensioenpremie (werkgevers- en werknemersdeel) te laten afdragen.
ontwikkeling
03-05-2018
Wetsvoorstel met relevante ontwikkelingen
Ingediend bij de Tweede Kamer op 23 november 2017. Advies van de afdeling advisering van de Raad van State en reacties van de initiatiefnemers. Voorstel van wet zoals gewijzigd naar aanleiding van het advies van de afdeling advisering van de Raad van State en de memorie van toelichting.
De Raad van State heeft geadviseerd om de gekozen aanpak, afbakening en vormgeving van het wetsvoorstel te heroverwegen. De Raad acht de gekozen aanpak ontoereikend, nu deze miskent dat de problematiek rondom payrolling slechts in samenhang met het verminderen van de verschillen tussen verschillende vormen waarin arbeid wordt georganiseerd effectief tegengegaan kan worden. De initiatiefnemers hebben naar aanleiding van het advies van de Raad van State het wetsvoorstel op een aantal (ondergeschikte) punten aangepast. Aan artikel 8a lid 1 Waadi zijn de volgende passages toegevoegd (zie cursivering):
- de arbeidskracht die in het kader van payrolling ter beschikking is gesteld, heeft recht op
ten minste dezelfde arbeidsvoorwaarden als die gelden voor werknemers werkzaam in gelijke of gelijkwaardige functies in dienst van de opdrachtgeverwaar de terbeschikkingstelling plaatsvindt.
- indien de opdrachtgever geen werknemers in dienst heeft in gelijke of gelijkwaardige functies, heeft de arbeidskracht, die in het kader van payrolling ter beschikking is gesteld, recht op
ten minste dezelfde arbeidsvoorwaarden als die gelden voor werknemers werkzaam in gelijke of gelijkwaardige functies in de sector van het beroeps-of bedrijfsleven, waarin de opdrachtgever werkzaam is.
- a. werknemers werkzaam in gelijke of gelijkwaardige functies in dienst van de opdrachtgever,
waar de terbeschikkingstelling plaatsvindt recht hebben op een pensioenregeling;
wetsvoorstel
06-12-2017
Nieuw wetsvoorstel
Ingediend bij de Tweede Kamer op 23 november 2017. Voorstel van wet en memorie van toelichting van 23 november 2017.
Dit wetsvoorstel heeft tot doel om oneigenlijke concurrentie op arbeidsvoorwaarden te voorkomen en strekt er toe regels te stellen voor payrolling waarbij op de betreffende werknemers de arbeidsvoorwaarden zullen gelden die van toepassing zouden zijn geweest als de werkgever (opdrachtgever) een arbeidsovereenkomst met hen zou hebben afgesloten.
- er wordt een nieuw onderdeel toegevoegd waarin de definitie wordt gegeven van payrolling. De definitie sluit aan op de definitie uit de Ontslagregeling;
- indien sprake is van een gelijke of gelijkwaardige functies gelden dezelfde arbeidsvoorwaarden voor arbeidskrachten die in het kader van payrolling ter beschikking zijn gesteld aan de opdrachtgever. Deze verplichting geldt voor de arbeidsvoorwaarden, die van toepassing zijn op de eigen werknemers van de opdrachtgever.
- er kan niet ten nadele van de ter beschikking gestelde bij cao worden afgeweken van het nieuwe artikel 8a;
- indien sprake is van ter beschikking stelling in het kader van payrolling aan een opdrachtgever die geen werknemers in dienst heeft gelden dezelfde arbeidsvoorwaarden als voor werknemers werkzaam in de sector van het beroeps- of bedrijfsleven waar de opdrachtgever werkzaam is;
- er is een recht op een gelijkwaardige pensioenregeling opgenomen;
indien de terbeschikkingstelling in het kader van payrolling geschiedt op basis van een uitzendovereenkomst (1) is artikel 7:691 BW niet van toepassing (2) kan alleen dan gedurende de eerste zes maanden worden afgeweken van artikel 7:628 lid 1 bij individuele schriftelijke overeenkomst, als dit gebruikelijk is in de functie waarin de werknemer werkzaam is bij de opdrachtgever (3) kan de periode van zes maanden van artikel 7:628 lid 5 worden verlengd indien hierin is voorzien in de cao of regeling door of namens een daartoe bevoegd bestuursorgaan die van toepassing is op de opdrachtgever (4) is artikel 7:668a lid 5 BW uitgesloten, er is dus geen mogelijkheid om ingeval van payrolling bij cao overeen te komen dat 6 tijdelijke uitzendovereenkomsten kunnen worden aangegaan gedurende ten hoogste 48 maanden alvorens een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd ontstaat (5) alleen dan meer dan 3 (met maximum van 6) tijdelijke arbeidsovereenkomsten kunnen worden aangegaan tussen een payrollwerkgever en payrollwerknemer of gedurende meer dan 24 (tot maximaal 48) maanden, zonder dat een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd ontstaat, als dat mogelijk is op grond van de cao die geldt voor de opdrachtgever.
- voor reeds lopende terbeschikkingstellingen in het kader van payrolling zal het nieuwe gelijke behandelingsvoorschrift niet direct van toepassing worden maar pas een half jaar na inwerkingtreding van deze wet.
