Wetgeving
Interpretatie van het begrip RVU
Interpretatie van het begrip RVUoverige ontwikkelingen
14-01-2019
Overige ontwikkelingen
Handreiking voor de interpretatie van het begrip ‘Regeling voor vervroegde uittreding’ als bedoeld in artikel 32ba van de Wet op de loonbelasting 1964 (versie 28 december 2018). De oude besluiten van 26 mei 2005, nr. DGB2005/3299M, van 8 december 2005, nr. DGB2005/6722M en van 18 december 2013, nr. BLKB2013/2200M zijn ingetrokken.
De Belastingdienst heeft naar aanleiding van het arrest van de Hoge Raad van 22 juni 2018 over de plaatsmakersregeling nieuw beleid gepubliceerd over de interpretatie van het begrip RVU. De Hoge Raad heeft geoordeeld dat een vertrekregeling in het kader van een RVU-toets moet worden beoordeeld aan de hand van de objectieve voorwaarden en kenmerken van die regeling. Hierbij zijn de beweegredenen van zowel de werkgever als van de werknemer niet relevant. Verder dient de RVU-toets vooraf plaats te vinden. De feitelijke uitwerking van de vertrekregeling achteraf doet niet ter zake. Uit de toelichting volgt het volgende: • bij de beoordeling van de objectieve voorwaarden zijn een aantal aspecten van belang, te weten: (1) er is al dan niet sprake van niet-leeftijdgerelateerd ontslag; (2) de beweegredenen van de inhoudingsplichtige om de regeling aan te bieden doen niet ter zake; en (3) de intenties en keuzes van de werknemer om te opteren voor een vertrekregeling doen niet ter zake; • indien komt vast te staan dat een regeling ten doel kan hebben een inkomensoverbrugging te geven tot het ingaan van een pensioen- of AOW-uitkering, dan wel ten doel heeft een pensioenuitkering aan te vullen, kan vervolgens per werknemer aan de hand van de objectieve kenmerken van de regeling getoetst worden of er ook daadwerkelijk sprake is van een RVU aan de hand van de 70%-toets. Het gaat hierbij altijd om een fictieve berekening. Indien deze berekening leidt tot de conclusie dat geen RVU aanwezig is, kunnen de eventuele werkelijke looptijd en de werkelijke hoogte van de termijnen van de vertrekregeling dus afwijken zonder dat de regeling daardoor een RVU wordt.
