Wetgeving
Wet bevordering van mediation in het burgerlijk recht
Voorstel van wet van het lid Van der Steur tot wijziging van Boek 3 en Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek en van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering alsmede enkele andere wetten in verband met de bevordering van het gebruik van mediationontwikkeling
24-09-2015
Wetsvoorstel met relevante ontwikkelingen
Ingediend bij TK op 9 september 2013. Brief van de minister van Veiligheid en Justitie van 13 juli 2015.
wetsvoorstel
07-09-2015
Nieuw wetsvoorstel
Ingediend bij de Tweede Kamer op 9 september 2013. Voorstel van wet van het lid Van der Steur, Voorstel van wet zoals gewijzigd naar aanleiding van het advies van de afdeling advisering van de Raad van State, Memorie van toelichting, van 5 juni 2014.
De voorstellen van initiatiefnemer zijn met name gericht op de wettelijke inbedding en verankering van mediation en staat geheel los van de implementatiewet. De implementatiewet ziet namelijk uitsluitend op mediations in grensoverschrijdende geschillen. De wettelijke verankering bestaat uit verschillende elementen, welke zijn opgenomen in drie afzonderlijke wetsvoorstellen:
1. Wet registermediator: er wordt een wettelijke basis geschapen voor een register van mediators. Hierin worden uitsluitend mediators ingeschreven die voldoen aan specifieke eisen ten aanzien van kwaliteit en integriteit. Daarnaast wordt een regeling van het tucht(proces)recht geïntroduceerd.
2. De Wet bevordering van mediation in het burgerlijk recht: In het BW en Rv worden enkele wijzigingen opgenomen die beogen in de privaatrechtelijke sfeer de positie van mediation als logisch alternatief voor de traditionele rechtspraak te verankeren en te versterken. In boek & wordt de mediationovereenkomst vastgelegd als een species van de overeenkomst van opdracht. In Rv wordt geregeld dat het inleidende processtuk (de dagvaarding of het verzoekschrift) een mededeling bevat dat mediation beproefd is en, indien ervoor gekozen is om geen mediation toe te passen, waarom dat het geval is. Het uitgangspunt is dat de rechter een zaak aanhoudt – daartoe opgeroepen door een geïntroduceerd wettelijk vermoeden – indien naar zijn oordeel ten onrechte niet overwogen is om mediation toe te passen, en partijen alsnog verwijzen naar een registermediator. Voorts regelt dit wetsvoorstel dat partijen tijdens een mediation bepaalde onderdelen van hun geschil met een juridisch karakter langs elektronische weg aan de rechter voor kunnen leggen voor een beslissing op dit juridische knelpunt.
3. De Wet bevordering van mediation in het bestuursrecht: bevat wijzigingen in de Awb die in het kader van deze signalering buiten beschouwing blijven.
