Wetgeving
Implementatie van de wijzigingen van de Code en aanhangsels bij het Maritiem Arbeidsverdrag 2006
Implementatie van de wijzigingen van de Code en aanhangsels bij het Maritiem Arbeidsverdrag 2006, die door de Internationale Arbeidsconferentie zijn goedgekeurd op 11 juni 2014 (Trb. 2016, 85)in werking
08-02-2018
In werking getreden wetsvoorstel
Ingediend bij de Tweede Kamer op 26 september 2017. Wet van 20 december 2017 tot implementatie van de wijzigingen van de Code en aanhangsels bij het Maritiem Arbeidsverdrag 2006, die door de Internationale Arbeidsconferentie zijn goedgekeurd op 11 juni 2014 (Trb. 2016, 85) (Stb. 2018, 9). Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.
Deze wet regelt de repatriëring, de aansprakelijkheid van de reder en de verzekeringsplicht voor zeevarenden. Het betreft specifiek de volgende wijzigingen: • de getroffen zeevarenden aan boord van Nederlandse zeeschepen kunnen zich rechtstreeks wenden tot de verstrekker van de financiële zekerheid. De verstrekker van de financiële zekerheid zal dan zorgen voor onmiddellijke repatriëring en de nodige kosten voor zijn rekening nemen tot de zeevarende zijn plaats van bestemming heeft bereikt, zoals betaling van achterstallig loon (maximaal 4 maanden); • er wordt een nieuw onderdeel ‘Verplichtingen van de scheepsbeheerder’ opgenomen. In de nieuwe artikelen 7:738a tot en met 738d BW worden de verplichtingen beschreven die in geval van ‘achterlaten’ van de zeevarende gelegd worden op de scheepsbeheerder ongeacht of hij werkgever is of niet. De zeevarende kan de scheepsbeheerder dus aanspreken indien hij door zijn werkgever is achtergelaten; • het nieuwe artikel 7:738e BW strekt tot implementatie van de norm betreffende de aansprakelijkheid van de reder voor de bescherming van de gezondheid en de medische zorg van de zeevarenden; • artikel 7:738f BW creëert een verzekeringsplicht voor de scheepsbeheerder, die tevens werkgever is van de zeevarende, ter dekking van zijn aansprakelijkheid uit hoofde van zijn contractuele verplichtingen tot vergoeding van door de zeevarende geleden schade in verband met langdurige ongeschiktheid tot werken of overlijden ten gevolge van een ongeval of ziekte in verband met zijn zee-arbeidsovereenkomst. Het door de verzekering te dekken risico is gelijk aan dat benoemd in artikel 7:738e BW. Evenals artikel 738e is de verzekeringsplicht beperkt tot aansprakelijkheid op grond van contractuele verplichtingen.
wetsvoorstel
02-11-2017
Nieuw wetsvoorstel
Ingediend bij de Tweede Kamer op 26 september 2017. Voorstel van wet en memorie van toelichting van 26 september 2017.
Het onderhavige wetsvoorstel strekt tot implementatie van de op 11 juni 2014, goedgekeurde wijzigingen van norm A2.5 (repatriëring) en A4.2 (aansprakelijkheid van de reder) van het op 20 augustus 2013 in werking getreden Maritiem Arbeidsverdrag. Besloten is om de aanhangsels van het MAV te implementeren door invoering van een verzekeringsplicht. Dit sluit ook aan bij de huidige verzekeringspraktijk, waarbij kosten van repatriëring en van schadevergoedingsvorderingen op grond van afspraken in de individuele arbeidsovereenkomst of de cao, die verder gaan dan de wettelijke regeling in de artikelen 7:734-7:734l BW in verband met overlijden of langdurige arbeidsongeschiktheid ten gevolge van ziekte of ongeval in verband met de zee-arbeidsovereenkomst, worden gedekt. Het betreft specifiek de volgende wijzigingen:
- de getroffen zeevarenden aan boord van Nederlandse zeeschepen kunnen zich rechtstreeks wenden tot de verstrekker van de financiële zekerheid. De verstrekker van de financiële zekerheid zal dan zorgen voor onmiddellijke repatriëring en de nodige kosten voor zijn rekening nemen tot de zeevarende zijn plaats van bestemming heeft bereikt, zoals betaling van achterstallig loon (maximaal 4 maanden);
- er wordt een nieuw onderdeel ‘Verplichtingen van de scheepsbeheerder’ opgenomen. In de nieuwe artikelen 7:738a tot en met 7:738d BW worden de verplichtingen beschreven die in geval van ‘achterlaten’ van de zeevarende gelegd worden op de scheepsbeheerder ongeacht of hij werkgever is of niet. De zeevarende kan de scheepsbeheerder dus aanspreken indien hij door zijn werkgever is achtergelaten;
- het nieuwe artikel 7:738e BW strekt tot implementatie van de norm betreffende de aansprakelijkheid van de reder voor de bescherming van de gezondheid en de medische zorg van de zeevarenden;
- artikel 7:738f BW creëert een verzekeringsplicht voor de scheepsbeheerder, die tevens werkgever is van de zeevarende, ter dekking van zijn aansprakelijkheid uit hoofde van zijn contractuele verplichtingen tot vergoeding van door de zeevarende geleden schade in verband met langdurige ongeschiktheid tot werken of overlijden ten gevolge van een ongeval of ziekte in verband met zijn zee-arbeidsovereenkomst. Het door de verzekering te dekken risico is gelijk aan dat benoemd in artikel 7:738e BW. Evenals artikel 738e is de verzekeringsplicht beperkt tot aansprakelijkheid op grond van contractuele verplichtingen.
