Wetgeving
Wet invoering Beschikking geen loonheffing/Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties
Wijziging van enkele belastingwetten en enkele andere wetten ten behoeve van het vervangen van de Verklaring arbeidsrelatie door de Beschikking geen loonheffingenontwikkeling
09-04-2019
Wetsvoorstel met relevante ontwikkelingen
Ingediend bij de Tweede Kamer op 19 september 2014. Verslag van een schriftelijk overleg van 5 maart 2019.
Uit het verslag volgt dat het kabinet heeft gekozen voor een aanpak van samenhangende routes om te komen tot een nieuwe balans op de arbeidsmarkt:
- in de Wab worden de knelpunten in het arbeidsovereenkomstenrecht met voorrang aangepakt. Dit is de eerste stap naar meer balans op de arbeidsmarkt;
- de tweede stap behelst maatregelen op het gebied van loondoorbetaling bij ziekte, duurzame inzetbaarheid en zelfstandigen. Het kabinet heeft voor de kerst afspraken gemaakt met sociale partners over een alternatief pakket aan maatregelen voor de loondoorbetaling bij ziekte en de WIA;
- in de brief van 26 november 2018 is een uitwerking van de maatregelen opgenomen op het terrein van werken als zelfstandige. In deze brief wordt ingegaan op een maatregel voor de onderkant van de arbeidsmarkt, een maatregel voor de bovenkant van de arbeidsmarkt en op de webmodule voor de opdrachtgeversverklaring;
- er is een Commissie regulering van werk ingesteld die advies zal geven over de fundamentele vragen over de toekomst van de regulering van werk, de sociale zekerheid en de fiscaliteit;
- voor de zomer van 2019 zal de Tweede kamer worden geïnformeerd over de voortgang.
ontwikkeling
07-02-2019
Wetsvoorstel met relevante ontwikkelingen
Ingediend bij de Tweede Kamer op 19 september 2014. Brief van de minister van SZW van 15 januari 2019 (de bijbehorende bijlagen zijn nog niet opgemaakt en kunnen om die reden ook niet gelinkt worden. De bijlagen kunnen wel worden ingezien via bijgaande link naar het wetsvoorstel).
De minister informeert de Eerste Kamer over de voortgang van de uitwerking van de maatregelen ‘werken als zelfstandige’. In de bijlage bij de brief zijn de volgende documenten gevoegd:
- de brief van de minister aan de Tweede Kamer van 26 november 2018;
- een notitie van SEO (Sociaal Economisch Onderzoek) van november 2018 ‘Gevolgen samentelregeling voor ALT en opt-out’ (ALT: arbeidsovereenkomst bij lage tarieven, opt-out: zzp’ers die hoge tarieven vragen voor incidentele en specialistische werkzaamheden, die in aanmerking komen voor de opt-out voor loonbelasting en werknemersverzekeringen). In dit onderzoek wordt verslag gedaan van de gevolgen van de samentelregeling voor het al dan niet gebruikmaken van de opt-out regeling;
- een toe te voegen bijlage aan het Handboek loonheffingen van de Belastingdienst ‘Beoordeling gezagsverhouding’. In deze bijlage gaat de Belastingdienst in op elementen die relevant zijn voor de beoordeling van de gezagsverhouding en wordt inzicht gegeven in hoeverre een element bijdraagt aan de vaststelling dat er sprake is van een gezagsverhouding: leiding en toezicht; vergelijkbaar personeel; werktijden, locatie, materialen, hulpmiddelen en gereedschappen; manier waarop de werkende naar buiten treedt; overige relevante aspecten.
ontwikkeling
05-03-2018
Wetsvoorstel met relevante ontwikkelingen
Ingediend bij de Tweede Kamer op 19 september 2014. Regeerakkoord ‘Vertrouwen in de toekomst’ van 10 oktober 2017. Nota over de toestand van 's Rijks Financiën van 15 december 2017. Motie van de leden Van Weyenberg en Wiersma van 21 december 2017 en motie van het lid Pieter Heerma c.s. van 21 december 2017. Brief van de minister van SZW en de staatssecretaris van Financiën van 9 februari 2018.
De opschorting van de handhaving van de Wet DBA wordt verlengd tot 1 januari 2020. Dat betekent dat opdrachtgevers en opdrachtnemers tot die tijd geen boetes of naheffingen krijgen als achteraf geconstateerd wordt dat er sprake is van een dienstbetrekking. Met de motie Heerma e.a. is aangedrongen op meer mogelijkheden om bij evidente kwaadwillenden te handhaven (bijvoorbeeld in de platformeconomie, met name bij maaltijdbezorgers). De mogelijkheden voor de handhaving van ‘kwaadwillenden’ wordt om die reden vanaf 1 juli 2018 verruimd. Het gaat dan om het ‘opzettelijk een situatie van evidente schijnzelfstandigheid’ laten ontstaan of voortbestaan. De Belastingdienst zal dan handhavend optreden als voldaan wordt aan drie criteria: (1) er is sprake van een (fictieve) dienstbetrekking, (2) er is sprake van evidente schijnzelfstandigheid en (3) er is sprake van opzettelijke schijnzelfstandigheid. In het regeerakkoord zijn de contouren voor een vervanging van de Wet DBA geschetst. Uit een Kamerbrief van eind december 2017 blijkt dat die maatregelen niet eerder dan 1 januari 2020 in werking zullen treden. Bij de behandeling van de begroting van SZW is daarom in een motie (motie-Van Weyenberg en Wiersma) gevraagd op een aantal punten – verduidelijking gezagsverhouding en de mogelijkheid van opting-out voor de ‘bovenkant’ van de markt ¬– al voor 2019 meer duidelijkheid te geven. In een Kamerbrief van 9 februari 2018 gaan de minister van SZW en de staatssecretaris van Financiën in op hoe ze uitvoering zullen geven aan beide moties en op de route naar inwerkingtreding van de wetgeving betreffende de vervanging van de wet DBA. De beoogde maatregelen uit het regeerakkoord vergen volgens de bewindslieden aanpassingen in het arbeidsrecht, het fiscale recht en het socialezekerheidsrecht. Gezien die complexiteit willen zij maximale zorgvuldigheid betrachten en ook de ‘veldpartijen’ – organisaties van zzp’ers, werkgevers en werknemers – betrekken bij de uitwerking. Voor de zomer wordt er een hoofdlijnenbrief naar de Kamer gestuurd, waarin ook nader zal worden ingegaan op de wijze waarop de gezagsverhouding zal worden verduidelijkt. Het streven is begin 2019 het wetsvoorstel in te dienen zodat het per 1 januari 2020 in werking kan treden.
ontwikkeling
05-07-2017
Wetsvoorstel met relevante ontwikkelingen
Ingediend bij de Tweede Kamer op 19 september 2014. Rapport Varianten voor de kwalificatie van de arbeidsrelatie van 22 mei 2017, Lijst van vragen en antwoorden van 27 juni 2017.
Naar aanleiding van het gepubliceerde ambtelijke rapport met varianten voor de kwalificatie van de arbeidsrelatie (zie onderstaande link) heeft de vaste commissie van Financiën een aantal vragen voorgelegd aan de Minister van SZW, waarop de minister en antwoord heeft geformuleerd.
ontwikkeling
12-06-2017
Wetsvoorstel met relevante ontwikkelingen
Ingediend bij de Tweede Kamer op 19 september 2014. Brief van de minister van SZW van 22 mei 2017, onderzoek varianten kwalificaties arbeidsrelaties van 22 mei 2017 en brief van de staatssecretaris van Financiën van 1 juni 2017.
De opschorting van de handhaving van de Wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties (DBA) is verlengd tot in ieder geval 1 juli 2018. Dat betekent dat opdrachtgevers en opdrachtnemers tot die tijd geen boetes of naheffingen krijgen als achteraf geconstateerd wordt dat er sprake is van een dienstbetrekking. Dat geldt niet voor ‘kwaadwillenden’. Daarvan is sprake in een situatie waarbij sprake is van evidente schijnzelfstandigheid. Voorts heeft de Minister het ambtelijk rapport met varianten voor de kwalificatie van de arbeidsrelatie aangeboden.
ontwikkeling
03-05-2017
Wetsvoorstel met relevante ontwikkelingen
Ingediend bij de Tweede Kamer op 19 september 2014. Brief van de staatssecretaris van Financiën van 20 april 2017.
In zijn derde voortgangsbrief bevestigt de staatssecretaris dat de handhaving door de Belastingdienst – behoudens bij kwaadwillenden – tot in ieder geval 1 januari 2018 is opgeschort, mede om een onderzoek mogelijk te maken naar een herijking van de begrippen «gezagsverhouding» en «vrije vervanging». In de praktijk zijn er ondanks de opschorting van de handhaving nog steeds partijen die er prijs op stellen dat hun modelovereenkomst wordt beoordeeld. Het onderzoek naar de herijking van de twee hiervoor genoemde begrippen loopt nog. De inschatting is dat het rapport op korte termijn aan de informateur zal worden aangeboden opdat het in de onderhandelingen ten behoeve van de formatie kan worden gebruikt. Zoals in hetzelfde debat is toegezegd door de minister van SZW zal het rapport dan ook naar de Kamer worden gezonden.
ontwikkeling
06-12-2016
Wetsvoorstel met relevante ontwikkelingen
Ingediend bij de Tweede Kamer op 19 september 2014. Brief van de staatssecretaris van Financiën van 18 november 2016 en brief van de staatssecretaris van Financiën van 21 november 2016. Rapport Commissie Boot van 18 november 2016.
In zijn Tweede voortgangsrapportage gaat de staatssecretaris in op de stand van zaken, de analyse van de stand van zaken, de analyse van de bevindingen uit het Meldpunt DBA en presenteert hij de eindrapportage van de Commissie beoordeling modelovereenkomsten. De Commissie doet tien aanbevelingen, waarvan de belangrijkste zijn:
- de implementatietermijn wordt verlengd tot 1 januari 2018;
- de algemene overeenkomsten krijgen een bijsluiter om duidelijk te maken in welke gevallen ze kunnen worden toegepast;
- voor het slagen van het systeem van modelovereenkomsten zal een beleidsbesluit worden opgesteld;
- er wordt meer duidelijkheid gecreëerd over de vraag wanneer het gebruik van een (model)overeenkomst echt nodig is, en wanneer niet;
- alleen bij fraude/evidente afwijking zal worden over gegaan tot naheffing. Ingeval de Belastingdienst bij anderen dan evident kwaadwillenden een situatie aantreft die niet overeenkomt met wat is vastgelegd in een overeenkomst of is vastgesteld aan de hand van de criteria, krijgen partijen zonder boete of naheffing de gelegenheid hun werkwijze aan te passen, of hun overeenkomst zo te wijzigen dat die overeenkomt met de manier van werken;
- er komt een herijking van de criteria ‘vrije vervanging’ en ‘gezagsverhouding’.
ontwikkeling
02-11-2016
Wetsvoorstel met relevante ontwikkelingen
Ingediend bij de Tweede Kamer op 19 september 2014. Brief van de staatssecretaris van Financiën van 19 september 2016 en brief van de staatssecretaris van Financiën van 28. september 2016. Motie van het lid van Weyenberg, motie van het lid Ziengs, motie van het lid Ziengs, motie van het lid Ziengs, motie van de leden Mei Li Vos en Schouten, motie van het lid Mei Li Vos en gewijzigde motie van het lid Van Weyenberg, van 29 september 2016.
In zijn brief van 19 september 2016 gaat de staatssecretaris in op de stand van zaken van de implementatie, de communicatie van de Belastingdienst over de wet en de handhaving ervan. In een bijlage wordt geconcretiseerd in welke situaties gebleken is dat het werken buiten dienstbetrekking niet kan of niet aannemelijk is. Voorts wordt ingegaan op de benadering en ondersteuning van vijf groepen opdrachtgevers en -nemers.In zijn brief van 28 september 2016 informeert de staatssecretaris over de instelling van een meldpunt met ingang van 17 oktober 2016. Opdrachtgevers en opdrachtnemers kunnen hier eventuele knelpunten en onbedoelde effecten van de Wet DBA melden. Met het Meldpunt DBA wil het ministerie van Financiën inzicht krijgen in mogelijke onbedoelde gevolgen van de Wet DBA voor de arbeidsmarkt. Bijvoorbeeld als opdrachtgevers hun flexibele schil niet meer kunnen inrichten. Of als zzp'ers minder opdrachten krijgen of als zij van hun opdrachtgevers via payroll moeten gaan werken. Op basis van de meldingen worden eventuele knelpunten geïnventariseerd die in de tweede implementatiefase tot 1 mei 2017 kunnen worden aangepakt.
in werking
17-05-2016
In werking getreden wetsvoorstel
Ingediend bij de Tweede Kamer op 19 september 2014. Besluit van 8 april 2016 tot wijziging van het Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965 en het besluit van 24 december 1986, houdende vaststelling van een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 5 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, artikel 5 van de Ziektewet en artikel 5 van de Werkloosheidswet (Stb. 1986, 655) in verband met de Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties. Dit besluit treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties in werking treedt. Dit besluit wordt met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad geplaatst. Besluit van 8 april 2016 tot inwerkingtreding van de Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties. De Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties treedt in werking met ingang van 1 mei 2016.
In het Besluit tot wijziging van het Uitvoeringsbesluit is in verband met de deregulering van de beoordeling van arbeidsrelaties het toepassingsbereik van een aantal fictieve dienstbetrekkingen (gelijkgestelden en thuiswerkers) en van de artiestenregeling aangepast.
in werking
09-03-2016
In werking getreden wetsvoorstel
Ingediend bij de Tweede Kamer op 19 september 2014. Wet van 3 februari 2016 tot wijziging van enkele belastingwetten en enkele andere wetten ten behoeve van het afschaffen van de Verklaring arbeidsrelatie (Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties) (Stb. 2016/45). Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. In afwijking van het eerste lid treedt artikel VIII in werking op 12 februari 2016. Referendabiliteitsbesluit Wijziging van enkele belastingwetten en enkele andere wetten ten behoeve van het afschaffen van de Verklaring arbeidsrelaties (Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties) van 4 februari 2016.
De Wet DBA vervangt de huidige VAR. De Wet DBA voorziet in een vrijwaring voor de inhouding van loonheffingen van opdrachtgevers op de beloning aan opdrachtnemers. De vrijwaring geldt alleen als de overeenkomst met de opdrachtnemer aan de Belastingdienst is voorgelegd, of als gebruik is gemaakt van de modelovereenkomsten die op de website van de Belastingdienst zijn geplaatst. Door gebruik te maken van de modelovereenkomsten hebben opdrachtgever en opdrachtnemer de zekerheid dat er geen inhoudingsplicht voor de loonheffingen bestaat. De vrijwaring geldt alleen en voor zolang ook feitelijk volgens de goedgekeurde (model)overeenkomst wordt gewerkt. De Wet DBA beperkt zich uitsluitend tot het oordeel of voor de arbeidsverhouding een inhoudingsplicht bestaat voor de loonheffingen.De fictieve dienstbetrekking voor de commissaris wordt afgeschaft waardoor de commissaris niet meer onder de Wet op de loonbelasting zal vallen en er geen loonheffingen en werkgeversbijdrage Zvw verschuldigd zijn. Over deze wet kan een referendum worden gehouden.
ontwikkeling
03-02-2016
Wetsvoorstel met relevante ontwikkelingen
Ingediend bij de Tweede Kamer op 19 september 2014. Verslag van een schriftelijk overleg van 19 januari 2016).
De afschaffing van de VAR is (bijna) een feit. Dinsdag 2 februari 2016 zal in de Eerste Kamer over het wetsvoorstel worden gestemd. Tijdens de behandeling in de Eerste Kamer die afgelopen week plaatsvond heeft de staatssecretaris de volgende toezeggingen gedaan die relevant zijn voor de arbeidsrechtelijke praktijk:
- de modelovereenkomsten zullen (civiel en fiscaal) worden getoetst door een onafhankelijk panel;
- de fictieve dienstbetrekking voor commissarissen die alleen geldt voor de loonheffing zal worden afgeschaft. De afschaffing zal in eerste instantie via een beleidsbesluit plaatsvinden en later via een aanpassing in de Wet op de loonbelasting. Naar verwachting zal de afschaffing van de fictieve dienstbetrekking voor commissarissen ingaan op 1 mei 2016. Vanaf dat moment bestaat er voor geen enkele commissaris meer een fictieve dienstbetrekking. Uitbetaling van de commissaris beloning kan dan in alle gevallen zonder inhouding van loonheffing plaatsvinden;
- de voorgestelde datum van inwerkingtreding van de wet zal worden verschoven van 1 april 2016 naar 1 mei 2016. De einddatum van de transitieperiode zal worden verschoven van 1 januari 2017 naar 1 mei 2017. Gedurende de transitieperiode zal het handhavingsbeleid van de Belastingdienst terughoudend zijn. Alleen in situaties waarbij het evident is dat er sprake is van een dienstbetrekking en partijen geen stappen hebben ondernomen om iets te wijzigen zal worden gehandhaafd.
ontwikkeling
07-12-2015
Wetsvoorstel met relevante ontwikkelingen
Ingediend bij de Tweede Kamer op 19 september 2014. Brief van de minister van SZW van 4 november 2015, brief van de staatssecretaris van Financiën van 16 november 2015 en brief van de voorzitter van de vaste commissie van Financiën van 17 november 2015.
In zijn brief van 16 november 2015 biedt de minister het ‘transitieplan’ voor de invoering van de met dit wetsvoorstel samenhangende nieuwe werkwijze voor het geven van zekerheid over de loonheffingen aan. Het plan is opgedeeld in drie fases:
- voorbereidingsfase (heden tot 1 april 2016): de nadruk ligt op beoordelen en publiceren van overeenkomsten;
- implementatiefase (1 april 2016 tot 1 januari 2017): partijen moeten hun werkwijze aan passen aan een werkwijze die voorzien is in een voorbeeld- of modelovereenkomst. De Belastingdienst zal gedurende de implementatietermijn wel toezicht houden maar niet handhaven. Als partijen na 1 januari 2017 niet overeenkomstig een goedgekeurde overeenkomst werken en er blijkt sprake te zijn van een dienstbetrekking dan zal de Belastingdienst met terugwerkende kracht tot 1 april 2016 een naheffingsaanslag opleggen. Uitgangspunt daarbij is dat voor 1 april 2016 wordt gewerkt met een (geldige) VAR;
- toepassing nieuwe werkwijze (vanaf 1 januari 2017): de inspanningen van partijen moet hebben geresulteerd in een werkwijze die voldoet aan de regels. De Belastingdienst legt een correctieverplichting of een naheffingsaanslag op als er sprake is van een dienstbetrekking en er geen loonheffingen worden afgedragen. Als deze dienstbetrekking in 2016 al bestond, wordt alleen de periode vanaf 1 april 2016 in de handhaving betrokken, indien voorafgaand aan 1 april 2016 de vrijwarende werking van de VAR van toepassing was.
ontwikkeling
09-11-2015
Wetsvoorstel met relevante ontwikkelingen
Ingediend bij de Tweede Kamer op 19 september 2014. Nota naar aanleiding van het verslag van 21 oktober 2015. Voorbeeld modelovereenkomst geen verplichting tot persoonlijke arbeid, voorbeeld modelovereenkomst geen werkgeversgezag en voorbeeld modelovereenkomst tussenkomst.
Inmiddels zijn drie voorbeeldovereenkomsten gereed. De overeenkomsten zijn in overleg met VNO-NCW en met MKB Nederland tot stand gekomen. De drie overeenkomsten zijn algemeen van aard en daardoor in veel situaties bruikbaar. Opdrachtgevers en opdrachtnemers kunnen rechtstreeks zekerheid ontlenen aan deze algemene modellen. Eén van de overeenkomsten ziet op de zogenoemde tussenkomstsituatie. Met deze modelovereenkomst wordt duidelijk dat ook voor intermediairs, opdrachtgevers en opdrachtnemers die met het tussenkomstmodel werken zekerheid omtrent de loonheffingen kan worden gegeven. Van de overgelegde en beoordeelde overeenkomsten zijn er 19 gepubliceerd. Daarbij gaat het om heel specifieke (bijna individuele) overeenkomsten maar ook om meer sectorale overeenkomsten (bijv. voor de bouw). Voorgesteld wordt de behandeling van het wetsvoorstel een beperkte tijd aan te houden en een zogenaamd ‘transitieplan’ in te voeren, dat er als volgt zou moeten uitzien:
- Streefdatum voor de inwerkingtreding wordt 1 april 2016.
- Overeenkomsten die voor 1 februari 2016 worden voorgelegd aan de Belastingdienst, zullen voor 1 april 2016 zijn beoordeeld en, indien het oordeel is dat daarmee buiten dienstbetrekking wordt gewerkt, zo mogelijk gepubliceerd.
- Er geldt een implementatietermijn tot 1 januari 2017. Dat houdt in dat alle opdrachtgevers en opdrachtnemers tot 1 januari 2017 de tijd hebben om zo nodig hun werkwijze aan te passen aan een werkwijze die is voorzien in een voorbeeld- of modelovereenkomst. Tot die tijd zal de Belastingdienst wel toezicht houden, maar nog geen repressieve handhavingsmaatregelen nemen. De Belastingdienst zal waar nodig waarschuwen en partijen erop wijzen op welke punten een aanpassing van hun werkwijze nodig is om buiten dienstbetrekking te werken.
- Het wetsvoorstel heeft geen terugwerkende kracht, dus tot op het moment van inwerkingtreding van de wet blijft de vrijwarende werking van de VAR voor de opdrachtgever bestaan. Indien na de inwerkingtreding wordt geconstateerd dat er sprake is van een dienstbetrekking, kunnen eventuele handhavingsmaatregelen dus niet zien op een periode waarvoor de opdrachtgever zich nog op de vrijwarende werking van de VAR kan beroepen. Bij partijen die na 1 januari 2017 niet volgens een beoordeelde (voorbeeld)overeenkomst of modelovereenkomst werken, kan worden gehandhaafd als blijkt dat er feitelijk sprake is van een dienstbetrekking. Als deze dienstbetrekking in 2016 al bestond, wordt door de vrijwaring alleen de periode vanaf 1 april 2016 in de handhaving betrokken.
- Evidente fraude blijft de Belastingdienst aanpakken.
ontwikkeling
13-10-2015
Wetsvoorstel met relevante ontwikkelingen
Ingediend bij de Tweede Kamer op 19 september 2014. Memorie van antwoord van 25 september 2015. Brief van de staatssecretaris van Financiën van 28 september 2015.
Uit de memorie van antwoord blijkt dat inmiddels een paar overeenkomsten door de Belastingdienst zijn beoordeeld, die zich naar alle waarschijnlijkheid lenen voor publicatie op de website van de Belastingdienst. Beoogd wordt de nieuwe systematiek op 1 januari 2016 in werking te laten treden. Het streven is dat er in oktober een flink aantal (voorbeeld)overeenkomsten op de website van de Belastingdienst zullen staan.
ontwikkeling
24-09-2015
Wetsvoorstel met relevante ontwikkelingen
Ingediend bij de Tweede Kamer op 19 september 2014. Amendement van het lid Van Weyenberg van 29 juni 2015, Brief van de Minister van SZW van 1 juli 2015 en gewijzigd Voorstel van wet Eerste Kamer van 2 juli 2015.
Door aanvaarding van het amendement-Van Weyenberg wordt de wet binnen drie jaar na inwerkingtreding geëvalueerd.
ontwikkeling
24-09-2015
Wetsvoorstel met relevante ontwikkelingen
Ingediend bij de Tweede Kamer op 19 september 2014. Brief van de Staatssecretaris van Financiën van 18 mei 2015 en Nota van wijziging van 19 mei 2015. Nota naar aanleiding van het verslag van 17 juni 2015.
Uit de nota van wijziging en de nota naar aanleiding van het verslag blijkt het volgende:
- Het opschrift van de wet wordt gewijzigd in ‘Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties’.
- (Belangenorganisaties van) opdrachtgevers en (belangenorganisaties van) opdrachtnemers kunnen overeenkomsten voorleggen aan de Belastingdienst, zodat die een oordeel kan geven over de overeenkomst, teneinde zekerheid te verkrijgen omtrent loonheffingen. De criteria waaraan de Belastingdienst de overeenkomsten zal beoordelen liggen vast in de vigerende wet- en regelgeving en jurisprudentie. Er worden als gevolg van deze nieuwe werkwijze geen nieuwe criteria toegepast. De beoordeling ziet niet op de fiscale kwalificatie van de inkomsten van de opdrachtnemer in de inkomstenbelasting.
- De Belastingdienst bevestigt schriftelijk indien uit de overeenkomst geen verplichting tot het afdragen van loonheffing voortvloeit. Deze bevestiging is in principe vijf jaar geldig.
- De Belastingdienst zal (sectorale) voorbeeldovereenkomsten publiceren zodat elke opdrachtgever en opdrachtnemer daar gebruik van kunnen maken.
- Er moet ook daadwerkelijk worden gewerkt overeenkomstig de beoordeelde overeenkomst. Bij geconstateerde afwijkingen kan de Belastingdienst een naheffingsaanslag opleggen.
- De opdrachtgever is mede verantwoordelijk voor de fiscale kwalificatie van de arbeidsrelatie met de opdrachtnemer.
ontwikkeling
24-09-2015
Wetsvoorstel met relevante ontwikkelingen
Brief van 20 april 2015 van Staatssecretaris Wiebes van Financiën aan de Tweede Kamer waarin hij aankondigt dat het wetsvoorstel Beschikking Geen Loonheffing (BGL) wordt aangepast.
Opdrachtgevers krijgen de mogelijkheid om opdrachtovereenkomsten vooraf ter goedkeuring voor te leggen aan de Belastingdienst. Waar mogelijk zal worden gewerkt met sectorale modellen. Aan de hand van de opdrachtovereenkomst zal de Belastingdienst vervolgens bevestigen of er al dan niet loonheffingen verschuldigd zijn. De zekerheid verstrekt door de Belastingdienst dat geen loonheffing hoeft te worden afgedragen geldt alleen als de feitelijke uitvoering van de overeenkomst aansluit bij hetgeen in de overeenkomst is vastgelegd. Is dit niet zo en de arbeidsrelatie wordt alsnog gekwalificeerd als een dienstbetrekking, dan zal naheffing van loonheffingen plaatsvinden bij de opdrachtgever. Het oordeel van de Belastingdienst zal enkel zien op de loonheffingen en zal geen uitsluitsel geven over de fiscale status van de opdrachtnemer in de inkomstenbelasting. De Belastingdienst zal enkele voorbeeldovereenkomsten ontwikkelen en publiceren die zijn ontdaan van bijvoorbeeld de sectorale elementen en waaraan partijen een gelijke zekerheid kunnen ontlenen. Wordt een dergelijke voorbeeldovereenkomst gebruikt, dan leidt ook die overeenkomst tot vrijwaring voor loonheffingen. De beoogde datum van inwerkingtreding van het aangepaste wetsvoorstel BGL is 1 januari 2016. Tot die tijd kan de opdrachtgever vrijwaring voor de afdracht van loonheffingen ontlenen aan de VAR-wuo/VAR-dga die door de opdrachtnemer wordt overgelegd.
ontwikkeling
07-09-2015
Wetsvoorstel met relevante ontwikkelingen
Ingediend bij de Tweede Kamer op 19 september 2014. Brief van de Staatssecretaris van Financiën van 19 februari 2015.
Door een aantal vakbonden is een alternatief voor de BGL aangedragen waarin naast een vereenvoudiging van het systeem, zowel opdrachtnemer als opdrachtgever een verantwoordelijkheid hebben voor de juistheid van de feiten en omstandigheden zoals ze aan de Belastingdienst zijn gepresenteerd. Het kabinet onderzoekt of het voorstel aan de wensen van de verschillende betrokken partijen voldoet en zo veel mogelijk recht wordt gedaan aan de doelstellingen van het wetsvoorstel, te weten het vergroten van de mogelijkheden voor de Belastingdienst om handhavend op te treden en een herstel van het evenwicht in de verantwoordelijkheden van opdrachtgever en opdrachtnemer. De VAR 2014 zal voorlopig geldig blijven als de opdrachtnemer hetzelfde werk doet onder dezelfde omstandigheden en voorwaarden.
wetsvoorstel
07-09-2015
Nieuw wetsvoorstel
In dit wetsvoorstel worden voorstellen gedaan om de VAR te vervangen door de zogenaamde Beschikking geen loonheffing (BGL). Met de voorgestelde wijziging van de VAR-systematiek wordt getracht de fiscale verantwoordelijkheden tussen opdrachtnemer en opdrachtgever beter in balans te brengen en de handhaving door de Belastingdienst te verbeteren. Daartoe worden de volgende voorstellen gedaan:
- De BGL wordt beperkt tot een beschikking met betrekking tot de loonheffingen (loonbelasting, premie volksverzekeringen en premies werknemersverzekeringen en inkomensafhankelijke bijdrage Zvw) en geeft niet langer een voorlopig oordeel over de wijze waarop de werkzaamheden worden gekwalificeerd en over de vraag of de opdrachtnemer in aanmerking komt voor ondernemersfaciliteiten.
- De introductie van de medeverantwoordelijkheid van de opdrachtgever voor de controle op de juistheid van de BGL is bedoeld om het evenwicht in verantwoordelijkheden tussen opdrachtgever en opdrachtnemer te herstellen. Deze maatregel is – toen weliswaar nog uitgaande van de VAR – reeds aangekondigd in genoemde kabinetsbrief van 17 september 2012.
- Er wordt een medeverantwoordelijkheid geïntroduceerd van de opdrachtgever door als voorwaarde voor een beroep op de BGL, op te nemen dat de wijze waarop en condities waaronder in de onderlinge arbeidsverhouding tussen opdrachtnemer en opdrachtgever wordt gewerkt overeenkomen met hetgeen vermeld staat op de BGL. Dit betreft uitsluitend die feiten en omstandigheden waarop de opdrachtgever invloed heeft.
- De vier verschillende soorten VAR worden afgeschaft en worden vervangen door één BGL.
- Er wordt een webmodule geïntroduceerd om het aanvraagproces transparanter te laten verlopen.
- De mogelijkheden voor de Belastingdienst om handhavend op te treden worden vergroot. De Belastingdienst kan naheffen over de gehele periode dat de arbeidsrelatie heeft bestaan voor zover dat niet beperkt wordt door de wettelijke termijnen waarbinnen naheffing mogelijk is.
