Wetgeving
Wet aanpak schijnconstructies
Wijziging van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag, Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek en enige andere wetten ter verbetering van de naleving en handhaving van arbeidsrechtelijke wetgeving in verband met de aanpak van schijnconstructies door werkgeversontwikkeling
09-12-2019
Wetsvoorstel met relevante ontwikkelingen
Ingediend bij de Tweede Kamer op 12 december 2014. Brief van de minister en staatssecretaris van SZW van 2 oktober 2019.
In de brief wordt ingegaan op de evaluatie van de Was. Onderstaand zijn de voorstellen opgenomen voor het nemen van nadere maatregelen.
- omdat het aantal individuele en collectieve claims op basis van de ketenaansprakelijkheid tot op heden gering is, zal verkend worden in hoeverre het aangewezen is de regelgeving aan te passen, zodat een vakbond gegevens kan vorderen over één of meer schakels in een keten, op grond van artikel 7:616e BW, zonder dat sprake is van een machtiging van een werknemer.
- de inspectieresultaten van alle arbeidswetten waarop de Inspectie SZW toezicht houdt, zullen openbaar gemaakt worden. Dit wil zeggen dat in de toekomst ook de inspectieresultaten voor de Arbeidsomstandighedenwet (Arbo) en de Arbeidstijdenwet (Atw) openbaar gemaakt gaan worden.
ontwikkeling
11-11-2019
Wetsvoorstel met relevante ontwikkelingen
Ingediend bij de Tweede Kamer op 12 december 2014. Brief van de minister en staatssecretaris van SZW van 4 oktober 2019.
In zijn brief doet de minister verslag van de evaluatie van de Was. Deze laat een gemengd beeld zien. Ketenaansprakelijkheid voor loon heeft een preventieve en correctieve werking. Dit draagt eraan bij dat werknemers het (cao-)loon ontvangen waar ze recht op hebben en (daarmee) cao-naleving wordt bevorderd. De Wml-maatregelen helpen om te waarborgen dat een werknemer daadwerkelijk het wettelijk minimumloon ontvangt. Daarmee zijn niet alle problemen verholpen. Er zijn twijfels of de maatregelen malafide ondernemers er voldoende van weerhouden om (feitelijk) onder het wettelijk minimumloon te betalen. De melding niet-naleving cao wordt als nuttig ervaren. Hoewel de maatregelen uit de Was hun meerwaarde hebben aangetoond heeft de evaluatie dus ook inzichtelijker gemaakt waar de beperkingen van deze maatregelen liggen: notoire overtreders laten zich er nog steeds niet van weerhouden geldende wet- en regelgeving te omzeilen.
ontwikkeling
16-05-2019
Wetsvoorstel met relevante ontwikkelingen
Ingediend bij de Tweede Kamer op 12 december 2014. Brief van de minister van SZW van 9 april 2019.
De minister presenteert het rapport ‘Effecten openbaarmaking inspectiegegevens van Inspectie SZW’ waarin de onderzoekers voorstellen doen om inspectiegegevens openbaar te maken zodat wet- en regelgeving beter wordt nageleefd.
ontwikkeling
07-02-2019
Wetsvoorstel met relevante ontwikkelingen
Ingediend bij de Tweede Kamer op 12 december 2014. Brief van de minister van SZW van 21 december 2018.
Uit de derde monitor WAS blijkt het volgende:
- vakbonden onderstrepen de preventieve werking van ketenaansprakelijkheid voor loon. De ervaring is dat dreigen met deze maatregel veelal genoeg is om werkgevers tot correcte betaling van het loon te doen overgaan. Vakbonden geven aan dat wanneer de mogelijkheid zou bestaan om de opdrachtgever direct aansprakelijk te stellen, in plaats van volgtijdelijk, dit de preventieve werking van de ketenaansprakelijkheid voor loon verder zou versterken;
- sociale partners uit de sector goederenvervoer over de weg hebben aangegeven het wenselijk te vinden dat ook deze sector onder de meldingsplicht wordt gebracht. Daarmee zullen ook buitenlandse transportondernemingen verplicht worden om eenmaal per jaar een melding te doen. Hiermee wordt afgeweken van het in de memorie van toelichting bij de WagwEU geuite voornemen om de transportsector in zijn geheel buiten de meldingsplicht te laten. Omdat het verzoek van sociale partners aan zowel werkgevers- als werknemerskant uit de sector zelf afkomstig was, heeft het kabinet besloten dit verzoek te honoreren;
- voor vanuit het buitenland gedetacheerde werknemers geldt dat zij recht hebben op een deel van de arbeidsvoorwaarden die gelden voor Nederlandse werknemers; dit wordt de ‘harde kern’ genoemd. Het is aan sociale partners om aan te geven waarop de buitenlandse werknemers recht hebben, omdat dit in een cao wordt geregeld. De informatie die sociale partners aanleveren om de harde kern kenbaar te maken voor derden, wordt gepubliceerd op http://cao.minszw.nl onder het kopje ‘Posting of workers’.
ontwikkeling
08-02-2018
Wetsvoorstel met relevante ontwikkelingen
Ingediend bij de Tweede Kamer op 12 december 2014. Brief van de minister van SZW van 22 december 2017.
In zijn brief biedt de minister de Tweede monitor van de Wet aanpak schijnconstructies aan. Uit dit onderzoek wordt duidelijk dat de bekendheid met de ketenaansprakelijkheid nog beperkt is. Tegelijkertijd komt het beeld naar voren dat in sectoren waar het risico op onderbetaling wordt gevoeld en daarmee ook de mogelijkheid dat partijen worden aangesproken, deze partijen preventieve maatregelen nemen die ervoor zorgen dat het juiste cao-loon wordt uitbetaald. Dit geldt met name voor de bouw, het transport en de uitzendbranche. De ketenaansprakelijkheid leidt er tot op heden niet of nauwelijks toe dat partijen worden aangesproken op de voldoening van achterstallig loon. In een aantal situaties heeft het dreigen met het inzetten van het middel van de ketenaansprakelijkheid er wel toe geleid dat alsnog het juiste cao-loon werd uitbetaald. Er zijn signalen dat zowel werkgevers als werknemers niet altijd op de hoogte zijn van hun rechten en plichten met betrekking tot deze maatregel. Partijen benadrukken daarom het belang van voorlichting.
ontwikkeling
03-10-2016
Wetsvoorstel met relevante ontwikkelingen
Ingediend bij de Tweede Kamer op 12 december 2014. Verslag van een schriftelijk overleg van 31 augustus 2016.
Vragen van de verschillende fracties zijn als volgt door de minister beantwoord:
- het is niet mogelijk bedragen in te houden op het wettelijk minimumloon voor de kosten van een aanvullende verzekering. Alleen de premie voor de basisverzekering en de premie voor de herverzekering van het eigen risico vallen onder het maximaal in te houden bedrag;
- als sprake is van bovenwettelijk loon kunnen, na schriftelijke volmacht door de werknemer, de kosten van aanvullende verzekeringen daarop worden ingehouden. Het staat de werknemer ook vrij deze kosten separaat te voldoen;
- indien de nutsvoorzieningen gedeeld worden zijn de kosten ervan te beschouwen als servicekosten. Ook servicekosten vallen onder de huisvestingskosten die mogen worden ingehouden om te voldoen aan de verhuurder tot 25% van het wettelijk minimumloon;
- het geldend maximumpercentage voor huisvesting dat mag worden ingehouden op het wettelijk minimumloon heeft betrekking op het daadwerkelijk aantal uren dat mensen werken;
- volgens de boetesystematiek van de WMM zal de boete bij herhaalde overtredingen van het inhoudingenverbod worden verdubbeld of verdrievoudigd en kan uiteindelijk worden overgegaan tot het stilleggen van werkzaamheden. Daarmee is het kabinet van mening dat dit sanctiesysteem afdoende is om werkgevers van misbruik van de mogelijkheid van inhoudingen te weerhouden;
- met betrekking tot de reikwijdte en duur van het begrip tijdelijke arbeid wordt aangesloten bij de Wet arbeidsvoorwaarden gedetacheerde werknemers in de Europese Unie. Er kan inderdaad ook sprake zijn van tijdelijkheid indien werknemers jaarlijks gedurende een vaste periode in Nederland verblijven in het kader van internationale detachering als bedoeld in de detacheringsrichtlijn;
- het voorgenomen besluit zal in werking treden op 1 januari 2017.
ontwikkeling
04-07-2016
Wetsvoorstel met relevante ontwikkelingen
Ingediend bij de Tweede Kamer op 12 december 2014. Brief van de minister van SZW van 13 juni 2016 en brief van de minister van SZW van 13 juni 2016.
De minister heeft een ontwerpbesluit tot wijziging van het Besluit minimumloon en minimumvakantiebijslag naar de Tweede Kamer gestuurd. In dit besluit wordt een versoepeling op het verbod op inhoudingen op het wettelijk minimumloon uitgewerkt. In de WAS is een verbod opgenomen op inhoudingen op het minimumloon. In dit ontwerp besluit is een uitzondering opgenomen voor huisvestingskosten en kosten voor de zorgverzekering en voor werknemers in de sociale werkvoorziening. In het ontwerpbesluit is opgenomen dat een werknemer aan de werkgever een schriftelijke volmacht kan geven om uit het uit te betalen loon betalingen in zijn naam te verrichten. Zonder deze schriftelijke volmacht is de betaling op grond van de WML beboetbaar. Het moet dan gaan om kosten voor huisvesting en zorgverzekering. Daarbij geldt een bovengrens van 25% van het voor de werknemer geldende bruto minimumloon per betalingstermijn in geval van huisvestingskosten en per betalingstermijn ten hoogste het bedrag van de geraamde gemiddelde nominale premie in geval van de zorgverzekering. In het besluit is voorts geregeld dat vergoedingen voor reiskosten, huisvesting of voeding die een gedetacheerde werknemer maakt in verband met zijn detachering, niet behoren tot het loon.Voor arbeidsbeperkte werknemers die werkzaam zijn in een beschutte werkomgeving zal de werkgever, na verleende schriftelijke volmacht, namens de werknemer uit het te betalen minimumloon betalingen kunnen doen ter zake van de huur, kosten van nutsvoorzieningen, premie zorgverzekering, lokale heffingen.
ontwikkeling
03-02-2016
Wetsvoorstel met relevante ontwikkelingen
Ingediend bij de Tweede Kamer op 12 december 2014. Brief van de minister van SZW van 12 januari 2016.
In zijn brief informeert de minister de Kamer over de wijze waarop lagere overheden zijn geïnformeerd over de grotere verantwoordelijkheden die zij in hun rol als opdrachtgever met ingang van 1 juli 2015 hebben. Verschillende opdrachtgevers hebben hun werkwijze aangepast.
ontwikkeling
04-01-2016
Wetsvoorstel met relevante ontwikkelingen
Ingediend bij de Tweede Kamer op 12 december 2014. Besluit van 7 december 2015 tot vaststelling van een uitgestelde inwerkingtreding van onderdelen van de Wet aanpak schijnconstructies (Stb. 496). In het enig artikel van het Besluit van 16 juni 2015 (Stb. 234) tot vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet aanpak schijnconstructies wordt in onderdeel a na «1 januari 2016 in werking treden» ingevoegd: , met dien verstande dat de artikelen I, onderdelen D, en I, voor zover het betreft artikel 18b, eerste lid, onderdeel c, en II, onderdelen C en D, met ingang van 1 juli 2016 in werking treden. Besluit van 16 december 2015, houdende Aanpassing van het Besluit minimumloon en minimumvakantiebijslag, het Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen, het Arbeidsomstandighedenbesluit, het Arbeidstijdenbesluit en het Besluit allocatie arbeidskrachten door intermediairs in verband met het openbaar maken van inspectiegegevens (Stb. 532). De artikelen I, II en V van dit besluit treden in werking met ingang van 1 januari 2016. De artikelen III en IV van dit besluit treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.
In de Wet aanpak schijnconstructies is voorzien in de verplichting om de gegevens in verband met het toezicht op de naleving van de verschillende wetten openbaar te maken. Hierbij is in de Wav, de Waadi, de WML, de Atw en de Arbowet steeds een bepaling opgenomen die de openbaarmaking van boetebesluiten en andere maatregelen regelt. In onderhavig besluit wordt de wijze waarop de openbaarmaking plaatsvindt, welke gegevens openbaar gemaakt worden, de termijn waarbinnen dit geschiedt en de duur en de publicatie nader uitgewerkt.
in werking
24-09-2015
In werking getreden wetsvoorstel
Ingediend bij de Tweede Kamer op 12 december 2014. Eindverslag van 19 mei 2015. Brief en Brief van de minister van SZW van 2 juni 2015. Wet van 4 juni 2015 tot wijziging van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag, Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek en enige andere wetten ter verbetering van de naleving en handhaving van arbeidsrechtelijke wetgeving in verband met de aanpak van schijnconstructies door werkgevers (Wet aanpak schijnconstructies). Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld (Stb. 233).
Met ingang van 1 juli 2015 zijn de volgende maatregelen getroffen om schijnconstructies te voorkomen en aan te pakken:
Ketenaansprakelijkheid
– De wet aanpak schijnconstructies introduceert een hoofdelijke aansprakelijkheid van de werkgever en diens opdrachtgever voor onderbetaling of niet-betaling van het verschuldigde loon aan de werknemer. De werknemer moet dan eerst zijn eigen werkgever aanspreken en een loonvordering instellen. Ook is het mogelijk om de directe opdrachtgever van de werkgever (hoofdelijk) aansprakelijk te stellen. De werknemer heeft dus de keuze om bij onderbetaling (of niet-betalen) van het verschuldigde loon, dat loon te vorderen bij zijn werkgever en/of diens opdrachtgever.
– Alleen indien de vordering niet wordt voldaan via het hoofdelijk aansprakelijk stellen van de werkgever of diens opdrachtgever, kan de werknemer vervolgens, onder een aantal voorwaarden, hogere schakels in de keten volgtijdelijk aanspreken, van onder naar boven.
– De ketenaansprakelijkheid geldt ook voor het op grond van de uitzendovereenkomst verschuldigde loon en voor andere vormen van ter beschikking stellen van arbeid, zoals payrolling of detachering.
– De ketenaansprakelijkheid geldt niet indien door een zelfstandige werkzaamheden worden verricht onder aan een keten en geldt ook niet voor particuliere opdrachtgevers omdat zij niet handelen in de uitoefening van beroep of bedrijf. Het werken met zzp’ers valt in principe dus niet onder deze ketenaansprakelijkheid.
Betere handhaving betaling minimumloon/transparantere loonstrook/girale betaling
– De werkgever mag het salaris niet meer volledig contant uitbetalen. Hij moet minimaal het gedeelte van het loon, gelijk aan het netto verschuldigde wettelijk minimumloon giraal overmaken, op straffe van een bestuurlijke boete. De verplichting tot betaling van het minimumloon geldt niet voor de betaling van de vakantiebijslag.
– Er mogen geen verrekeningen (bijvoorbeeld huisvesting of ziektekostenpremies) en inhoudingen plaatsvinden met het salarisgedeelte tot een bedrag gelijk aan het wettelijk minimumloon. Dit verbod strekt zich niet uit tot de vakantiebijslag.
– De bedragen waaruit het loon is samengesteld, waaronder eventuele onkostenvergoedingen en andere bedragen die op het loon zijn ingehouden, moeten worden gespecificeerd op de loonstrook. Uit de specificatie moet blijken hoe hoog deze onkosten zijn, voor welke onkosten de vergoedingen zijn verstrekt en welke daarvan samenhangen met de dienstbetrekking.
Openbaarmaking inspectiegegevens
– De uitkomst van inspecties van de Inspectie SZW (bijvoorbeeld in geval van onderbetaling of illegale tewerkstelling) worden met vermelding van de bedrijfsnaam van de gecontroleerde bedrijven openbaar gemaakt.
– In het kader van de Wet arbeid vreemdelingen (WAV) wordt een werkgever verplicht om binnen 48 uur nadat de toezichthouder hem hiertoe heeft verzocht, de identiteit vast te stellen van de arbeidskrachten waarvan de identiteit niet langs andere weg kan worden vastgesteld en deze identiteitsgegevens binnen 48 uur te verstrekken aan de toezichthouder.
ontwikkeling
24-09-2015
Wetsvoorstel met relevante ontwikkelingen
Ingediend bij de Tweede Kamer op 12 december 2014. Amendement van het lid Van Weyenberg en Motie van het lid Van Weyenberg van 26 februari 2015. Gewijzigd Voorstel van wet van 3 maart 2015. Nota van verbetering van 14 april 2015. Memorie van antwoord van 24 april 2015.
Door het amendement is thans in artikel 15a van de WAV geregeld dat de werkgever op vordering van de Inspectie de identiteit van een persoon van wie op grond van feiten en omstandigheden het vermoeden bestaat dat hij arbeid voor hem verricht of heeft verricht laat vaststellen door het verstrekken aan de Inspectie van een document als bedoeld in artikel 1 lid 1 onder 1 tot en met 3 van de Wet op de identificatieplicht. In de nota van verbetering is een nieuw artikel opgenomen met een overgangsregeling.
ontwikkeling
07-09-2015
Wetsvoorstel met relevante ontwikkelingen
Ingediend bij de Tweede Kamer op 12 december 2014. Nota naar aanleiding van het verslag en Nota van wijziging van 6 februari 2015. Brief van de Minister van SZW en tweede Nota van wijziging van 24 februari 2015.
In de tweede nota van wijziging wordt een artikel aan dit wetsvoorstel toegevoegd dat betrekking heeft op een wijziging van de Wet Werk en Zekerheid (WWZ). Voorgesteld wordt een regeling te treffen op grond waarvan een werkgever (nog) geen transitievergoeding verschuldigd zal zijn als hij de werknemer de garantie heeft geboden dat hij binnen zes maanden weer bij hem aan de slag kan. Die garantie moet bestaan uit een nieuwe (tijdelijke of vaste) arbeidsovereenkomst die ingaat binnen zes maanden, te rekenen vanaf het moment waarop een tijdelijke arbeidsovereenkomst van rechtswege eindigt. Hiermee kan worden voorkomen dat een werkgever meteen na het eindigen van een tijdelijke arbeidsovereenkomst na 1 juli 2015 een transitievergoeding verschuldigd zal zijn. Bovendien wordt hiermee aan de werknemer de zekerheid geboden dat het dienstverband (op termijn) wordt voortgezet. Als de werkgever de garantie van een voortzetting niet biedt (of dat niet doet bij de afloop van een volgende tijdelijke arbeidsovereenkomst) dan is hij uiteraard wel een transitievergoeding verschuldigd (als aan de voorwaarden hiervoor wordt voldaan). Het op enig moment niet verschuldigd zijn van een transitievergoeding als gevolg van de geboden garantie betekent niet dat de betreffende periode van het dienstverband op een later moment niet meetelt voor het recht op en de hoogte van de transitievergoeding.
Omdat met deze maatregel niet wordt voorkomen dat het arbeidsverleden, gelegen voor 1 juli 2015, meetelt voor het recht op en de berekening van de hoogte van transitievergoeding is overgangsrecht getroffen dat inhoudt dat voor het bepalen van het recht op en de hoogte van de transitievergoeding arbeidsovereenkomsten die voor 1 juli 2012 zijn geëindigd en elkaar met een onderbreking van meer dan drie maanden hebben opgevolgd (of een kortere termijn, als die op grond van de cao gold) niet worden meegeteld. Tijdelijke arbeidsovereenkomsten die elkaar na 1 juli 2012 met een periode van ten hoogste zes maanden opvolgen, tellen dus wel mee. Met de periode gerekend vanaf 1 juli 2012 (tot 1 juli 2015) wordt aangesloten bij de termijn van de huidige ketenbepaling voor het ontstaan van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd (drie jaar).
wetsvoorstel
07-09-2015
Nieuw wetsvoorstel
Ingediend bij de Tweede Kamer op 12 december 2014. Voorstel van wet en Memorie van toelichting van 12 december 2014.
Dit wetsvoorstel beoogt bij te dragen aan het voorkomen van oneerlijke concurrentie tussen bedrijven, het versterken van de rechtspositie van werknemers en beloning voor werknemers conform wet- en regelgeving, cao of afspraken bij individuele arbeidsovereenkomst. Het wetsvoorstel bestaat uit de volgende onderdelen:
– het verduidelijken van de eisen die aan de loonstrook worden gesteld, waaronder het verplichten van werkgevers tot het specificeren van onkostenvergoedingen;
– het beter verankeren in de wetgeving van het recht op het wettelijk minimumloon en de uitbetaling daarvan;
– het verplichten van werkgevers om het wettelijk minimumloon giraal uit te betalen;
– het in principe niet meer toestaan van verrekeningen met en inhoudingen op het minimumloon;
– openbaarmaking van inspectiegegevens;
– invoering van een ketenaansprakelijkheid voor het aan de werknemer verschuldigde loon;
– verbeteren van de cao-naleving en -handhaving. Dit gebeurt door de avv van een cao eenmalig voor dezelfde duur maar maximaal een jaar te verlengen indien cao-partijen daar gezamenlijk om verzoeken en door reeds aanwezige inspectiegegevens door de Inspectie SZW te laten gebruiken voor een onderzoek zoals genoemd in artikel 10 van de Wet AVV;
– verbeteren van de publiek-private informatie-uitwisseling door vermoedens van de Inspectie SZW van niet-naleving van cao’s door te geven aan (handhavingsinstanties van) cao-partijen;
– verbeteren van de handhaafbaarheid van de Wet arbeid vreemdelingen (WAV) door expliciet in de wet op te nemen dat de werkgever moet meewerken aan de vaststelling van de identiteit van de werknemer.
