Wetgeving
Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector
Regels inzake de normering van bezoldigingen van topfunctionarissen in de publieke en semipublieke sectorontwikkeling
17-05-2016
Wetsvoorstel met relevante ontwikkelingen
Ingediend bij de Tweede Kamer op 14 januari 2011. Brief van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 25 april 2016.
De minister informeert de Kamer dat het voorstel van wet tot uitbreiding van de personele reikwijdte van de WNT (WNT-3) in consultatie is gebracht. Tijdens de consultatieperiode wordt tevens met de sociale partners over dit wetsvoorstel in overleg getreden zie ook wetsvoorstel 30111.
ontwikkeling
04-01-2016
Wetsvoorstel met relevante ontwikkelingen
Ingediend bij de Tweede Kamer op 14 januari 2011. Besluit van 30 november 2015 tot wijziging van het Uitvoeringsbesluit WNT onder meer in verband met de normering van de bezoldiging van topfunctionarissen zonder dienstbetrekking voor de eerste twaalf maanden van de functievervulling en wijziging van bijlage 1 en 2 bij de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (Stb. 475). Dit besluit treedt in werking met ingang van 12 december 2015, met uitzondering van artikel I, onderdeel D, en artikel II, onderdeel A, onder 1, onderdeel e, onder 2°, die in werking treden met ingang van 1 januari 2016. Artikel I, onderdelen A en B, en artikel II, onderdeel A, onder 1, onderdeel f, en onder 3, werken terug tot en met 1 januari 2015. Artikel II, onderdeel A, onder 1, onderdeel c, en onder 2, onderdelen a en b, en onderdeel B, werkt terug tot en met 1 augustus 2015. Regeling van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 30 november 2015, nr. 2015-0000652496 tot wijziging van de Uitvoeringsregeling WNT in verband met regels over de bezoldiging van topfunctionarissen zonder dienstbetrekking in de zin van de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector. Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2016. Brief van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 15 december 2015. Regeling van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 9 december 2015, nr. 2015-0000733957, houdende wijziging van de bijlage bij het Controleprotocol WNT. Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2016. Besluit van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 18 december 2015, nr. 2015-0000734306, houdende vaststelling van beleidsregels inzake de toepassing van de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector met ingang van 1 januari 2016 (Beleidsregels WNT 2016).
– Met het Besluit van 30 november 2015 wordt het Uitvoeringsbesluit WNT en bijlagen 1 en 2 bij de WNT gewijzigd. Het hoofdonderdeel van dit besluit betreft de normering van de bezoldiging voor de eerste twaalf maanden van de vervulling van een functie van topfunctionaris anders dan op grond van een dienstbetrekking. Dit onderdeel van het besluit treedt in werking op 1 januari 2016. Ook worden een aantal bestaande artikelen van het Uitvoeringsbesluit WNT gewijzigd, waaronder de opsomming van toegestane variabele beloningen: alle jubileumgratificaties die op grond van een wettelijk voorschrift, een collectieve arbeidsovereenkomst of reguliere arbeidsvoorwaarden worden toegekend, zijn toegestaan. Verder wordt het bedrag gewijzigd van de kosten voor openbaarmaking van de verplichte WNT-gegevens door de vakminister voor het geval de verantwoordelijke rechtspersoon of instelling dit nalaat. Tot slot wordt de bijlage op enkele redactionele en technische punten geactualiseerd.
– In de Regeling van 30 november 2015 worden de componenten benoemd die tot de bezoldiging van de topfunctionaris zonder dienstbetrekking worden gerekend.
– De Regeling van 9 december 2015 geeft nadere aanwijzingen over de reikwijdte en de diepgang van de accountantscontrole op de naleving van de bepalingen van en op grond van de WNT. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen (1) het gehele financieel verslaggevingsdocument, en (2) de verantwoording van uitsluitend de WNT-gegevens.
– In het Besluit van 18 december 2015 zijn de Beleidsregels WNT 2016 vastgelegd. Deze beleidsregels vormen een (nadere) uitleg van de algemene regelgeving inzake de normering van de bezoldiging van topfunctionarissen in de publieke en semipublieke sector en bevatten voorts concrete toepassingsregels. In de toelichting worden de wijzigingen weergegeven ten opzichte van de Beleidsregels toepassing WNT 2015.
in werking
13-10-2015
In werking getreden wetsvoorstel
De Wet van 15 november 2012, houdende regels inzake de normering van bezoldigingen van topfunctionarissen in de publieke en semipublieke sector (Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector) (Stb. 2012, 583) treedt met ingang van 1 januari 2013 in werking. Het besluit van 6 december 2012 tot uitvoering van de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (Uitvoeringsbesluit WNT) treedt in werking op 1 januari 2012 (Stb. 2012, 624).
In de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT) kunnen bezoldigingen (of beëindigingsregelingen) die boven de wettelijke norm liggen op basis van onverschuldigde betaling worden teruggevorderd door de Minister. De WNT heeft betrekking op (semi)publiekrechtelijke instellingen, zoals het onderwijs, de publieke omroep, drinkwaterbedrijven, zorginstellingen en woningbouwcorporaties. Topfunctionarissen van deze instellingen mogen niet meer verdienen dan 130 procent van het bruto salaris van een minister. (Opmerking CKB: in het regeringsakkoord van VVD en PvdA is het inkomensplafond op 100 procent (de ‘Plasterk-norm’) vastgelegd in plaats van 130 procent van het ministerssalaris, waardoor het wetsvoorstel normering topinkomens moet worden aangepast met een reparatiewet).In de WNT zijn maximale inkomens- en maximale onbelaste vergoedingsnormen gesteld (maximumbezoldiging is € 187.340 en maximale vergoeding is € 7.559). Er is gekozen voor een ruim inkomens-/bezoldigingsbegrip, met als gevolg dat er geen beloningselementen zijn die niet onder het inkomensbegrip vallen. Een vergoeding in het kader van vertrek van de topfunctionaris wordt in de WNT niet als bezoldiging beschouwd. Voor deze beëindigingvergoedingen is een zelfstandige regeling opgenomen in de WNT. Een contractuele vergoeding bij een beëindiging van het dienstverband tussen een (semi)publiekrechtelijk orgaan met een topfunctionaris is gemaximeerd op een jaarsalaris met een maximum van € 75.000 bruto.In de WNT is geregeld dat als partijen een hogere uitkering wegens beëindiging van de aanstelling overeenkomen dan bij wet is toegestaan, de uitkering van rechtswege wordt vastgesteld op het bedrag dat ten hoogste is toegestaan. Betalingen die dat bedrag overschrijden zijn onverschuldigd betaald en kunnen teruggevorderd worden door de Minister van de openbare instelling. Dit is anders, indien de betaling voortvloeit uit een rechterlijke uitspraak. In de WNT is ook overgangsrecht opgenomen. Het overgangsrecht is ingewikkeld en verschilt per onderdeel (bezoldiging, bonus of vergoeding). Bovendien is een en ander afhankelijk van het moment dat de van de WNT afwijkende afspraken zijn gemaakt (voor of na peildatum). Als peildatum geldt 6 december 2011 (dat is de datum waarop de Tweede Kamer het Wetsvoorstel WNT heeft aangenomen). Beloningsafspraken die zijn gemaakt na 6 december 2011 en boven de normen uit komen, zijn voor wat betreft het bovenmatige deel ongeldig en voor dat deel zou het salaris binnen vier jaar afgebouwd en in overeenstemming met de WNT moeten worden gebracht. Voor wat betreft de contractuele beëindigingvergoeding die tot stand is gekomen voor 1 januari 2013 geldt dat deze niet onder het overgangsrecht valt, hetgeen betekent dat vergoedingen die in dat verband en voor die tijd tot stand zijn gekomen van kracht blijven (met dien verstande dat binnen vier jaar voor het bovenmatige deel een en ander in overeenstemming met WNT dient te worden gebracht). Partijen behouden de mogelijkheid om een eventuele onrechtmatigheid van het ontslag voor te leggen aan de rechter, zodat topbestuurders via die weg nog tot (schade)vergoedingen zouden kunnen komen. De WNT zou (ook) tot gevolg kunnen hebben dat topbestuurders die willens en wetens in strijd handelen met de nieuwe normen, wanbeleid wordt verweten. In (zeer) ernstige gevallen zou dat mogelijk zelfs kunnen leiden tot persoonlijke (bestuurders) aansprakelijkheid.Het Besluit WNT dient ter uitvoering van de WNT en stelt regels over de volgende onderwerpen:
– uitzonderingen op het verbod van variabele beloningen;
– de wijze waarop het bedrag van de kosten van openbaarmaking door de betreffende minister van de verplichte gegevens wordt vastgesteld;
– aanpassing van de bijlagen bij de WNT.
ontwikkeling
24-09-2015
Wetsvoorstel met relevante ontwikkelingen
Ingediend bij de Tweede Kamer op 14 januari 2011. Brief van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 12 december 2014. Beleidsregels toepassing WNT 2015. Deze beleidsregels zijn met ingang van 1 januari 2015 van toepassing op de uitvoering van de WNT en de daarop berustende bepalingen, daaronder begrepen de uitvoering en handhaving door of namens de ministers en bij de uitoefening van toezicht op de naleving van de wet en de daarop berustende bepalingen door de daartoe door hen aangewezen ambtenaren.
In zijn brief presenteert de minister de jaarrapportage over het eerste toepassingsjaar 2013. De uitkomsten van de eerste WNT-jaarrapportage geven aanleiding tot de volgende prioriteiten en accenten in de uitvoering van de wet:
– Er wordt verder gewerkt aan een zo volledig mogelijk register van WNT-instellingen. Op basis van het register kunnen instellingen goed en tijdig worden geïnformeerd over de WNT en de verplichtingen die daaruit voortvloeien voor hun financiële verslaglegging en het jaarlijks voor 1 juli melden van bezoldigingsgegevens.
– Voor een betere toepassing van de wet in jaarverslagen van WNT-instellingen zal in aanvulling op de uitvoeringsregelgeving en uitgebreide wetsuitleg een model voor de WNT-opgave in de jaarstukken beschikbaar worden gesteld. Instellingen en hun accountants zullen daardoor over toepassingsjaar 2014 naar verwachting beter aan hun WNT-verplichtingen kunnen voldoen dan in het startjaar 2013.
– Instellingen worden nadrukkelijker aangesproken op het deugdelijk motiveren van bezoldigingen en ontslagvergoedingen die de toepasselijke norm te boven gaan.
– Voor toepassingsjaar 2014 kunnen instellingen zich in veel mindere mate beroepen op onbekendheid met de wet of onduidelijkheid van de regels. Er is daarmee een betere uitgangspositie bereikt om toezicht op juiste administratieve uitvoering te versterken. Het niet of niet tijdig melden van gegevens of het verstrekken van onjuiste gegevens zal in toepassingsjaar 2014 dan ook leiden tot verscherpt toezicht indien instellingen in gebreke blijven.
– Accountants worden door middel van een controleprotocol beter toegerust op de controle van de WNT-gegevens in de jaarrekening, zodat de kwaliteit van de accountantscontrole vergroot kan worden.
Op 24 december 2014 zijn de beleidsregels toepassing WNT gepubliceerd. Deze beleidsregels zijn met ingang van 1 januari 2015 van toepassing op de uitvoering van de WNT en de daarop berustende bepalingen, daaronder begrepen de uitvoering en handhaving door of namens de ministers en bij de uitoefening van toezicht op de naleving van de wet en de daarop berustende bepalingen door de daartoe door hen aangewezen ambtenaren.
ontwikkeling
07-09-2015
Wetsvoorstel met relevante ontwikkelingen
Ingediend bij de Tweede Kamer op 14 januari 2011. Brief van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 8 juli 2015.
In zijn brief informeert de minister over de stand van zaken van de uitvoering van het kabinetsbeleid inzake de normering van topinkomens in de (semi)publieke sector:
– De regeling voor 2016 voor woningcorporaties wordt in november 2015 vastgesteld. Op basis van het voorstel van de sector is het voornemen om de bovenste drie klassen van de huidige staffel samen te voegen tot één klasse waarvoor het nieuwe bezoldigingsmaximum van € 178.000 geldt. De staffel kent dan acht klassen tussen € 82.100 en € 178.000, waarin de woningcorporaties zijn ingedeeld op basis van het aantal verhuureenheden en grootte van de gemeente waar het grootste deel van het woningbezit gelegen is.
– Conform artikel 2.7 van de WNT zal de regeling voor de sectoren zorg en welzijn met ingangsdatum 1 januari 2016 in november 2015 bekend worden gemaakt in de Staatscourant. De Nederlandse Vereniging van Toezichthouders in de Zorg (NVTZ) zal in september 2015 een uitgewerkt voorstel hiervoor aanleveren.
– In november 2015 zal een voorstel worden gedaan voor de bezoldiging binnen het onderwijs. Er wordt toegewerkt naar een systeem van beloningsdifferentiatie. Dit systeem zal worden verankerd in de Regeling bezoldiging topfunctionarissen OCW-sectoren 2016.
– Voor de hiervoor genoemde sectoren geldt ingevolge artikel 7.4 lid 2 WNT dit jaar als overgangsjaar. Met ingang van 1 januari 2016 geldt ook voor deze sectoren het verlaagde maximum als generiek maximum, zoals dat bij de WNT-2 is vastgelegd. Dit algemene maximum van thans € 178.000 zal ingevolge de artikel 2.3 lid 2 WNT zo nodig vóór 1 november 2015 worden gecorrigeerd aan de ontwikkeling van de contractuele loonkosten voor de overheid.
– Met betrekking tot de maximale bezoldiging van topfunctionarissen zonder dienstbetrekking voor de eerste twaalf maanden is een ontwerpregeling ter consulatie voorgelegd. De normering in het ontwerp is opgebouwd uit twee normen per zes maanden die in hoogte aflopend zijn, namelijk € 144.000 voor de eerste zes maanden en € 108.000 voor de opvolgende zes maanden. Na twaalf maanden functievervulling is de reguliere WNT-norm van toepassing. Beoogd wordt deze regelgeving met ingang van 1 januari 2016 in werking te laten treden.
