Naar boven ↑

Rechtspraak

Pouw Rent B.V./werknemer
Rechtbank Noord-Nederland (Locatie Groningen), 15 september 2026
ECLI:NL:RBNNE:2026:3947
(Gefixeerde) schadevergoeding. Frauderende werknemer is na ontslag op staande voet in verhouding met het toewijsbare deel van de gevorderde schadevergoeding 8,5% aan onderzoekskosten verschuldigd.

Feiten

Werknemer is per 1 oktober 2017 in dienst getreden bij Pouw Rent B.V. (hierna: Pouw Rent). Pouw Rent ontdekte in februari 2026 dat in haar systeem fictieve huurovereenkomsten en facturen waren aangemaakt. Daardoor werden niet voldane waarborgsommen uitbetaald aan diverse rekeningen, waaronder de spaarrekening van werknemer. Uit politieonderzoek bleek dat op 8 februari 2026 via het IP-adres van werknemer valse overeenkomsten waren aangemaakt. Pouw Rent ontsloeg werknemer daarop op staande voet. Dat ontslag is in een parallelle procedure rechtsgeldig bevonden. In deze procedure verzoekt Pouw Rent een gefixeerde schadevergoeding en schadevergoeding wegens wanprestatie of onrechtmatige daad voor alle frauduleuze transacties. Ook verzoekt zij vergoeding van onderzoekskosten en de integrale advocaatkosten. Werknemer ontkende betrokkenheid bij de fraude en betwistte de schade.

Oordeel

De kantonrechter oordeelt als volgt. Het ontslag op staande voet is rechtsgeldig bevonden. Werknemer is daarom een gefixeerde schadevergoeding verschuldigd. Tegen de hoogte daarvan is geen verweer gevoerd. Werknemer is daarnaast toerekenbaar tekortgeschoten, hetgeen een schadevergoeding wegens wanprestatie rechtvaardigt. Pouw Rent heeft voldoende aangetoond dat werknemer zijn kennis en kunde uit het dienstverband heeft gebruikt om op 8 februari 2026 fictieve overeenkomsten en facturen aan te maken. Voor aansprakelijkheid is opzet of bewuste roekeloosheid vereist. Daarvoor is voldoende aanleiding. Of alle frauduleuze transacties naar werknemer te herleiden zijn, staat nog niet vast. Het politieonderzoek loopt namelijk nog. Alleen de transacties van 8 februari 2026 hangen voldoende nauw samen met het ontslag. Van de ingestelde schadevordering van € 78.552,73 is daarom slechts een bedrag van € 6.750 toewijsbaar. De gemaakte onderzoekskosten kunnen niet in het geheel aan werknemer worden toegerekend. In verhouding tot het toewijsbare deel van de schadevordering wordt slechts 8,5% van de kosten toegewezen. De werkelijk gemaakte advocaatkosten worden afgewezen, omdat er geen sprake is van misbruik van procesrecht of onrechtmatig procederen. Werknemer wordt in de proceskosten veroordeeld.