Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/UWV
Rechtbank Noord-Nederland (Locatie Leeuwarden), 14 augustus 2026
ECLI:NL:RBNNE:2026:3471
Onvoldoende motivering van de beƫindiging van de opleiding leidt niet tot wedertewerkstelling. De belangenafweging valt in het voordeel van het UWV uit.

Feiten

Werknemer treedt op 1 september 2025 voor één jaar in dienst bij het UWV als arbeidsdeskundige in opleiding. Tijdens zijn opleiding ontstaan problemen in de samenwerking met zijn praktijkopleider. Het UWV maakt met werknemer afspraken om deze samenwerking te verbeteren. Nadat de samenwerking wordt beëindigd, besluit het UWV ook het interne opleidingstraject van werknemer te beëindigen, omdat volgens het UWV sprake is van een mismatch op het gebied van houding, gedrag en communicatie. Het UWV biedt werknemer aan tot het einde van zijn arbeidsovereenkomst andere werkzaamheden te verrichten. Later biedt het UWV aan de opleidings- en examenkosten te vergoeden als werknemer de opleiding tot arbeidsdeskundige voortzet via de opleidingsaanbieder waarmee het UWV samenwerkt. Werknemer gaat niet in op deze voorstellen. Hij stelt dat een voldoende zwaarwegende grond ontbreekt om zijn opleiding te beëindigen en hem niet langer tot zijn werkzaamheden toe te laten en vordert in kort geding wedertewerkstelling als arbeidsdeskundige in opleiding. Het UWV voert aan dat werknemer de gemaakte afspraken onvoldoende is nagekomen en dat zijn houding, gedrag en communicatie beëindiging van het opleidingstraject rechtvaardigen.

Oordeel

De kantonrechter oordeelt als volgt. Op grond van goed werkgeverschap kan het UWV werknemer alleen van zijn werkzaamheden en opleiding uitsluiten als daarvoor een redelijke en voldoende zwaarwegende grond bestaat, waarbij de wederzijdse belangen moeten worden afgewogen. Werknemer heeft onvoldoende toegelicht of en hoe hij uitvoering heeft gegeven aan de afspraken om de samenwerking met zijn praktijkopleider te verbeteren. Daar staat tegenover dat de concrete verwijten over het niet nakomen van afspraken, onvoldoende zelfreflectie en zijn communicatie pas aan werknemer zijn meegedeeld nadat al was besloten zijn opleiding te beëindigen. Werknemer heeft daardoor onvoldoende gelegenheid gehad daarop te reageren of zijn handelen aan te passen. Het UWV heeft de beëindiging van de opleiding voorshands dan ook onvoldoende toegelicht. Dit leidt echter niet tot wedertewerkstelling. De arbeidsovereenkomst eindigt binnen korte tijd, waardoor werknemer zijn werkzaamheden en opleiding slechts kort zou kunnen hervatten en de opleiding niet meer kan afronden. Bovendien heeft hij aangeboden werkzaamheden in Groningen geweigerd, een voorstel van het UWV om de opleiding met een bijdrage in de kosten alsnog af te ronden afgewezen en verklaard dat het hem in belangrijke mate om genoegdoening gaat. De belangenafweging valt daarom in het voordeel van het UWV uit. De vordering tot wedertewerkstelling wordt afgewezen en werknemer wordt veroordeeld in de proceskosten.