Naar boven ↑

Rechtspraak

Stichting Veiligheidszorg Drenthe/werknemer
Rechtbank Noord-Nederland (Locatie Assen), 31 juli 2026
ECLI:NL:RBNNE:2026:3209
Directeur die werkgever Stichting Veiligheidszorg Drenthe laat betalen voor privéverbouwing en ander privévoordeel pleegt ernstige wanprestatie. Toewijzing ontbindingsverzoek zonder transitievergoeding en veroordeling tot schadevergoeding.

Feiten

Werknemer is per 26 mei 1999 in dienst getreden bij Stichting Veiligheidszorg Drenthe (hierna: VZD), en is inmiddels werkzaam in de functie van directeur. Werknemer is op 19 maart 2025 op non-actief gesteld nadat twee werknemers meldingen hadden gedaan over mogelijk niet-integer handelen en belangenverstrengeling. VZD heeft vervolgens een adviesbureau opdracht gegeven onderzoek te doen naar het handelen en nalaten van werknemer. Uit het onderzoek kwamen verschillende misstanden naar voren. VZD verzoekt primair de ontbinding van de arbeidsovereenkomst op grond van wanprestatie zonder transitievergoeding en vergoeding van de door VZD geleden schade. Werknemer verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst vanwege een verstoorde arbeidsverhouding, met inachtneming van de opzegtermijn en toekenning van een transitievergoeding en een billijke vergoeding. Bij tussenbeschikking van 5 december 2025 heeft de kantonrechter geoordeeld dat het privégebruik van een door VZD gehuurde opslaglocatie, privéwerkzaamheden door medewerkers en andere privékosten tekortkomingen opleverden, maar dat deze op zichzelf en gezamenlijk onvoldoende ernstig waren voor ontbinding in het licht van het bijna dertig jaar durende dienstverband en de mate van vrijheid die werknemer werd gegund. Dat ligt anders voor de door VZD gestelde bouwkosten en autoruil die werknemer door VZD zou hebben laten financieren. Werknemer is in de gelegenheid gesteld tegenbewijs te leveren op deze punten. Hiertoe zijn nadere stukken overgelegd en heeft een getuigenverhoor plaatsgevonden.

Oordeel

De kantonrechter oordeelt als volgt. Werknemer heeft onvoldoende twijfel gezaaid over de betaling door VZD voor zijn privéaanbouw. De overgelegde bezoeknotitie en de getuigenverklaringen maken niet aannemelijk dat werknemer deze kosten zelf heeft betaald. Ook de getuigenverklaring over de autotransacties overtuigt niet, omdat deze op meerdere punten inconsistent is en niet strookt met de eerdere e-mailcorrespondentie en verkoopprijzen. Het staat daarom vast dat werknemer VZD heeft laten betalen voor zijn privéverbouwing en een privévoordeel heeft behaald bij de auto-inruil. In combinatie met het eerdere privégebruik van de opslagruimte, privéwerkzaamheden en privékosten kwalificeert dit als zeer ernstige tekortkomingen en ernstige wanprestatie. De omstandigheid dat werknemer bijna dertig jaar in dienst was, nog slechts enkele maanden tot zijn pensioen had en de ontbinding grote financiële gevolgen heeft, doet daaraan onvoldoende af. De arbeidsovereenkomst wordt daarom op de kortst mogelijke termijn ontbonden. Hoewel het recht op een transitievergoeding in beginsel ook geldt bij ontbinding op de gekozen grond, is sprake van een ernstig verwijtbare wanprestatie door werknemer. Daarom is de kantonrechter van mening dat werknemer in deze omstandigheden geen recht heeft op een transitievergoeding. Daarnaast is werknemer aansprakelijk voor de schade van VZD. Hij moet onder meer de gederfde inkomsten van VZD door privégebruik van de opslagruimte, de gederfde inruilwaarde voor bedrijfsauto’s, het bedrag van de privéverbouwing en het bedrag van de privérekeningen die werknemer ten laste van VZD heeft laten komen, vergoeden. Daarnaast moet werknemer de onderzoekskosten van het adviesbureau betalen. Ook moet hij de kosten van een waarnemend directeur tot de hoogte van zijn eigen salaris vergoeden, nu VZD goede reden had om werknemer op non-actief te stellen gelet op het ernstig verwijtbaar handelen, en daarom komt de schade die VZD hierdoor heeft geleden voor zijn rekening. Overige schade wordt verwezen naar de schadestaatprocedure. De tegenverzoeken van werknemer worden afgewezen. Werknemer wordt in de proceskosten veroordeeld.