Naar boven ↑

Rechtspraak

Behoefte aan flexibele schil vormt geen rechtvaardiging voor dertien jaar onafgebroken uitzendwerk bij dezelfde inlener.

Feiten

Werknemer is in augustus 1996 in dienst getreden van Randstad Uitzendbureau B.V. (hierna: Randstad). Sinds maart 1999 is hij werkzaam op basis van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd (fase C) in de functie van algemeen productiemedewerker. In 2003 is werknemer tewerkgesteld bij Unilever Nederland Food Factories B.V. (hierna: Unilever). In juli 2006 is de inlening van werknemer door Unilever beëindigd. In 2009 is werknemer door Randstad opnieuw tewerkgesteld bij Unilever. Op 1 juli 2018 heeft Unilever haar margarineactiviteiten verkocht; deze activiteiten zijn voortgezet door Upfield Sourcing Nederland B.V. (hierna: Upfield), thans Flora Food Global Principal B.V. Werknemer is vervolgens bij Upfield tewerkgesteld in de functie van expeditiemedewerker. Vanaf medio 2022 is de productie binnen Upfield gefaseerd afgeschaald in verband met de sluiting van de fabriek. Op 24 juni 2022 heeft werknemer voor het laatst bij Upfield gewerkt. Werknemer heeft in deze procedure verzocht voor recht te verklaren dat hij vanaf 2 juli 2009 bij Upfield werkzaam is op basis van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd en dat Upfield’s cao en het Sociaal Plan op hem van toepassing zijn. Daaraan heeft hij kort gezegd ten grondslag gelegd dat Upfield misbruik heeft gemaakt van de uitzendrelatie als bedoeld in artikel 5 lid 5 Uitzendrichtlijn, als gevolg waarvan een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd tot stand is gekomen tussen werknemer en Upfield. De kantonrechter en het hof hebben de verzoeken van werknemer afgewezen. Naar het oordeel van het hof is weliswaar sprake van langdurig gebruik van de uitzendovereenkomst (bijna dertien jaar), maar kan niet worden gesteld dat sprake is van misbruik van de uitzendovereenkomst zoals bedoeld in de Uitzendrichtlijn, omdat Upfield een objectieve verklaring heeft gegeven voor het gebruik van de uitzendovereenkomst, te weten de behoefte aan een zogenoemde flexibele schil. Werknemer heeft tegen de beschikking van het hof beroep in cassatie ingesteld.

Oordeel

De Hoge Raad oordeelt als volgt. Uit vaste rechtspraak van het HvJ EU volgt dat volgens de uitzendrichtlijn de tijdelijke aard van de uitzendarbeid moet worden gewaarborgd. Dat uitgangspunt geldt ongeacht of er sprake is van één doorlopende opdracht dan wel van een aantal achtereenvolgende opdrachten. Aangenomen moet worden dat er sprake is van misbruik van de uitzendovereenkomst indien de duur van de activiteit van de uitzendkracht bij de inlenende onderneming langer is dan wat – gelet op alle relevante omstandigheden – redelijkerwijs als “tijdelijk” kan worden aangemerkt, en voor de daadwerkelijke duur van de terbeschikkingstelling geen objectieve verklaring wordt gegeven. De Hoge Raad overweegt dat werknemer gedurende dertien jaar onafgebroken aan Upfield en haar rechtsvoorganger ter beschikking is gesteld. De algemene behoefte van Upfield aan een flexibele schil en aan flexibel in te zetten werkkrachten vormt daarvoor geen adequate verklaring, nu Upfield en haar rechtsvoorganger gedurende die periode kennelijk onafgebroken behoefte hebben gehad aan de inschakeling van werknemer. Voor zover het hof heeft bedoeld dat in de bijzondere omstandigheden van dit geval wel een adequate objectieve verklaring bestond voor de langdurige terbeschikkingstelling van werknemer, zijn daartoe de door het hof aanvullend genoemde omstandigheden dat Upfield (andere) uitzendkrachten wel in vaste dienst heeft genomen en dat zij werknemer een jaarcontract heeft aangeboden, onvoldoende. In het licht hiervan geeft het oordeel van het hof hetzij blijk van een onjuiste rechtsopvatting, hetzij is het onvoldoende gemotiveerd. De Hoge Raad vernietigt de beschikking van het hof Den Haag en verwijst het geding naar het Hof Amsterdam ter verdere behandeling en beslissing.