Naar boven ↑

Nieuwsbericht

Trouw

21-04-2022

Veganist in de bijstand hoeft niet te solliciteren bij kaasfabriek

Joris Luteijn werd door de gemeente Gouda gekort op zijn uitkering, omdat hij niet gemotiveerd genoeg werk zou zoeken. Hij reageerde als veganist weinig enthousiast op een mogelijke baan in een kaasfabriek. De man stapte naar de rechter. 

Hij kan zich het gesprek nog goed herinneren. Het was augustus 2018. Hij zat om tafel met een werkconsulent van de gemeente Gouda en een consultant van het uitzendbureau. “Mijn cv werd bekeken, er werden vragen gesteld”, schetst Joris Luteijn, die op dat moment werkzoekend was en een bijstandsuitkering ontving. “Ik antwoordde dat ik graag met mensen wilde werken. Liefst in een functie die aansluit bij mijn opleiding tot maatschappelijk werker. Maar ik stond ook open voor andere dingen.”

Het werkaanbod van de gemeente stond in dit geval wel erg ver van hem af. Luteijn leeft veganistisch: hij eet en gebruikt geen dierlijke producten. Het aanbod om in een kaasfabriek aan de slag te gaan, strookt daar natuurlijk niet echt mee. “Ik heb aangegeven dat ik daarom geen affiniteit heb met het product kaas. Maar ook dat ik het wél zag als een kans om betaald werk te verrichten.”

De consultant hakt vervolgens de knoop door. Hij vreest dat het Luteijn en zijn mogelijke werkgever niet zal bevallen. Kort na het gesprek krijgt de Gouwenaar te horen dat hem een sanctie wordt opgelegd. Hij heeft zich, zo stelt de gemeente, ‘verwijtbaar niet gehouden aan de wettelijke verplichting om algemeen geaccepteerde arbeid te aanvaarden’. Dat is reden om hem voor een maand te korten op zijn uitkering. In november krijgt hij dus geen cent aan bijstand.

Geen gespreksverslagen

Luteijn vecht die beslissing aan: eerst bij de bezwarencommissie van de gemeente, daarna bij de rechtbank in Den Haag. Hij krijgt er twee keer nul op rekest. Pas nu, bijna vier jaar later, stelt de Centrale Raad van Beroep hem in het gelijk. De gemeente kan de stelling niet hard maken dat hij werk zou hebben geweigerd of zich niet constructief genoeg opstelde.

Van het sollicitatiegesprek zijn geen gespreksverslagen. Mails van de gemeente en de consultant, waarmee de gemeente de sanctie onderbouwde, zijn pas maanden na het gesprek opgesteld. Die schetsen het beeld dat Luteijn zelf aangaf niet te willen. “Je hebt toen nog uitgelegd dat het niet ging om het maken van kazen, maar enkel het verder verwerken van al gemaakte kazen”, schrijft de gemeente bijvoorbeeld aan de consultant van het uitzendbureau. “Desondanks wilde hij dit werk niet doen.”

Tegenover dat eenzijdige en achteraf geconstrueerde beeld staat een consistente uitleg van Luteijn, oordeelde de rechter. “Ik heb ook geen aanbod geweigerd: er is me nooit een aanbod gedaan", verduidelijkt hij. “Het klopt wel dat ik er bedenkingen bij had. Ik wil ook recht kunnen doen aan wie ik ben en hoe ik in het leven sta.”

Recht om niet enthousiast te zijn

Daar zit in feite de crux in deze zaak. Moet een werkzoekende alles maar met beide handen aangrijpen, ook al is een nieuwe baan overduidelijk niets voor hem? Luteijn: “Ik heb de plicht om op zoek te gaan naar werk, maar ik hoef toch niet te doen alsof ik heel enthousiast ben over een functie waarvan ik denk dat die echt niet bij mij past?”

De gemeente Gouda past ‘waar mogelijk maatwerk toe’, laat een woordvoerder van de gemeente Gouda in een reactie weten. “Dat betekent dat wordt gekeken naar de mogelijkheden en belemmeringen van een werkzoekende en in welke werkomgeving iemand goed kan functioneren.” Een baan waar ook een werkzoekende zich in kan vinden, heeft daarbij altijd de voorkeur, benadrukt zij.

Waarom die er in dit specifieke geval niet kwam, legt de gemeente daarbij niet uit. “De gemeente heeft nooit de intentie gehad om deze cliënt tegen te werpen dat hij veganist is. De rechters zeggen dat ook niet. De maatregel is herroepen omdat de verslaglegging van het gesprek onvoldoende was.”