Naar boven ↑

Nieuwsbericht

nrc.nl

24-12-2022

Valt er bij ProRail één medewerker uit, dan ligt in heel Nederland het treinverkeer stil

Een kleine, onderbezette afdeling van ProRail is de zwakste schakel van het Nederlandse spoor. Het scheelde dit jaar drie of vier keer heel weinig, of de afdeling had het treinverkeer moeten staken. „Ik heb een collega op de camping gebeld of hij kwam werken.”

Op een van de vele beeldschermen van Lars Gruters begint een groen vlakje te branden. Een probleem op station Schiphol, leert de spoorkaart van Nederland. Gruters klikt op het groene vlak. „Een roltrap op station Schiphol staat stil. Geen elektriciteit. Dat is inmiddels gemeld.”

Ook een lichtblauw vlaggetje bij station Roosendaal leidt niet tot paniek bij Gruters. „Geen stroom op de bovenleiding. Dat kunnen werkzaamheden zijn, maar ook een storing. De situatie is onder controle.”

Gruters is een van de 27 medewerkers van het Operationeel Besturingsysteem Infra (OBI). Vanuit twee halfverlichte kamers in het kantoor van spoorbeheerder ProRail in Utrecht houden zij toezicht op het spoor in heel Nederland. Het OBI bedient en bewaakt alle bovenleidingen, de energievoorziening en de tunnels.

Twee beeldschermen tonen bijvoorbeeld alle achttien spoortunnels van Nederland. Is daar een probleem, rook in de tunnel bijvoorbeeld, dan schakelt het OBI de stroom af, opent de veiligheidsdeuren zodat passagiers kunnen worden geëvacueerd, en licht het de hulpdiensten in. Een boom op de bovenleiding? Werkzaamheden die uitlopen? Het OBI heeft, simpel gesteld, de hand aan het lichtknopje van het spoor.

Die verantwoordelijkheid maakt de kleine ProRail-afdeling een van de zwakste schakels van het Nederlandse spoor. Het OBI heeft zoveel vacatures dat de afdeling de roosters bijna niet meer rondkrijgt. Eén zieke collega en het treinverkeer ligt stil in heel Nederland.

„De rek is eruit”, zegt OBI-manager Delailah de Lima. Met zeven vacatures op 27 collega’s (26 mannen en één vrouw) kost het haar steeds meer moeite om de roosters rond te krijgen. Vier medewerkers per dienst, moet De Lima inplannen. Twee voor Noord-Nederland, inclusief de drukke sporen rond Amsterdam en Utrecht, een voor Zuid-Nederland, en een voor de hogesnelheidstrein. „Soms moet ik noodgedwongen een of twee mensen minder inplannen. Dan moet er geen groot incident, zoals in september in Swifterbant plaatsvinden, wanneer er twee mensen zitten. Dan ligt het treinverkeer stil.”

Het afgelopen jaar scheelde het drie of vier keer heel weinig of ze hadden het treinverkeer moeten staken, zegt De Lima. „Ik heb een collega op de camping gebeld of hij kwam werken. Dat wilde hij gelukkig. Later heb ik zijn vrouw een bos bloemen gestuurd.” Zelf leidt ze tijdelijk ook nog een andere afdeling binnen ProRail.