Naar boven ↑

Nieuwsbericht

trouw.nl

15-05-2013

'Uitwassen in flexwerk aangepakt'

In politiek en wetgeving zijn het nog goede voornemens, maar justitie is al begonnen: paal en perk stellen aan flexwerk. Rechters zijn scherper gaan oordelen over trucs waarmee werkgevers in personeelscontracten het arbeidsrecht proberen te omzeilen.

In een serie uitspraken hebben kantonrechters, en in een enkel geval de Hoge Raad, het afgelopen half jaar door constructies met payrolling en detachering heengeprikt. Hierbij worden cao-afspraken en ontslagbescherming ontdoken. Deze foefjes lopen door de uitspraken tegen juridische grenzen aan. Dit verstevigt de positie van flexwerkers.

Nog voordat het kabinet het sociaal akkoord ten uitvoer heeft gebracht waarin onder meer de uitwassen van flexwerk worden aangepakt, brengen rechters het maatschappelijke ongenoegen over schijnconstructies tot uitdrukking in hun vonnissen. Dat zien verschillende juristen uit de advocatuur, wetenschap en vakbond met wie Trouw sprak.

Johan Zwemmer, wetenschappelijk medewerker aan de Universiteit van Amsterdam en advocaat, concludeert dat het arbeidsrecht in een overgangsfase is beland. "Rechters durven onder maatschappelijke druk steeds vaker aan te nemen dat sprake is van schijnconstructies. Die ruimte hadden ze al, maar door de crisis, berichten over zzp'ers die minder verdienen dan het minimumloon of door de vakbond die bijvoorbeeld de stekker uit de payroll-cao getrokken heeft, wordt steeds duidelijker waar de problemen met flexwerk zitten."

Ook de Haagse arbeidsrechtadvocaat Anja Hoffmans ziet dat rechters "steeds gevoeliger worden voor argumenten dat werkgevers van een schijnconstructie gebruikmaken."

In oktober, december en maart waren er al verschillende uitspraken van kantonrechters waarin zij ten gunste van payrollers oordeelden. In april deed de Hoge Raad uitspraak in de zaak van het kantinepersoneel tegen Heineken en Albron, waarbij het Heinekenpersoneel in een aparte bv werd ondergebracht om hen makkelijker te kunnen overdragen aan Albron, waardoor de werknemers veel rechten verloren. Het kantinepersoneel won. Vorige week oordeelde de Hoge Raad dat oproepkrachten ten minste drie uur betaald moeten krijgen per losse klus.

"Rechters kijken steeds meer naar de achterliggende redenen voor partijen om een contract af te sluiten, dan naar wat er op papier staat", zegt Zwemmer. Zo gebeurde het dat werknemers die door een werkgever op de loonlijst van een andere bv of payroll-bedrijf zijn gezet, toch als personeel van dat bedrijf moeten worden aangemerkt met alle rechten op cao-afspraken en ontslagbescherming.

Deze uitspraken betekenen een 'overgangsperiode' in het arbeidsrecht, vindt Zwemmer. "In de wet is nog geen definitie van payrolling opgenomen. Ook bij uitzendwerk, nu volledig geaccepteerd, duurde dat dertig jaar. Tot die definitie er is, zullen rechters de grenzen moeten aangeven. Daarom is het belangrijk dat ook hogere rechters, het liefst de Hoge Raad, zich erover uitspreken."

Eind 2013 wordt daarom spannend. Vakbond FNV Bondgenoten verwacht dan een paar uitspraken van het gerechtshof over payrolling. Juriste Jola Boot: "Het gaat om zaken waarin aanvankelijk in het voordeel van de werkgevers beslist is. Het wordt heel interessant wat hogere rechters nu aandurven.