Nieuwsbericht
Rijksoverheid.nl24-02-2015
Transitievergoeding - Voorgestelde maatregelen om onbedoelde effecten van de regeling van de transitievergoeding in de Wet werk en zekerheid voor tijdelijke werknemers tegen te gaan
Zojuist heeft minister Asscher de 2e Nota van wijziging Wetsvoorstel aanpak schijnconstructies in verband met transitievergoeding Wwz aangeboden. In deze Nota van wijziging zijn maatregelen opgenomen in het kader van de mogelijk hoog oplopende transitievergoedingen die werkgevers in onder meer het seizoenswerk verschuldigd zijn.
Geen weeffout, maar een gemaakte keuze
In de begeleidende brief merkt Asscher op dat wat hem betreft het uitgangspunt is dat voor het recht op een transitievergoeding geen onderscheid wordt gemaakt tussen tijdelijke en vaste werknemers. Hij constateert dat er geen sprake is van een weeffout in de wet (zoals wel wordt gesteld), maar dat sprake is van een gemaakte keuze. Hij constateert dat die keuze tijdens de parlementaire behandeling van de Wwz onderbelicht is gebleven.
Bezwaren tegen het ontbreken van overgangsrecht
Asscher constateert dat twee bezwaren zijn geuit tegen het ontbreken van overgangsrecht. Enerzijds hebben die bezwaren betrekking op het feit dat werkgevers mogelijk hoge kosten zullen moeten maken en dat zij zich daarop niet hebben kunnen voorbereiden. Anderzijds zien de bezwaren erop dat tijdelijke werknemers mogelijk niet opnieuw worden ingehuurd waarmee (voor die werknemers) het paard achter de wagen wordt gespannen. Zij hebben dan zowel geen baan als uiteindelijk ook geen transitievergoeding.
Wat betreft het eerste bezwaar (de kosten) merkt Asscher op dat de transitievergoeding niet enkel geldt voor werkgevers met tijdelijke werknemers van wie de arbeidsovereenkomst afloopt, maar ook voor werkgevers met vaste werknemers van wie de arbeidsovereenkomst na 1 juli 2015 wordt beëindigd. Hij merkt op dat werkgevers die op dit moment via het UWV reorganiseren, nu ook niet steeds een vergoeding verschuldigd zijn.
Wat betreft het tweede bezwaar (geen baan als gevolg regeling transitievergoeding) geeft Asscher aan te hebben overwogen dat het behoud van een baan uiteindelijk belangrijker is voor een werknemer dan het verkrijgen van een vergoeding.
Op grond van dat tweede bezwaar stelt Asscher dan ook een aantal maatregelen voor. Hij concludeert dat het niet wenselijk is het treffen van maatregelen te beperken tot de sectoren waar (naar verluidt) de problemen het grootst zullen zijn. Dit aangezien zo’n beperking tot afbakeningsproblemen kan leiden als ook omdat werknemers buiten die sectoren ook geconfronteerd zouden kunnen worden met het verlies van hun tijdelijke baan.
De voorgestelde maatregelen
Uitstel van het verschuldigd zijn van een transitievergoeding
Asscher stelt voor een regeling te treffen op grond waarvan een werkgever (nog) geen transitievergoeding verschuldigd zal zijn als hij de werknemer de garantie heeft geboden dat hij binnen zes maanden weer bij hem aan de slag kan. Die garantie bestaat uit een nieuwe (tijdelijke of vaste) arbeidsovereenkomst, die ingaat binnen zes maanden waarop de tijdelijke arbeidsovereenkomst van rechtswege eindigt. Hiermee wordt voorkomen dat een werkgever direct na het eindigen van een tijdelijke arbeidsovereenkomst een transitievergoeding verschuldigd is en wordt aan de werknemer de zekerheid geboden dat het dienstverband (op termijn) wordt voortgezet.
Overgangsrecht
Asscher stelt voor dat bij het bepalen van het recht op en de hoogte van de transitievergoeding arbeidsovereenkomsten die voor 1 juli 2012 zijn geëindigd, niet worden meegeteld. Dit indien deze overeenkomsten elkaar met een onderbreking van meer dan drie maanden hebben opgevolgd (of een kortere termijn, als die op grond van de cao gold).
Bevorderen aangaan vaste arbeidsovereenkomst
Asscher stelt voor dat als een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd op of na 1 juli 2015 wordt aangegaan, voorafgaande arbeidsovereenkomsten die voor die datum zijn geëindigd niet worden meegeteld, indien deze arbeidsovereenkomsten onderbroken zijn geweest met een periode langer dan drie maanden, of de kortere termijn op grond van de cao. Deze maatregel bewerkstelligt in feite dat de opbouw van de transitievergoeding over die periode wordt uitgeruild tegen een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd met de daarbij behorende ontslagbescherming en opzegtermijn.
Plenair debat Tweede Kamer
Het plenaire debat in de Tweede Kamer over het Wetsvoorstel aanpak schijnconstructies staat gepland op aanstaande donderdagmiddag, 26 februari vanaf 13.50 uur.
De aanbiedingsbrief: Aanbiedingsbrief
De 2e Nota van wijziging: 2e Nota van wijziging
