Nieuwsbericht
Rechtspraak.nl05-06-2016
Rechtspraak houdt vast aan neutraliteit kleding rechter en griffier
Het College voor de Rechten van de Mens is van oordeel dat de rechtbank Rotterdam ongeoorloofd onderscheid heeft gemaakt door een sollicitante voor de functie van buitengriffier af te wijzen vanwege haar hoofddoek. De rechtbank wilde de vrouw niet inzetten als buitengriffier omdat zij in de rechtszaal zou optreden en haar hoofddoek daarbij niet af wilde doen. Binnen de rechterlijke organisatie geldt de afspraak dat rechters en griffiers in de rechtszaal en tijdens de behandeling van rechtszaken op geen enkele wijze door hun kleding blijk geven van hun levensovertuiging.
(...)
Het College erkent weliswaar het belang van de onpartijdigheid van de Rechtspraak, maar meent dat het voor het vertrouwen van de burger in de onpartijdigheid van de rechter niet nodig is dat ook de griffier zich onthoudt van het dragen van tekenen van de religieuze overtuiging. Die opvatting deelt de Rechtspraak niet. Het werk van de griffier is zeer sterk verweven met dat van de rechter. De wetgever heeft terecht bij het togabesluit geen onderscheid gemaakt tussen rechter en griffier. Aan de volstrekte neutraliteit van rechtspraak kan geen concessie worden gedaan.
De stelling van het College dat door het kledingvoorschrift bevolkingsgroepen op voorhand worden uitgesloten van werken bij de Rechtspraak, wordt door de Rechtspraak niet herkend. Er werken binnen de Rechtspraak rechters en griffiers van alle religieuze gezindten en met allerlei verschillende levensovertuigingen en opvattingen. Zij hebben gemeen dat zij ter zitting door de neutrale toga laten blijken dat die opvattingen voor hun werk niet relevant zijn.
