Nieuwsbericht
NRC18-11-2021
Meer rechten uitzendkrachten, maar cao-akkoord verdeelt werkgevers
Uitzendkrachten krijgen meer rechten, hebben vakbonden en uitzendwerkgevers afgesproken. Maar de koepel van kleine uitzendbureaus doet niet mee.
Na meer dan een jaar van onderhandelingen en een aantal hoogoplopende ruzies, zijn vakbonden en een deel van de uitzendwerkgevers het eens geworden over nieuwe cao-afspraken, waarin uitzendkrachten meer rechten krijgen.
Overeenstemming over arbeidsvoorwaarden voor de uitzendsector werd gezien als een belangrijke test voor het sociaal akkoord. Daarin spraken vakbonden en werkgevers in juni af om flexwerkers meer rechten te geven. In een nieuwe uitzend-cao konden die afspraken voor het eerst concreet worden.
Afgelopen zomer leek dit te mislukken. Vakbonden FNV, CNV en De Unie verlieten boos de onderhandelingstafel. De vakbonden wilden de afspraken uit het sociaal akkoord sneller doorvoeren dan werkgevers in de uitzendbranche.
Maar ook nu er een concept-akkoord ligt, biedt dit nog geen duidelijkheid voor álle uitzendkrachten.
De vakbonden en uitzendkoepel ABU zullen dit concept-akkoord positief voorleggen aan hun achterban, die er nog mee moet instemmen. Maar er is nog een tweede uitzendkoepel, de NBBU. En die is niet akkoord.
Daarmee doemt de mogelijkheid op dat alleen uitzendbureaus die lid zijn van de ABU zich aan de nieuwe cao moeten houden. Tot hun ruim vijfhonderd leden behoren alle grote uitzendconcerns, waaronder Randstad, Adecco en Manpower. Van de NBBU zijn vooral veel kleinere uitzendbureaus lid, meer dan 1.300.
De NBBU wilde woensdag geen verdere toelichting geven. Volgens onderhandelaar Marten Jukema van vakbond CNV vond deze uitzendkoepel dat de vakbonden „te veel vroegen” van werkgevers.
Eerder vast contract
Met de ABU is afgesproken dat uitzendkrachten na vier jaar een vast contract krijgen bij hun uitzendbedrijf. Dat is anderhalf jaar eerder dan nu.
Vanaf januari krijgen uitzendkrachten ook een ruimere pensioenregeling en moeten zij onder meer dezelfde toeslagen en eindejaarsuitkering gaan krijgen als hun collega’s die in dienst zijn van het bedrijf waar zij werken.
Verder zijn afspraken gemaakt over arbeidsmigranten. Zij moeten in de eerste twee maanden na aankomst in Nederland op zijn minst het minimum maandloon krijgen, ook als zij in die periode maar weinig werken.
De cao-partijen noemen deze afspraken „een eerste stap” in de uitwerking van het sociaal akkoord uit juni. Daarin spraken werkgevers en vakbonden af dat uitzendkrachten recht hebben op „gelijkwaardige” arbeidsvoorwaarden als hun collega’s op de werkvloer.
De ABU en vakbonden committeren zich aan die afspraak en schrijven in hun concept-akkoord dat zij snel willen praten over de manier waarop zij dat in de volgende cao gaan uitwerken. „Daar zijn we nog niet uit”, zegt FNV-bestuurder Karin Heynsdijk. „Maar we wíllen er uitkomen. En dat scheelt een hoop.”
Strategische keuze
Het is een reële mogelijkheid dat uitzendkoepel NBBU de drie grote vakbonden passeert, door een eigen cao-akkoord te sluiten met minivakbond LBV. Die is ook actief in de uitzendsector en wordt door de grote vakbonden gezien als te meegaand.
Voor uitzendkoepel ABU was het ook een optie om op deze manier de grote vakbonden buitenspel te zetten. Dat de ABU toch besloot om hen te vriend te houden, was deels een strategische keuze. De uitzendsector heeft belang bij goede verhoudingen met de grote vakbonden. Vooral FNV en CNV hebben veel invloed in politiek Den Haag, waar de komende jaren nieuwe regels bedacht zullen worden rond flexwerk.
ABU-directeur Jurriën Koops zegt dat het veel tijd en moeite heeft gekost om het eens te worden met deze vakbonden. „Maar uiteindelijk vonden wij het voor de positie van het uitzenden in Nederland belangrijk om breed draagvlak te hebben.”
