Naar boven ↑

Nieuwsbericht

TROUW.nl

21-06-2010

Kloof op Europese arbeidsmarkt groeit alleen maar

De cijfers liegen er niet om. Zonder ingrijpen kampt de Europese Unie over veertig jaar met een tekort van mogelijk 35 miljoen arbeidskrachten, berekenden wetenschappers van onderzoeksinstituut SEO.

Het rapport ‘Bridging the Gap’ (De kloof overbruggen), in opdracht van uitzendconcern Randstad, is overhandigd aan demissionair minister van sociale zaken Donner.

De pogingen van de EU om de gevolgen van demografische ontwikkelingen het hoofd te bieden, hebben nog te weinig opgeleverd. Geen van de streefdoelen om de Europese arbeidsmarkt een flinke oppepper te geven, zijn gehaald (zie kader). Hoewel Spanje als EU-voorzitter heeft geprobeerd om de Lissabon-doelen nieuw leven in te blazen, is deze voorzet blijven steken. Het overeind houden van Griekenland en de aanpak van de schuldencrisis zijn momenteel allesoverheersend.

Toch is het noodzakelijk nu stappen te zetten en de Lissabon-doelen van 2000 zelfs op te schroeven, betogen wetenschappers in het rapport, waaraan de Nederlander Ton Wilthagen en de Duitse econoom Günther Schmid hebben bijgedragen.

Hoewel de deskundigen ervan uitgaan dat de economie en arbeidsmarkt zich ’van nature’ aanpassen aan de situatie, staat vast dat er door de vergrijzing een kloof op de arbeidsmarkt ontstaat. Tal van Europese bedrijven en organisaties krijgen volgens hen te maken met personeelskrapte. Niet alleen zal er een gebrek aan handen zijn, een groter probleem wordt voldoende kwaliteit. „Als laagopgeleiden hun inzetbaarheid niet verhogen, voldoen ze in de toekomst niet meer aan de hoge eisen”, luidt de waarschuwing.

Vaker dan nu moeten overheden toetsen of hun arbeidsmarktbeleid wel goed uitpakt. Programma’s die zich specifiek richten op vrouwen en ouderen zijn over het algemeen effectiever dan algemene reïntegratie. Voor het aan de slag helpen van werklozen is maatwerk nodig. Het beleid zal ook meer moeten inspelen op andere arbeidsvormen. Een voltijdsbaan voor onbepaalde tijd is al lang niet meer de norm. Deeltijdwerk, tijdelijke contracten, uitzendwerk en ondernemerschap nemen een vlucht en zijn onontbeerlijk voor een hogere arbeidsparticipatie. Dat Scandinavische en Angelsaksische landen hierop hoog scoren, komt door het aanbod van hoogwaardig tijdelijk werk.

„Meer flexibele arbeidsverhoudingen zijn in veel landen nog een onbenutte motor”, aldus het rapport. Volgens Schmid zijn er aanwijzingen dat een grotere verscheidenheid aan arbeidsrelaties leiden tot meer dynamiek en welvaart. Tijdelijk en uitzendwerk zouden meer als springplank kunnen dienen naar betere banen.

Hij zet vraagtekens bij overheden die zwaar inzetten op zelfstandig ondernemerschap als wondermiddel om meer banen te scheppen en arbeidsparticipatie te verhogen.

De onderzoekers benadrukken dat arbeidsdeelname lonend moet zijn. Daarvoor is volgens hen gelijke behandeling van mannen en vrouwen en meer stimulerende fiscale behandeling van werkenden nodig.

Alleen de arbeidsparticipatie verhogen – zorgen dat meer mensen werken en langer doorwerken – waar veel overheden op mikken, biedt volgens de onderzoekers voor bijna de helft van de EU-lidstaten onvoldoende soelaas. Vooral in landen als Nederland, waar relatief al veel mensen een baan hebben, is daarmee niet genoeg winst te boeken. Daar moet de arbeidsproductiviteit werkelijk omhoog. Richt het beleid daarom ook meer op ‘beter werk’ en andere sociale zekerheidstelsels, die meer rekening houden met de veranderende structuur in de westerse economieën (zoals het verdwijnen van meer banen in de industrie), luidt een van de belangrijkste aanbevelingen.

Een pasklare oplossing is er niet omdat de situatie in landen verschillen. Soms is aanvullende scholing genoeg, elders zijn ingrijpende hervormingen nodig. In Nederland is al een voorzet gegeven door de commissie-Bakker.