Nieuwsbericht
nos.nl21-12-2022
Kennis in kinderopvang over wat te doen na misbruik en mishandeling schiet tekort
Sommige medewerkers in de kinderopvang weten niet goed genoeg wat ze moeten doen als ze vermoeden dat een kind seksueel wordt misbruikt of wordt mishandeld door een medewerker of gastouder. Dat constateert de Inspectie van het Onderwijs, die bezorgd is over de ontwikkeling.
Vorig jaar ontving de inspectie 97 meldingen over vermoedens van mishandeling en/of seksueel misbruik van een kind in de kinderopvang. Slechts in de helft van de gevallen (51 procent) heeft de aanbieder direct overlegd met de vertrouwensinspecteur. Terwijl dat verplicht is, volgens de meld-, overleg-, en aangifteplicht (moa).
"De bekendheid rondom de moa kan beter, vooral bij de medewerkers. Dat is een zorgelijke constatering", schrijft de inspectie in zijn jaarlijkse rapport over gemeentelijk toezicht in de kinderopvang in 2021. Volgens de toezichthouder is het onderzoek representatief voor de hele kinderopvangsector.
"Als er te weinig kennis is over de procedures en de wettelijke directe overlegplicht, kan het voorkomen dat er te laat, of niet, wordt gemeld", licht een woordvoerder van de onderwijsinspectie toe.
In de andere helft (49 procent) van de gevallen werd het bijvoorbeeld pas weken later bij de inspectie gemeld. Ook is het voorgekomen dat de inspectie via media vernam over (rechts)zaken over seksueel misbruik of mishandeling van een kind door een kinderopvangmedewerker.
De kennis is verreweg het laagst bij stagiaires en vrijwilligers. Sommigen weten niet dat zij die wettelijke moa-verplichting hebben, maar die geldt voor alle personen in de kinderopvang. Managers of eigenaren van opvanglocaties weten er meer over. GGD-medewerkers die toezicht houden op de kinderopvang schatten de moa-kennis bij pedagogisch medewerkers als matig in.
Grotere aanbieders zijn volgens GGD-toezichthouders beter op de hoogte van hun plichten dan kleinere. En de kennis in de gastouderopvang wordt het laagt ingeschat. "Vanuit de gastouderopvang en kleine houders wordt relatief vaker niet volgens de moa gehandeld", schrijft de inspectie.
