Naar boven ↑

Nieuwsbericht

NRC

02-01-2021

Kansenongelijkheid onder jongeren op de arbeidsmarkt toegenomen tijdens coronacrisis  

De kansenongelijkheid onder jongeren op de arbeidsmarkt is in de eerste maanden van de coronacrisis toegenomen. Na de eerste golf van de coronapandemie hadden bovendien tienduizend minder jongeren werk dan normaal in die periode. 

Dat blijkt uit onderzoek naar de situatie tot en met juni 2020 van SEO Economisch Onderzoek. Het economisch onderzoeksbureau is een langdurig onderzoek begonnen naar de impact van de coronacrisis op de kansen van jongeren op de arbeidsmarkt. Voor het onderzoeksbureau is sprake van een succesvolle overgang van onderwijs naar arbeidsmarkt als iemand minimaal drie dagen werk heeft, al dan niet bij verschillende werkgevers. De kans daarop wordt de baankans genoemd.

Het verschil tussen wie wel en geen kans maakt op werk is groter geworden. Dat is goed zichtbaar tussen jongeren met een Nederlandse achtergrond en jongeren met een niet-westerse migratieachtergrond. Die laatste groep had ook voor de coronacrisis al minder kans een baan te vinden. Gemiddeld genomen biedt een diploma van de universiteit het meest kans op werk, en jongeren met een niet-westerse migratieachtergrond volgen relatief vaker een mbo-opleiding, of verlaten het onderwijs zonder diploma. Ook binnen dezelfde opleidingen hebben jongeren met een niet-westerse migratieachtergrond een kleinere kans op werk dan jongeren met een Nederlandse achtergrond.

De coronacrisis heeft dat verschil groter gemaakt, bijvoorbeeld in het hbo. De baankans van vrouwen met een niet-westerse migratieachtergrond is nu 8 procentpunt lager dan de kans van vrouwen met een Nederlandse achtergrond. Voor de coronapandemie was dat verschil 6 procentpunt. 

In het onderzoek is ook goed terug te zien welke sectoren hard zijn geraakt door de coronacrisis. Jongeren die studeerden voor een baan in detailhandel, haarverzorging, vliegtuigtechniek of horeca, zagen het vooruitzicht op werk afnemen. Ook jongeren die een studie volgden die al voor de pandemie minder uitzicht bood op een baan, zoals kunst- of taal- en cultuuropleidingen, worden relatief hard geraakt door de crisis. De jongeren die afgelopen zomer afstudeerden en nu op zoek zijn naar werk, zijn bovendien nog niet in het onderzoek meegenomen. 

Vooralsnog ligt die baankans voor jongeren in álle opleidingsniveaus in ieder geval hoger dan in de vorige crisis, de financiële crisis tussen 2011 en 2013, stelt SEO. Maar in vergelijking met voorgaande jaren is het aantal jongeren met werk wel afgenomen. Circa 240.000 jongeren uit studiejaar 2018-2019 betraden de arbeidsmarkt, 63 procent van hen had in juni dit jaar werk. Een jaar eerder was dat nog 67 procent.