Nieuwsbericht
Volkskrant28-12-2021
Jongere vindt even makkelijk werk als voor corona, maar kloof tussen hoog- en lageropgeleiden groeit
De baankansen van hoogopgeleide jongeren zijn ondanks de pandemie verbeterd. Hun lager opgeleide leeftijdsgenoten en jongeren zonder startkwalificaties hebben juist meer moeite om werk op niveau te vinden. Dat blijkt uit onderzoek van SEO Economisch Onderzoek.
Het onderzoeksbureau volgde bijna een half miljoen jongeren die tijdens de pandemie de arbeidsmarkt betraden. Na een dip, tijdens de tweede lockdown, vinden zij nu gemiddeld net zo snel werk op niveau als voor de crisis. De onderlinge verschillen zijn wel toegenomen: jongeren met een hbo- of wo-diploma hebben betere baankansen dan voor de pandemie, terwijl laag- en middelbaaropgeleiden, die al minder kansen op de arbeidsmarkt hadden, er verder op achteruit zijn gegaan.
Littekeneffect
Het snelle herstel is opvallend. Aan het begin van de coronacrisis werd nog gevreesd voor ‘een verloren generatie’, zoals tijdens de crisis van de jaren tachtig. Omdat jongeren oververtegenwoordigd zijn in getroffen sectoren en vaker een flexcontract hebben, raakten zij als eersten hun baan kwijt. In de zomer van 2020 zat een op de tien jongeren zonder werk.
Dat kan leiden tot een littekeneffect, bleek eerder uit onderzoek van de Radboud Universiteit. Jongeren die tijdens een economische crisis de arbeidsmarkt betreden, kunnen daar zo’n vijf tot tien jaar last van hebben, omdat ze vaker starten met een baan onder hun niveau. Ook hoppen ze van de ene naar de andere tijdelijke baan, waardoor ze bijvoorbeeld ook later beginnen aan gezinsvorming.
Van zo’n effect lijkt nu vooralsnog geen sprake. ‘Je ziet dat de arbeidsmarkt behoorlijk wat veerkracht toont’, zegt SEO-directeur Bas ter Weel. Dat komt volgens de econoom omdat dit geen economische crisis is. ‘Het virus kwam als een meteoriet op de economie af, maar de structuur is niet aangetast. Voor het uitbreken van de pandemie was er sprake van economische voorspoed en een krappe arbeidsmarkt. Die krapte is er nog steeds.’
Kloof wordt groter
Toch profiteren niet alle jongeren. Liggen de baankansen van hogeropgeleiden inmiddels tot 2,2 procentpunt hoger dan vóór de crisis, voor wie een mbo-opleiding heeft gevolgd, zijn ze licht gedaald. De kloof tussen hoog- en lageropgeleid wordt zo verbreed.
Dat is volgens Ter Weel deels het gevolg van digitalisering, die door het thuiswerken in een stroomversnelling is geraakt. Dat is te zien in de verminderde vraag naar bijvoorbeeld administratief medewerkers en cateraars. Hoogopgeleiden die zijn opgeleid in een ‘coronagevoelige’ sector kunnen bovendien makkelijker overstappen omdat zij breder zijn opgeleid.
Overigens kwamen er deze zomer 23 duizend minder afgestudeerden de arbeidsmarkt op dan verwacht. ‘Dat zijn mogelijk jongeren die studievertraging hebben opgelopen. Ze hebben bijvoorbeeld geen stage kunnen lopen, of ze zijn afgestudeerd in de reisbranche en denken: ik studeer nog even een paar jaar verder.’ Het is te hopen dat deze lockdown is afgelopen als zij afstuderen, want die zal volgens Ter Weel waarschijnlijk weer leiden tot een nieuwe dip in de baankansen.
