Naar boven ↑

Nieuwsbericht

Trouw

19-04-2022

Het nationaal groeifonds: Gemeenten, werkgevers én onderwijsinstellingen moeten de kloof tussen onderwijs en arbeidsmarkt gaan dichten

Ooit heette het bijscholing, tegenwoordig ‘een leven lang ontwikkelen’, maar de kwestie blijft onverminderd actueel: hoe zorg je dat onderwijs aansluit bij de behoeften op de arbeidsmarkt? Het nationaal groeifonds hoopt dat een ‘katalysator’ het antwoord biedt.

De LLO-katalysator, de afkorting staat voor een Leven Lang Ontwikkelen, is 167 miljoen euro toebedeeld uit het nationaal groeifonds. Met dat geld moet in kaart worden gebracht welke kennis en vaardigheden nodig zijn voor de energietransitie en worden opleidingen daarop aangepast. Bijzonder aan het project is wie het gaan doen, namelijk iedereen. Gemeenten, werkgevers en onderwijsinstellingen van mbo tot universiteit, ze moeten allemaal een rol krijgen in de katalysator.

Miljarden voor innovatie

Het project om de Einsteintelescoop naar Nederland te halen viel donderdag in de prijzen bij het Nationaal Groeifonds, ook wel bekend als het Wopke-Wiebesfonds, naar twee ministers uit het vorige kabinet die zich hiervoor hard hebben gemaakt. Het fonds trok donderdag vijf miljard uit voor een reeks aan projecten op het gebied van onderzoek en onderwijs. In totaal heeft het fonds in een paar jaar 20 miljard te besteden.

Het grote probleem, zegt woordvoerder Eva Kloosterman van universiteitenkoepel Universiteiten van Nederland, is dat de initiatieven op dit terrein nu ontzettend versnipperd zijn. Om die samen te brengen is al een hele stap. De katalysator gaat dat doen op regionaal niveau. “Er komt een centraal punt waar alles samenkomt voor de regio.” Met die bundeling van kennis willen onderwijsinstellingen dan aan de slag om de aansluiting van hun curriculum op de arbeidsmarkt te verbeteren.

De katalysator wil zich daarnaast onderscheiden door het levenslang-concept letterlijk te nemen. De doelgroep is de hele beroepsbevolking, 18 tot 67 jaar. Dat betekent dat het onderwijsaanbod ook op maat moet worden toegesneden. Van vernieuwing van het curriculum bij voltijdsopleidingen, tot korte cursussen die mensen naast hun werk kunnen doen, en dat van universiteit tot mbo.

Zonnepaneel gemist

De energietransitie is een voor de hand liggende proeftuin voor dit concept, omdat de spanning tussen opleiding en vraag hier zo urgent is. De ontwikkelingen gaan razendsnel, wie bijvoorbeeld nog maar een paar jaar geleden is opgeleid tot elektrotechnicus, kan zomaar de opmars van het zonnepaneel hebben gemist in zijn opleiding. De personeelstekorten zijn navenant.

De onderwijsinstellingen hebben zich nu concreet vastgelegd op 1500 opleidingstrajecten, klein en groot, ten behoeve van de energietransitie. Daarmee willen ze 40.000 mensen bereiken. Hoe de opleidingen er precies uit komen te zien, moet de inventarisatie van de markt uitwijzen. Gertrud van Erp van werkgeversverenigingen VNO-NCW en MKB-Nederland is daar nuchter over: “Het is een markt. We moeten gewoon gaan doen waar behoefte aan is.”

Als het katalysatorconcept in de energietransitie succesvol is, stelt het groeifonds nog eens 255 miljoen euro beschikbaar om het ook voor andere sectoren van de arbeidsmarkt uit te rollen.