Naar boven ↑

Nieuwsbericht

Volkskrant

02-01-2021

Duizenden vrijwilligers kunnen door 'niet erg effectief ingericht proces' niet helpen in de zorg

Het overgrote deel van de vrijwilligers die zich bij het initiatief Extra Handen Voor de Zorg hebben aangemeld om bij te springen in de zorg kan niet aan de slag. Dit blijkt uit onderzoek van de commissie Werken in de Zorg, in opdracht van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Tijdens de eerste golf van de coronacrisis zijn er ongeveer 22.800 aanmeldingen binnengekomen, waarvan er slechts 2.800 daadwerkelijk een werkplek kregen.

Veel potentiële ‘extra handen’ vielen in het selectieproces af, bijvoorbeeld door dubbele aanmeldingen, een tekort aan werkervaring in de zorg of logistieke beperkingen zoals een te lange reistijd. Uiteindelijk bleven er 8.000 inzetbare zorgverleners over.  De commissie concludeert dat ‘het idee (van het initiatief Extra Handen Voor de Zorg, red.) heel goed is, echter dat het ingerichte proces niet erg effectief is geweest.’

Het rapport wijst een aantal knelpunten aan. Ten eerste bleek dat veel zorgverleners slechts een paar dagdelen beschikbaar waren, terwijl zorgwerkgevers juist op zoek waren naar mensen die minstens drie dagen, maar bij voorkeur fulltime aan de slag konden. Daarnaast lagen vraag en aanbod qua locatie nogal eens uit elkaar. Tot slot was het type hulp dat mensen boden vaak niet in lijn met de vraag van zorginstanties. Die stonden vooral te springen om (vooral mbo-opgeleide) zorgprofessionals, terwijl het aanbod van hulpkrachten met name bestond uit mensen die slechts ondersteunende werkzaamheden konden verrichten.

Om ervoor te zorgen dat ook mensen zonder zorgachtergrond een steentje bij konden dragen, werd de Nationale Zorgklas opgericht. De ‘potentiële vijver’ groeide daardoor, maar bleef alsnog grotendeels onbenut. ‘Essentieel is dat mensen die een week van hun tijd investeren in de opleiding van de Nationale Zorgklas ook daadwerkelijk aan de slag kunnen’, stelt commissie Werken in de Zorg. ‘Het averechtse en daarmee frustrerende effect is groot als dit niet het geval is.’

De commissie adviseert de zorginstellingen de hulp die ze nodig hebben op te delen in ‘helder afgebakende werkpakketten’, zoals ‘patiënten of bewoners gezelschap houden, serveren van voeding, ontvangst van bezoekers, checken van hygiënerichtlijnen, helpen bij aan- en uittrekken van beschermende kleding, et cetera.’ Daar kunnen de mensen die zich melden dan direct mee aan de slag. Ook moeten er bemiddelaars komen die vraag en aanbod beter bij elkaar brengen. Daarnaast moet er een zorgreservistenpoule worden opgericht, zoals bij defensie; een groep oudgedienden die met trots betrokken is bij hun oude beroep en in tijden van crisis ingezet kan worden.