Nieuwsbericht
VOLKSKRANT.nl26-01-2012
De urennorm raakt aan alles wat de leraar pijn doet
De urennorm in het voortgezet onderwijs leidt al jaren tot hevige ergernis bij leraren. Vandaag staken ze opnieuw tegen het plan voor een norm van 1.040 uren. Terwijl de Inspectie in de praktijk een oogje dichtknijpt, en een ondergrens van 1000 uur hanteert. Waar zit 'm dan de pijn?
Eerst even de norm zelf: CDA-minister Van Bijsterveldt van Onderwijs wil wettelijk vastleggen dat leerlingen in het voortgezet onderwijs per jaar 1.040 klokuren les krijgen. Scholen zelf willen naar 1.000 uur. Zonder voldoende middelen, zeggen zij, kunnen ze die lesuren helemaal niet garanderen, met de beruchte ophokuren als resultaat: kinderen die in klaslokalen hangen zonder les te krijgen, alleen maar om aan een wettelijke norm te voldoen.
Dat er geen geld wordt vrijgemaakt voor de papieren norm, valt verkeerd in het onderwijs. Bovendien ervaren docenten de wet als een brute ontkenning van hun werkdruk. Een 'stille oorlog', wordt dat door de onderwijsbond genoemd. Vandaag wordt er dus gestaakt door het voortgezet onderwijs: volgens de grootste onderwijsbond Aob wordt er op 741 scholen gestaakt, 197 scholen zouden dicht zijn of alle lessen hebben geschrapt.
Motie PVV
De minister zelf was in eerste instantie akkoord met die 1.000 uur, maar vond de PVV tegenover zich. Die diende een motie in voor 1.040 uur. Er moest geen tijd worden 'verrommeld' met bijvoorbeeld lerarenvergaderingen, meende PVV-Kamerlid Beertema. De motie werd gesteund door CDA en VVD, en kreeg zo een Kamermeerderheid.
Maar de urennorm raakt ook aan een stokpaardje van de leraren: de vakanties. In het nieuwe wetsvoorstel gaat de zomervakantie namelijk van van zeven naar zes weken. Drie dagen worden vrije dagen, die door het jaar kunnen worden opgenomen. De resterende twee dagen mogen door de school worden ingezet als roostervrije dagen, voor bijvoorbeeld vergaderingen. Daarbovenop komen nog vijf roostervrije dagen. Dat is een vooruitgang met de huidige wet, maar een achteruitgang met de huidige praktijk.
Zomervakantie
Al in 2008 adviseerde een commissie onder leiding van oud-VVD Kamerlid en commissaris van de koningin Clemens Cornielje om schoolvakanties meer te spreiden en zo de opstapeling van werk tussen die vakanties door tegen te gaan. De zomervakantie van zeven naar zes weken, bepleitte Cornielje. Volgens hem was de 1.040-urennorm gebaseerd op 'een niet-correcte aanname over het aantal beschikbare weken en dagen waarop onderwijs kan worden ingepland'.
