Naar boven ↑

Nieuwsbericht

Rechtspraak.nl

25-06-2010

Betrokkene is geen werknemer in de zin van de WW nu de overeenkomst gericht is op re-integratie

De CRvB overweegt dat voor de beoordeling of tussen partijen een arbeidsovereenkomst (art. 7:610 BW) of een uitzendovereenkomst (art. 7:690 BW) tot stand is gekomen niet de tekst van de schriftelijke overeenkomst bepalend is. Van belang is hetgeen partijen bij het sluiten van de overeenkomst voor ogen stond en ook de wijze waarop zij feitelijk aan de overeenkomst uitvoering hebben gegeven en aldus daaraan inhoud hebben gegeven.

Gelet op de taak van de gemeente om bijstandsgerechtigden voorzieningen aan te bieden gericht op arbeidsinschakeling, haar initiƫrende rol bij de totstandkoming van de overeenkomst tussen gedaagde en P/flex, de uit de WWB voortvloeiende verplichting voor gedaagde om gebruik te maken aan een door de gemeente aangeboden voorziening gericht op arbeidsinschakeling en de omstandigheid dat gedaagde gedurende de looptijd van de overeenkomst uitsluitend de hiervoor genoemde activiteiten heeft verricht, strekt de onderhavige overeenkomst naar het oordeel van de CRvB niet tot het verrichten van werk, maar is zij in wezen gericht op het aanbieden van en het deelnemen aan re-integratieactiviteiten met oogmerk de uitstroom van gedaagde naar betaalde arbeid. Het deelnemen aan een sollicitatietraining, het zoeken naar geschikte vacatures en het schrijven van sollicitatiebrieven kunnen niet, zoals gedaagde meent, worden aangemerkt als het verrichten van arbeid.

Dat de overeenkomst tussen gedaagde en P/flex gedaagde verplicht tot het uitvoeren van werkzaamheden voor en onder leiding van een van de opdrachtgevers van P/flex of een door deze aan te wijzen derden, doet hieraan niet af. In de context van de overeenkomst zijn dergelijke werkzaamheden - voor zover zij al zullen worden aangeboden - geen doel op zichzelf, maar enkel een middel om de re-integratie van gedaagde in het arbeidsproces te bevorderen.

Voor de volledige uitspraak: LJN BM9286. Zie ook de uitspraak van de CRvB van 23 juni jl.: LJN BM8971.