Nieuwsbericht
www.cbs.nl15-12-2010
Armoede in 2009 toegenomen
In 2009 is de armoede in Nederland gestegen;
Na lange tijd te zijn gedaald, is het percentage arme kinderen in 2009 weer opgelopen;
Het risico op armoede is hoog bij eenoudergezinnen, bijstands-ontvangers en alleenstaanden jonger dan 65 jaar. Ook mensen uit niet-westerse landen en de nieuwe EU-lidstaten behoren tot de risicogroepen;
De kans op armoede is bij werkenden de laatste tien jaar stabiel. Het aantal werkende armen groeide echter wel, vooral bij zelfstandigen;
Arme mensen geven vaak aan dat zij betalingsachterstanden hebben en zich regelmatig geen warme maaltijd of nieuwe kleren kunnen veroorloven.
Dit zijn enkele conclusies uit het vandaag verschenen Armoedesignalement 2010. In het rapport geven onderzoekers van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) en het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) een zo actueel mogelijk beeld van de omvang, ontwikkeling en gevolgen van armoede in Nederland.
Meer armoede in 2009
Volgens het niet-veel-maar-toereikendcriterium (SCP) leefde in 2009 6,2% van de Nederlanders in een huishouden met een besteedbaar inkomen onder de grens. [...]
Volgens de lage-inkomensgrens (CBS) liep in 2009 7,7% van de bijna 6,9 miljoen huishoudens risico op armoede. Dit komt overeen met 531.000 huishoudens, waarin 1.090.000 personen verblijven. In 2009 lag het aandeel huishoudens onder de lage-inkomensgrens 0,2 procentpunt hoger dan een jaar eerder.
Ontwikkeling langdurige armoede geeft uiteenlopend beeld
In 2009 leefden 164.000 huishoudens al vier jaar of langer onder de lage-inkomensgrens. Dat komt overeen met 2,6% van alle huishoudens; dat was net zoveel als in 2008. Op basis van het niet-veel-maar-toereikendcriterium nam de langdurige armoede van 2008 op 2009 wel toe. Het aandeel personen dat tenminste drie jaar onder deze grens verkeerde steeg van 2,0% tot 2,2%.
[...]
Meer werkende armen
De kans dat werkenden arm zijn bleef de afgelopen tien jaar vrij stabiel: ongeveer 3% bij de werknemers in loondienst, 12% bij de zelfstandigen (niet-veel-maar-toereikendcriterium). Absoluut bezien kwamen er toch meer werkende armen, doordat de bevolking en de arbeidsdeelname groeiden. Het aantal arme mensen in een huishouden met inkomsten uit arbeid als voornaamste bron liep in de periode 2001-2009 op van 434.000 naar 576.000 personen. Ook maken ‘werkende armen’ een groeiend deel uit van de totale arme groep; hun aandeel nam het afgelopen decennium toe van 50% naar 59%. Dat komt vooral door het grotere aantal zelfstandigen.
Meer betalingsachterstanden en financiële problemen bij arme huishoudens
Huishoudens met een inkomen onder de lage-inkomensgrens rapporteerden vaker betalingsachterstanden dan huishoudens met een hoger inkomen (2009: 17% tegen 4%). Ook gaven ze vaak aan zich bepaalde uitgaven niet te kunnen veroorloven. Zo rapporteerde ruim 11% onvoldoende geld te hebben voor een warme maaltijd met vlees, vis of kip om de dag. Bijna 40% had niet genoeg geld om regelmatig nieuwe kleren te kopen. Ook gaf 37% aan (zeer) moeilijk te kunnen rondkomen.
