Naar boven ↑

Nieuwsbericht

NRC

04-12-2020

60 procent van bedrijven moet ontvangen NOW-subsidie (deels) terugbetalen 

Ongeveer 60 procent van de bedrijven die gedurende de eerste coronagolf in Nederland NOW-subsidie heeft gekregen, moet naar verwachting een deel van het ontvangen bedrag of alles terugbetalen. Dat heeft het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) donderdag bekendgemaakt. Het gaat om bedrijven die minder verlies leden dan verwacht tijdens de aanvraag. Het ministerie heeft een „ruwe schatting” van het uiteindelijke percentage terugbetalers gemaakt op basis van de beoordeling van de eerste 20.000 aanvragers voor de NOW. 

De eerste ronde van de regeling gold voor bedrijven die verwachtten in de maanden maart, april en mei minstens 20 procent omzetverlies te lijden. Zij konden van 6 april tot en met 5 juni 2020 een aanvraag voor NOW 1.0 doen, waarmee maximaal 80 procent van het maandsalaris van een werknemer in die drie maanden betaald kon worden. In totaal zijn bijna 140.000 aanvragen voor de eerste NOW-regeling toegekend. Later in het jaar volgden de NOW 2.0 en 3.0, met vergelijkbare, maar iets andere voorwaarden.

Van het te ontvangen bedrag van de NOW 1.0 werd 80 procent direct naar de bedrijven overgemaakt. De rest ontvangen zij na vaststelling van het werkelijk geleden verlies. Als ze minder verlies hebben geleden dan was verwacht, kan het zijn dat de betrokken bedrijven (een deel van) de subsidie terug moeten betalen.

Het ministerie stelt bij het bepalen dat circa 60 procent van de bedrijven moet terugbetalen uit te gaan van een schatting, „omdat in elk geval de grote bedrijven met hoge subsidiebedragen de vaststelling zullen aanvragen na het opmaken van de jaarrekening begin 2021”.

Het ministerie erkent dat terugbetaling „zeer ongelegen” komt voor de bedrijven die misschien in de periode van maart tot en met mei minder verlies leden dan verwacht, maar ook nu tijdens de tweede coronagolf getroffen zijn door de maatregelen. Zij kunnen telefonisch afspraken maken met uitkeringsinstantie UWV over een terugbetaalperiode van een jaar. Ook afspraken over een langere duur zijn mogelijk, aldus minister Wouter Koolmees.